De toekomst is nu

Recensies van Harry ter Braak

Harry ter Braak
26-6-2018

Jan Rotmans gaat in op de omwenteling van mensen, organisaties en samenleving en heeft daarbij zijn focus vooral op maatschappelijke technologische en economische ontwikkelingen met zich meebrengen. Albert Jan Kruiter, Femmianne Bredewold  en Marcel Ham (red) bespreken met de hulp van vele mede auteurs hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt en hebben hun focus dus op het sociale domein. Jan Herman de Baas beschrijft wat dit van overheidsorganisaties en professionals vraagt in zijn boek voorbij de eeuw van bureaucratie, van regelorganisatie naar casusorganisatie. Hij maakt net als in beide andere boeken de consequenties van alle veranderingen voor professionals, managers, bestuurders en hun organisaties concreet. Het gaat bij alle drie niet meer om straks maar om nu.

Jan Rotmans Omwenteling van mensen, organisaties en samenleving, De Arbeiderspers, Antwerpen, 157 blz., ISBN 9789029520379

 Jan Rotmans legt ons uit dat we in een revolutionair tijdperk leven. En vraagt zich af hoe we dat kunnen overleven. Een ernstig fietsongeluk heeft hem zelf geleerd wat transformeren kan betekenen voor mensen.  Hij maakt daarbij de verbinding tussen hoofd, hart en handen met aansprekende verhalen. Eerst beschrijft hij de maatschappelijke omwenteling, dan de organisatorische omwenteling om te eindigen bij de menselijke omwenteling. Er ontwikkelt zich van onderaf een samenleving met nieuwe waarden en vormen van solidariteit. Hij toont zich optimistisch en pessimistisch tegelijkertijd.

De silo’s van monodisciplines brokkelen af. Multidisciplinairiteit en circulariteit ontwikkelen zich. Oude machtsposities brokkelen af en nieuwe vestigen zich. De beweging komt van onderop. Kenmerkende oude waarden als effectiviteit, efficiency, rendement, controle en beheersing verliezen hun waarde en behoren bij de vorige eeuw. De drie meest frequente reacties op de chaos die te verwachten is: angst, verzet en actie.

Nieuwe leidende paradigma’s tekenen zich af. Dan gaat het om waarden toevoegen in plaats van ontlenen. Van bezit naar gebruik, van zelfredzaamheid naar samenredzaam.

De tijd lijkt rijp voor een Transitiewet Nieuwe Economie, met thema’s als vervanging, slimmer maken, synchroniserend en stimulering, met institutionele en mentale impulsen. De visionaire econoom Jeremy Rifkin en zijn team hebben twee jaar lang gewerkt aan een ambitieus plan voor de regio Rotterdam Den Haag. Via een integrale systeembenadering zijn doelen (schoon, slim, circulair, decentraal en zo inclusief mogelijk) gekoppeld aan vijf transitiepaden en een portfolio aan projecten. Vol wordt ingezet op de nieuwe economie. Er is een transitiegroep, een soort transitiearena als lerend netwerk, met koplopers uit alle sectoren. Lange en korte termijn worden gekoppeld.

De nieuwe tijd vraagt om een andere hiërarchie, niet verticaal maar horizontaal, niet hiërarchisch, maar organisch, niet log maar wendbaar. Ze werkt op basis van een aantal basisprincipes; eenvoudig georganiseerd, mensen begrijpen, multidisciplinair, lerend en op basis van vertrouwen. Dat vraagt om een passende veranderstrategie. Jan heeft wel wat met chaos schrijft hij zelf. De politie, de zorg, de woningcorporaties, de banken, het havenbedrijf Rotterdam ze worden besproken. Jan adviseert te starten vanuit een smal en diep draagvlak, het schier ondenkbare te oefenen, gebruik de zekerheid van onzekerheid, het sturen op de onzekerheid en de stap maken van omdenken naar omdoen. De persoonlijke transformaties van een zorgondernemer, een schoolleider, een ambtenaar, een manager, een politica, een student en een bankier krijgen aandacht. Steeds weer moeten mensen hun angsten overwinnen. Het zit in de mensen zelf. Jan Rotmans, hoogleraar duurzaamheid en transities aan de Erasmus Universiteit, laat de lezer een boeiend perspectief op de veranderingen zien waar we in zitten, waar je als bestuurder en manager in het publieke domein beslist kennis van moet nemen als je zelf aan de slag wilt met de veranderingen die onvermijdelijk zijn.

