De balanceeract van de politicus-bestuurder

Reflectie

Harry ter Braak
2-10-2019

Er is in Nederland een stevige discussie gaande over democratie, politiek en bestuur. De belangrijkste waarden die leidend zijn bij het bedrijven van politiek, verschillen van de belangrijkste leidende waarden in bestuurlijke rollen – ook al zijn het soms dezelfde mensen die deze rollen uitoefenen. We zien in de praktijk dat dit nogal eens over het hoofd wordt gezien. In Nederland is de geloofwaardigheid van de politicus in de ogen van de burger de afgelopen jaren afgenomen. Tegelijkertijd is er wel nog steeds veel geloof in het openbaar bestuur dat we hebben. Er is, en dat is minimaal paradoxaal, veel ontevredenheid over de werking van de democratie. De verwachtingen over het resultaat van de representatieve (in relatie tot de directe), deliberatieve en participatieve democratie lijken niet gedeeld en leiden tot spanningen en frustratie.

Het fundament onder democratie en bestuur is terug te vinden in de werken van Thomas Hobbes (Leviathan, 16512). De vertegenwoordigende democratie fungeert als institutie (soeverein) die orde houdt in de samenleving en conflicten voorkomt (of zoals hij het noemt: een oorlog van allen tegen allen voorkomt; het gaat daarbij niet daadwerkelijk om strijd, maar om de wil om te strijden tegen de ander). Van groot belang is een stabiele institutie (gebaseerd op het recht) die hiërarchisch boven het volk staat en gezag heeft, maar ten dienste van het volk opereert. In de grondwet fungeert een vergadering van gekozen leden voor het volk als geheel en functioneert deze als ‘plaatsbekleder’ daarvan. De volksvertegenwoordiging maakt zonder last een omvattende afweging van belangen.


De gemeenteraad heeft zodoende meerdere functies. Het is een symbolisch systeem en politieke arena, maar ook de plek waar conflicten beheerst dienen te worden opdat ze niet uit de hand lopen. Het gemeentebestuur wordt bevolkt door politici als vertegenwoordigers van de inwoners. Politici zullen verkozen moeten worden om bestuurder te kunnen zijn. Het bestaansrecht van de politicus ligt bij het maatschappelijk conflict of de maatschappelijke belangentegenstelling. Hij/zij vindt iets anders/beters dan de andere politicus en daarom moet je op hem stemmen. Zonder maatschappelijk conflict geen politicus. Is er geen conflict dan wordt het gecreëerd, door belangenconflicten uit te vergroten. Je wilt als politicus zo veel mogelijk mensen achter je, maar de meerderheid is genoeg. Want bij unanimiteit word je als politicus onzichtbaar. Beeldvorming en impressie spelen hierbij een centrale rol. Het politieke bedrijf gaat om (media) aandacht en de primaire oriëntatie is op de eigen achterban. De rol van feiten is beweeglijk en manipuleerbaar.


Het bestaansrecht van de bestuurder ligt juist bij consensus. De bestuurder moet er, zoals Hobbes al in de 17e eeuw zei; zijn voor alle inwoners. Wil je dat duurzaam realiseren dan doen de feiten er juist erg toe. Impressies en beelden worden dan  immers door de werkelijkheid van alledag doorgeprikt. Als de verwachtingen die de bestuurder wekt niet realistisch zijn zal deze falen in de ogen van de burger. Waar de politicus zichzelf mag overschreeuwen, kan de bestuurder dat niet doen op straffe van destructieve conflicten en falen in de realisatie van zijn ambitie. De onderliggende waarden van besturen zijn vanuit dit perspectief anders dan die van politiek bedrijven. Politiek en bestuur gaan over divergentie en convergentie, die beide nodig zijn om plek voor ieder belang èn samenhang te creëren. We vinden het ongehoord als de veiligheid van een politicus als Wilders fysiek bedreigd wordt. Tegelijkertijd vragen velen zich af of hij er als bestuurder niet zelf om gevraagd heeft.

 

Heb ik de woorden politicus en bestuurder in beide zinnen in de verkeerde volgorde gebruikt? In de vroege geschiedenis zijn de waarden van de bestuurder al eens op een rij gezet. Waar de politicus de feiten niet onder ogen hoeft te zien, moet de bestuurder dat wel (prudentia). Waar de politicus alleen recht hoeft te doen aan zijn doelgroep zal de bestuurder recht moeten doen aan ieders bijdrage (justitia). Waar de politicus geen verlangens behoeft te onderdrukken zal de bestuurder dat wel moeten doen (temperantia). En ga zo maar door. De burger heeft de behoefte een goede balans van ingrediënten uit beide waardenorientaties: enerzijds herkenbaarheid, duidelijke standpunten, stevige oneliners etc, maar anderzijds ook tempo, voorspelbaarheid, deskundigheid, inclusie etc. Ik heb niet de ambitie in deze bijdrage compleet te zijn. Maar ik daag graag de gemeenteraden uit er zelf over na te denken wat hun waarden zijn.

2. Hobbes, T. (1651). Leviathan. Menston: Scolar P.

 

Deze reflectie komt uit De bestuurlijke rol van de raad van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden