Omgevingsdiensten in ontwikkeling

Medewerkers in beweging…

30-4-2018

In de afgelopen twee, drie jaar zijn de omgevingsdiensten zich gereed gaan maken voor de omgevingswet, die de ‘Regionale Uitvoerings Diensten’ (RUD’s) een stevige boost geeft in de richting van een dienst die meer is dan de uitvoering van (vooral) milieutaken alleen. Dat is voor de meesten een lastig traject, waarbij ook nog niet precies helder is wanneer de omgevingswet nu ingevoerd gaat worden. Dat proces loopt niet zonder slag of stoot.

 Die ontwikkelopgave voor deze organisaties vraagt niet alleen veel inspanning van het management en bestuur, maar vooral ook van de medewerkers. Net bekomen van alle perikelen van de afgelopen jaren bij de vorming van de RUD’s is er – vanuit hun perspectief – alweer een grote verandering op til. Verandering lijkt een constante te worden, in de vaak al lange tijd gelijkvormige activiteiten die door de oude regionale Milieudiensten en aanverwante, aanpalende afdelingen in gemeenten en provincies al heel lang zijn uitgevoerd. In de jaren zeventig en tachtig groeide de belangstelling voor ‘het milieu’ exponentioneel. Een mooi voorbeeld daarvan is hoe zich dat weerspiegelde in de stevige positie van het Directoraat Generaal Milieu (DGM), die met stevige DG’s een behoorlijke vinger in de ambtelijke Haagsche pap opeisten. Het positieve imago, de aantrekkingskracht op nieuwe, hooggeschoolde en gepassioneerde ambtenaren (in spé) én de maatschappelijke impact van het werk maakte dat heel veel nieuw talent zich een weg zocht in soms tamelijk gespecialiseerde functies en werkzaamheden.

Het lastige doet zich nu voor dat de steeds toenemende veroudering van het ambtelijk corps, die in veel ambtelijke organisaties zichtbaar is, de slagkracht en adaptiviteit van ook de huidige omgevingsdiensten niet echt bevordert. Dat is mensen niet kwalijk te nemen, maar als medewerkers al jarenlang in hun eigen professie van uitvoering, toezicht en handhaving zich hebben ontwikkeld, is het lastig om dan van hen een andere opstelling, een nieuwe manier van werken te vragen die de omgevingsdiensten in de komende jaren écht nodig hebben. In mijn ervaringen bij heel wat verschillende omgevingsdiensten blijkt dat heel duidelijk. Het (top)management is het zich wel bewust, maar het blijft lastig om met de medewerkers een positieve draai te geven aan wat in de toekomst nodig is. En hier geldt het oude adagium van de veranderkunde: een ontwikkeling van A naar B doe je eigenlijk het liefst vanuit de visie van B. Da’s lastig, want medewerkers kunnen dat ook ervaren als een ‘tik op de neus’ voor het werk wat ze al die jaren tot nu al hebben gedaan, en de wijze waarop ze hun werk uitvoeren. Dat is het natuurlijk niet, maar zo voelt het vaak wel, zo hoor ik menigmaal in de gesprekken die ik hierover voer.

Wat een kans biedt voor de omgevingsdiensten is dat er zo langzamerhand een heel cohort uitstroom zich manifesteert waarbij instroom van nieuw talent ook nieuwe energie kan opleveren. Een goede mix, een combinatie van oude rotten en ervaring, met jeugdig elan en nieuwe inzichten kan de ontwikkeling van omgevingsdiensten een boost geven. Twee opmerkingen vind ik daarbij wel van belang, die gaan over: arbeidsmarkt en schaalgrootte. De arbeidsmarkt trekt stevig aan, omgevingsdiensten ondervinden sterke concurrentie vanuit het bedrijfsleven bij het aantrekken (en behouden!) van (schaarse) talenten en specialismen. Dat vraagt een goede arbeidsmarktcommunicatie én dito arbeidsvoorwaarden. En ten aanzien van schaalgrootte: is het niet ook tijd om het aantal (soms ook te kleine) omgevingsdiensten in NL terug te brengen, door logische fusiepartners gelegenheid te bieden samen te gaan werken in een krachtenbundeling aan de complexe opgave waar ze voor staan? Mij lijkt dat, als we het goed aanpakken, eerder een wenkend perspectief dan wéér een lastige reorganisatieklus…

Deel deze pagina
  • Alinda van Bruggen
    Alinda van Bruggen
    adviseur/ directie
  • Eric ten Hulsen
    Eric ten Hulsen
    adviseur
  • Erik Koopman
    Erik Koopman
    adviseur
  • Harry ter Braak
    Harry ter Braak
    vennoot