Verschillende perspectieven op besturen

Boekbespreking

Harry ter Braak
1-5-2018

De toekomst van de bestuurskunde, een reflectie op de geschiedenis ervan door de bril van vele bestuurskundigen die Nederland rijk is. Synchrone besluitvorming bij zeer complexe vraagstukken met vele direct betrokken belanghebbenden. Hoe doe je dat goed? Geanalyseerd in een mooi proefschrift door Jitske van Poperinge-Verkerk. De kiezer heeft vertrouwen in de democratie, maar niet in de politici. Tom van der Meer adviseert hen dringen hun cultuur te vernieuwen en er niet voor te kiezen daaraan te ontsnappen door de instituties te vernieuwen.

Toekomst Van De BestuurskundePhilip Marcel Karre. Thomas Schildmanstraat. Martijn van der Steen, Zeger van der Wal (red.) Toekomst van de Bestuurskunde, Boom Bestuurskunde, Den Haag, 2017.

In dit boek bundelde de redactie de artikelen die tussen herfst 2015 en voorjaar 2017 verschenen in het tijdschrift Bestuurskunde. Als geïnstitutionaliseerd vakgebied bestaat de bestuurskunde 40 jaar. De realiteit van het kenobject, het institutioneel kader van en het onderwijs in de bestuurskunde veranderen. Waar staat de bestuurskunde voor en wat is de toekomst van de bestuurskunde? De meeste van de acht hoofdstukken na de inleiding, starten met een korte samenvatting en sluiten af met een mooie literatuurlijst.

Hoe verhouden de Nederlandse bestuurskundigen zich tot de Europese? Wat leverden de door de verenging voor Bestuurskunde georganiseerde debatsessies over de ambities en prestaties van het vakgebied op? Wat kan je concluderen op basis van de juryrapporten van de Van Poelje Jaarprijs voor het beste bestuurskundige proefschrift op? De enquête resultaten van een onderzoek naar wat we hebben aan bestuurskundigen! Een verslag van gesprekken met tien jonge recent benoemde hoogleraren. De vaardigheden die noodzakelijk zijn om effectief te kunnen opereren in de complexe dynamische omgeving van de 21e eeuw. De intellectuele grondslagen van de bestuurskunde en de bekritiseerde kunstmatige scheiding tussen politiek en bestuur en de weg naar bestuurskunde als politieke wetenschap. Het achtste en laatste hoofdstuk levert een persoonlijk slotakkoord op basis van het analysekader van Burawoy op, waarmee een onderscheid gemaakt kan worden tussen academische bestuurskunde, praktijkgerichte bestuurskunde, kritische bestuurskunde en publieke bestuurskunde.

De verschillen in Europa zijn groot. De Nederlandse bestuurskunde staat op de kaart. De historische ontwikkeling is multidisciplinair, nationaal en toepassingsgericht (projectmatig) en ontwikkelt zich tot meer monodisciplinair en internationaal-academisch excellent vakgebied. De proefschriften kenmerken zich door verschil in school of thought en gooien hoge ogen in toptijdschriften, op congressen en met de helft van de onderzoeksprijzen. De bestuurskunde lijkt op sommige momenten te zelf referentieel te zijn geworden en de methode in plaats van het vraagstuk te leidend in haar onderzoek. Zeger van der Wal identificeert zeven centrale managementopgaven die die vereisen dat klassieke en nieuwe rollen, waarden en competenties worden gecombineerd om een goed 21e-eeuws overheidsmanager te kunnen zijn. Het boek sluit af met een agenda (acht punten) met uitdagingen en kansen voor de bestuurskunde. Niet SMART gedefinieerd maar wel zeer herkenbaar.

De auteurs verzorgden een heel toegankelijk overzichtswerk over de staat van de bestuurskunde, overigens meer reflectief dan de de toekomst beschrijvend, aansluitend bij de titel van het boek.

 

Synchrone BesluitvormingJitske van Poperinge-Verkerk, Synchrone besluitvorming, over versterkend handelen van tussenpersonen in meervoudige besluitvorming, Boom Bestuurskunde, Den Haag, 2017.

In dit proefschrift beschrijft Jitske de resultaten van haar zeven jarig onderzoek naar de samenwerking tussen overheden in het waterdomein. Overheden die elkaar de wind uit de zeilen nemen, om hun eigen doel eerder te bereiken. Elkaar de loef afsteken en regelmatig onderling op ramkoers gaan. Centraal staat de zuidwestelijke delta, met vraagstukken van besluitvorming die veel teleurstelling en onvermogen kennen. In een zoektocht naar veelbelovende aanknopingspunten in elf hoofdstukken. Van vraagstuk, onderzoek, besluitvorming, besluitvormingsgeschiedenis, naar synchronisatie, werking, regels, teams, overheidsorganisaties, synthese en uiteindelijk reflectie. Met uiteraard een degelijke literatuurlijst, samenvatting en een bijlage over de dataverzameling. Een dataverzameling die een combinatie vormde van participatief actieonderzoek, interviews, bijeenkomsten en reflectiesessies.