 

Albert Jan Kruiter, Femmianne Bredewold & Marcel Ham (red), Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt, Kroniek van een verandering, van Gennip Amsterdam, 2016, ISBN9789461644152.

 In 2015 begon een ingrijpende verbouwing van de verzorgingsstaat. Gemeenten werden verantwoordelijk voor de nieuwe jeugdwet, de Participatiewet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

Met de hulp van meer dan twintig auteurs brengen Albert Jan, Femmianne en Marcel in beeld hoe er gekeken kan worden naar het “overgangsjaar” 2015 bij de decentralisaties in het sociale domein. Het boek bestaat uit twee delen. Eerst zijn de wetenschappers aan het woord. Het theoretische deel wordt afgesloten met een vergelijking met Denemarken en het Verenigd Koninkrijk waar men eerder vergelijkbare stappen zette. Daar blijkt dat bij de positieve evaluaties uit die landen, die mede aanleiding waren het hier ook te willen, de nodige vraagtekens te zetten zijn. Dat er in het begin overigens extra kosten waren en niet zoals hier bezuinigingen. Bovendien blijkt het sociaal kapitaal daar de afgelopen jaren eerder afgenomen dan toegenomen. Voorwaar een waarschuwing voor Nederland. En in het tweede deel wordt de praktijk aan de hand van journalistieke impressies beschouwd. Er mag hoop zijn als professionals en burgers de kans krijgen het anders te doen. De auteurs doen vier voorstellen om het mandaat van de professionals concreet in te vullen.

Gestart wordt met de beloften van het beleid. Beloften die hoog gegrepen blijken. Generalistisch werken zit dicht bij de burger werken in de weg. Vervolgens wordt naar de professionals in de jeugdzorg gekeken, die zoals verwacht mocht worden heel verschillend reageren. Daarna draait het om de Participatiewet. Worden de individuele kwaliteiten van de mensen niet overschat? De decentralisatie van de langdurige zorg komt in het volgende hoofdstuk aan de orde. Zelfredzaamheid blijkt ingewikkeld te liggen. Intrigerende inzichten volgen daarna als het over de wijkteams in Zaanstad gaat. In het praktisch journalistieke deel worden de beloften naast de praktijk gezet en de voortgang in beeld gebracht. Doorslaggevend is of professionals en burgers echt de kans krijgen het anders te doen. Bij de jeugdbescherming in Amsterdam wil het nog niet vlotten en alle ogen zijn op de gemeente gericht. Zal deze lef hebben? Aan de zelfkant, bij de allerzwaksten, in een aantal andere gemeenten in Nederland, is nog een wereld te winnen. Bij de welzijnsinstelling Perspectief in Beuningen blijkt het vervolgens ook beter te kunnen gaan. Het taaie proces in Zutphen laat zien dat het met de wijkteams ook daar wel kan. In de eindbalans lijkt de conclusie dat multiprobleem gezinnen nu beter worden geholpen.

De redacteurs sluiten af met een aantal conclusies en aanbevelingen. Gebrek aan (lokale/regionale) visie en instrumenten remmen de decentralisaties af. Er is niettemin onmiskenbaar een beweging op gang gekomen. Professionals werken samen, mensen krijgen maatwerk en hulp op meerdere levensgebieden. Er is behoefte aan een doorwrochte verandertheorie, waarin visie, doelstellingen, instrumenten, activiteiten en verwachtte effecten bij elkaar komen. 

