Volksregering bij representatie

Een 18e eeuws concept als inspiratiebron voor gemeenten in de 21e eeuw?

Cees Paardekooper
30-4-2018

De gemeenteraadsverkiezingen liggen alweer even achter ons. De collegeonderhandelingen vorderen, hoewel in sommige gemeenten nog wel de nodige noten moeten worden gekraakt. Een mooi moment om een tussenbalans op te maken.

De lokale, vaak persoonsgebonden kieslijsten doen het steeds beter. De landelijke partijen slagen er – uitzonderingen daargelaten – steeds minder in zich te handhaven. De opkomst blijft aan de lage kant. Het merendeel van het electoraat kent de gekozen volksvertegenwoordigers nauwelijks en heeft ook maar weinig idee van wat ze zoal doen. Het evenement gemeenteraadsverkiezingen is inmiddels alweer opgevolgd door talloze nieuwe evenementen binnen en buiten de politiek. Wat bij de meeste kiezers blijft hangen zijn gevoelsargumenten: ‘ze doen maar wat’, ‘het maakt toch niet uit wat ik kies’.

Twee antagonistische posities

I n het publieke debat over de verkiezingsuitslagen worden twee antagonistische posities betrokken. Positie I heeft als inzet dat de verkiezingsuitslagen tenderen naar onbestuurbaarheid, en instabiliteit. Het bestuurlijk onvermogen neemt almaar toe, zo wordt beweerd. De versplintering van het partijpolitieke landschap wordt als een belangrijke oorzaak hiervan gezien. Met vier à vijf zetels ben je al een grote partij in een gemeenteraad van een grote gemeente. Menig klassiek bestuurder betrekt deze positie en waardeert deze ontwikkeling als negatief.  Positie II staat hier diametraal tegenover. Vertolkers van deze positie duiden de ‘versplintering’ van het partijpolitieke landschap als positief. Ze hebben het liever over fragmentatie en pluralisering die past bij de grote verscheidenheid van belangen, opinies en wensen van onze inwoners. Traditionele tweedelingen als links-rechts, progressief-conservatief werken niet meer. Burgers staan op, maken eigen kieslijsten, laten zich niet langer binden door vaststaande partijpolitieke kaders, formuleren een specifieke inzet. Het partijkartel, waarover de politicoloog Hans Daalder begin jaren zestig van de vorige eeuw al repte, is in gemeenteland aan het einde van zijn levenscyclus gekomen.

Ik voel mij verwant met Positie II en heb daarom weinig met oplossingsrichtingen die gericht zijn op het voorzien van beschermingsconstructies om de partijendemocratie in stand te houden. Bekendste voorbeeld is wellicht het verhogen van de kiesdrempels om de verspintering tegen te gaan. Dit middel schiet voorbij het doel van een vitale en legitieme volksvertegenwoordiging. Partijen hebben immers nog maar weinig binding hun achterbannen, de verticale loyaliteit is ver te zoeken.

Wel lijkt het mij wenselijk dat we de komende jaren het stelsel van politieke vertegenwoordiging in gemeenteland gaan vernieuwen, met gebruikmaking van ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan met lokale, persoonsgebonden lijsten. Daartoe hebben we een ander frame nodig dan dat van versplintering of fragmentatie.

Revival 18eeeuws gedachtengoed

Ik zou willen pleiten voor een revival van het laat 18eeeuwse concept ‘volksregering bij representatie’. In de eeuw van de democratische revoluties hebben eerst Patriotten en daarna Bataven naarstig gezocht naar een regeringswijze die een eind moest maken aan het regentenpatriciaat, een regime waarin slechts een beperkt aantal aristocratische families de politieke macht hadden. Met het concept ‘volksregering bij representatie’ werd – lang niet altijd succesvol – gepoogd directe en indirecte democratie met elkaar te verzoenen. Het gevoelen was dat directe democratie altijd een zekere tempering behoeft in vertegenwoordigende organen waarin verstandige, ‘braave’ burgers delibereren, belangen afwegen, beslissingen nemen. Tijdens het delibereren was het wel zaak dat de vertegenwoordigers van het Volk gebruik maakten van de kennis en de meningen van de medeburgers. Petitionnementen en rekesten, raadplegingen en referenda, commissies en comités waren veel gebruikte instrumenten. Op deze wijze kreeg het articuleren van de volkswil, op thema’s en opgaven, vorm.