Het meest geliefde antwoord wordt gevormd door optimale enkelvoudigheid (schaalniveau) en vraagt om een herverdeling van het labyrint van afzonderlijke verdiepingen van het huis van Thorbecke. Daarna volgt dat van volgordelijkheid, top-down en, of bottum-up. Het alternatief is dat van samenwerken in netwerken. Maar ook dat kent teleurstellingen. De zoektocht naar veel belovende aanknopingspunten naar handelen in meervoudigheid gaat langs de kenmerken van meervoudige besluitvorming en synchronisatie, het ontstaan er van, met welke acties en interventies en welke bedding van regels, teams en organisaties die tussenpersonen aanmoedigen om bij te dragen een synchrone besluitvorming.

Het onderzoek levert een groot scala aan lessen op, zoals enkele hieronder samen gevat.

Synchronisatie van besluitvorming is essentieel om uit complexe vraagstukken te komen. Dat vraagt het acteren in meervoudigheid. Uit het onderzoek kunnen drie veranderingen gedestilleerd worden om te komen tot synchrone besluitvorming: een verandering van begrenzen naar positioneren, een verandering van voorspelbaarheid naar tijdelijkheid (momentum met pech en geluk), en een verandering van gezamenlijk naar gedeeld. Eveneens dat besluitvorming alleen mogelijk is wanneer mensen zich deel weten van het geheel van besluitvorming.

Erkende afhankelijkheid en zelfstandigheid gaan over het besef dat elke actie kan bijdragen aan synchronisatie en onderstreept een besef van gelijkwaardigheid, voorwaardelijk voor succes. Series van versterkende acties en interacties zijn essentieel. “Betekenis geven” eveneens en werkt op verschillende manieren. Het onderzoek maakt duidelijk dat synchronisatie ontstaat wanneer tussenpersonen betekenis geven, betekenissen delen, en handelen vanuit gegeven betekenissen. Het trekken van grenzen en het leggen van verbindingen over grenzen zijn beide essentieel. Echt een mooi en nuttig proefschrift. Niet al te toegankelijk, maat dat mag niet het probleem zijn.

 

Niet De Kiezer Is GekTom van der Meer, Niet de kiezer is gek, Spectrum, Houten, 2017.

Publicist en politicoloog Tom van der Meer hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam baseert dit boek mede op veel onderzoek dat hij deed naar politiek vertrouwen, kiesgedrag, en het Nederlandse partijenstelsel. Het boek is doorspekt met resultaten van onderzoek. Vele andere auteurs en onderzoekers krijgen een podium. Zijn conclusie; Niet de kieser is gek. Iedere politicus, bestuurder en manager zou er zijn voordeel mee moeten doen.

De politici en journalisten die de afgelopen jaren kritisch waren op het functioneren van het democratisch stelsel, vergissen zich. De scepsis van de kiezer is productief, doet er toe en draagt meer bij dan vertrouwen. De gevestigde partijen proberen hun oude machtsstructuren vast te houden. Het draaien aan de institutionele knoppen lijkt eerder contraproductief. De bestuurscultuur moet dringend gemoderniseerd worden. Het is belangrijk hier precies te zijn. Het vertrouwen in het democratisch proces is immers groot en weerspiegelt de kwaliteit van onze overheid. Internationaal staan we, overal erg hoog aangeschreven. 

Angst, argwaan en neerbuigendheid tegenover de Nederlandse kiezer is volkomen onterecht. Deze is assertief, kieskeurig en niet wispelturig. In de eerste fase komen kiezers tot een keuzeset, een klein aantal (ideologisch coherente) partijen waar zij overwegen op te stemmen. In de tweede fase (in de tijd steeds later) bepalen ze hun keuze (inhoudelijk of strategisch bepaald). Het openbaar bestuur staat niet open voor burgerinspraak. In het expertonderzoek “Varieties of Democracy”, staat Nederland wel laag, op de 55e plaats. De “participatie elite” heeft de kans dominant te zijn.

Veel belangrijke functies in het openbaar bestuur zijn gebaseerd op politieke benoemingen. Coalitievorming blijkt steeds ingewikkelder te worden. Het dwingt te kiezen voor wisselende meerderheden. Dat dwingt tot het noodzakelijke politieke debat. Problemen worden niet opgelost door ze te negeren en de representatie ervan in het parlement te ondermijnen. Veel geopperde institutionele veranderingen hebben wel dat karakter. De drie in Nederland populairste oplossingen (kiesdrempels, districtenstelsel, afsplitsen ontmoedigen) worden ruimhartig besproken, evenals de rol van referenda en het werken met loting (voor bestuurlijke posities).

Zijn oplossing; verdedig de instituties en de democratie, kies voor een vorm van politiek leiderschap rond het goede verhaal waar de kiezers zich achter willen scharen. Minderheidsregeringen, stembusakkoorden en een open bestuurscultuur dragen serieus bij.

Deel deze pagina