 

Jan Herman de Baas, Voorbij de eeuw van bureaucratie, van regelorganisatie naar casusorganisatie, Boom Bestuurskunde, Den Haag 2017, 2019 blz., ISBN 9789462368033.

 Jan Herman opent met de nieuwe praktijk, de nieuwe theorie en met de ontwikkeling daarvan. Om vervolgens tienomkeringen te presenteren van bureaucratie. Hij sluit af met het sturing-respectief en de bijbehorende casusprofessionaliteit en epiloog. Het is niet meer zoals het was bij de overheid. Het boek is geen veranderkundig boek. Wel beschrijft hij wat er veranderd is. Voor elke controller, manager en bestuurder van publieke organisaties een must omdat het op heel nieuwe sturingsprincipes wijst. De nieuwe praktijk vraagt om ruimte voor professionaliteit. Regels vormen een startpunt en niet het eindpunt. Het Weberiaanse organisatiemodel wordt binnenstebuiten gekeerd. De organisatie die ontstaat noemt Jan Herman de “casusorganisatie”. Hij plaatst deze vervolgens  in de ontwikkeling van de bestuurskundige theorie.

Via projectmatig werken, integraal werken en interactief werken is een voortschrijdende ontwikkeling te zien die is uitgemond in casus organiseren en de casusorganisatie die daarbij hoort. De positie van de ambtenaar is daarbij fundamenteel veranderd. Van Aristoteles en Montesquieu via Rebespierre, Portales en de velen die volgden tot Foucault, Susskind & Cruikshank en de Baas zelf worden theoretische inzichten in perspectief geplaatst. De zekerheidsillusie van de moderniteit is bedrieglijk, een jammerlijk gebrek en kan ook gevaarlijk zijn. In open processen ontstaat gezamenlijke betekenisgeving over publieke waarden. De overheid kan niet acteren in netwerken als zij haar eigen functioneren op voorhand vast timmert in algemene regels. Er is een omkering nodig van de bureaucratietheorie.

De omkeringen die hij vervolgens beschrijft zijn de volgende. Beoordelingsruimte wordt bevorderd, in plaats van bestreden. De behandelaar heeft afwegingsmandaat, in plaats van vetorecht bij de lijnafdelingen. Toeleveringsbedrijven worden op maat gevraagd, in plaats van voorgeschreven door taakverdeling. Uitvoering stuurt beleid, in plaats van beleid stuurt uitvoering. Werken buiten de structuur, in plaats van werk wordt toebedeeld aan afdelingen. Competenties bepalen taakverdeling, in plaats van de werkverdeling ligt vast in functiebeschrijvingen. Structuur volgt de inhoud.....niet meer, in plaats van structuur bepaald de werkprocessen. Management definieert de vragen (programmeren), in plaats van management stuurt de antwoorden. Management levert inhoudelijke bijdragen, in plaats van management is een sluis in de procedure. Sturen rond het werkproces, in plaats van sturen als onderdeel van het werkproces.

Sturing bestaat in de nieuwe situatie uit het gezaghebbend kenbaar maken van inhoudelijke belangen die moeten worden meegewogen. Soms worden nieuwe belangen geïdentificeerd die een plek moeten krijgen. Daarover wordt ook voortdurend verantwoording afgelegd. In casusorganiseren gaat het er om ruimte te laten voor het proces en bij de acceptatie te bepalen of je voldoende tevreden bent met de uitkomsten. Acceptatie is dan ook nog een wederzijds proces. Voor politici kan het bieden van die ruimte moeilijk zijn, maar uiteindelijk ook bevrijdend. De verantwoording gaat dan over het gebruik van de handelingsruimte in een professioneel leerproces. Netwerksituaties kenmerken zich door wederzijdse afhankelijkheid in doelbereiking en wederzijdse onafhankelijkheid in gedragsbepaling. 

Deel deze pagina
  • Harry ter Braak
    Harry ter Braak
    vennoot