Tegelijkertijd was er onder Patriotten en Bataven grote weerzin tegen een vergaande professionalisering van politiek en bestuur – dat zou al te gemakkelijk leiden tot machtsmisbruik, corruptie en wanbestuur. De ervaringen met het vrijgestelde regentenpatriciaat dat had kunnen leven op de zak van de (stad)staat waren nog vers. Vertegenwoordigers moesten daarom niet te lang op het pluche zitten, de uitvoerende macht moest zoveel mogelijk in de buurt van de volksvertegenwoordiging blijven. Jaarlijks waren er verkiezingen om de regeringswijze ‘volksvertegenwoordiging bij representatie’ werkzaam te houden. Dualisme was geen optie!

Burgerrecht en burgerplicht

Leerzaam aan ‘volksregering bij representatie’ is dat het hierbij gehanteerde verkiezingsproces ook elementen van directe democratie kende. En wel op een zodanige wijze dat rechten en plichten met elkaar werden verbonden. Om een idee te geven: in sommige steden werd een stelsel van grondvergaderingen ingericht. Elke grondvergadering had grofweg twee functies. Het moest, ten eerste, kandidaten voordragen voor het vertegenwoordigend lichaam en verbolgens via een getrapt proces met kiesmannen een kandidaat kiezen. Voorts mocht elke grondvergadering zich uitspreken over alle stedelijke aangelegenheden uitspreken en opdrachten geven aan de Municipaliteit om hiermee aan de slag te gaan. Burgers, mits ze voldeden aan bepaalde eisen, waren verplicht zich in te schrijven, de grondvergaderingen te bezoeken, eventuele verkiezingen te aanvaarden op straffe van forse boetes. Menig verkozen volksvertegenwoordiger beleefde de uitverkiezing als een last – de ‘burgerpligt’ woog zwaar.

Lang heeft deze regeringswijze het niet volgehouden. Tussen droom en daad …, ook toen! Maar dat is weer een ander verhaal.

Volksregering bij representatie als inspiratiebron

Ondanks de kortstondige looptijd van deze regeringswijze kunnen we er naar mijn smaak toch ons voordeel mee doen – ruim twee eeuwen later. Ik noem:

  • Binnen onze gemeenten is het heel goed mogelijk om de idee van de grondvergadering te activeren en te ‘moderniseren’. Elke grondvergadering heeft de opdracht kandidaten te leveren en er ook een te kiezen. Is gegeven de vele dorpen die binnen een gemeente vallen maar ook de vele wijken en buurten binnen stedelijke gemeenten een manier om de representatie direct te maken. Een variant hierop is dat inwoners/burgers twee stemmen krijgen: één stem uit te brengen op een gemeentelijke lijst en één stem uit te brengen in de grondvergadering. Natuurlijk vele vragen roepen om beantwoording alvorens zo’n regeringswijze in te voeren. Zoals: omvang grondvergaderingen (in 18e eeuw was de maat: 500 burgers), fysiek en/of virtueel, opkomstplicht, vrijwillig verkiesbaar stellen of proces van loting, besluitvormingsprocedures binnen grondvergadering, vervolgproces naar bundels van grondvergaderingen (districten) en uiteindelijke verkiezing in gemeenteraad, enz.?
  • Het articuleren van de volkswil activeren via procedures van referenda, raadplegingen, petitionnementen en maatschappelijke commissies. En dit articulatieproces tot regulier onderdeel van de beraadslagingen binnen een gemeenteraad maken gericht op definiëren van de grote opgaven voor de komende jaren en budgettaire randvoorwaarden.
  • Directe verkiezingen van burgemeesters die met een mandaat zijn/haar eigen college vormt voor een periode van vier jaar en beschikt over executieve bevoegdheden.  Daar waar de raad vooral gericht is op de articulatie van de volkswil, heeft het college de zorg voor het goed besturen van de gemeenten, is het Uitvoerend Bewind.

Next step

Langs twee lijnen verder. Laat gemeenten volop experimenteren met vormen van burgerparticipatie in lijn met de voorstellen van de commissie Maatwerkdemocratie en de groep Code Oranje.

Daarnaast is het zaak dat er vertoogstrijd wordt gevoerd over de toekomstige regeringswijze die moet resulteren in voorstellen voor politieke vernieuwing en staatkundige verandering. De ROB kan hierin een organiserende rol spelen.

Deel deze pagina