Zelforganisatie: ziet u ze wel eens vliegen?

Paul Geertsema
8-11-2017

Heeft u ze wel eens gezien, die prachtige zwermen spreeuwen die tegen het vallen van de avond sierlijk door de lucht bewegen? Als ik ze zie vliegen krijgt de uitspraak het geheel is meer dan de som der delen voor mij een diepere lading. Maar welke organisatie is te herkennen in de zelforganiserende zwermen? En in welke mate is de parallel te trekken met zelforganisatie binnen organisaties?

Simulaties laten zien dat een goed gecoördineerde zwerm ontstaat als spreeuwen drie eenvoudige regels volgen, waarbij ze ervoor zorgen: 1. niet te botsen met een ander of iets anders – separation. Bij potentieel gevaar of een verandering in de omgeving, reageren spreeuwen direct door van richting te veranderen. 2. dezelfde kant op te bewegen als degenen naast hen – alignment. Iedere spreeuw beweegt in de richting waar zijn of haar buren naar toe vliegen. 3. dat ze in een groep blijven – cohesion. Elke spreeuw zorgt ervoor dat hij in verbinding vliegt met de vijf tot tien dichtstbijzijnde spreeuwen.

Zwermen ontstaan dus doordat individuen op hun omgeving en buren letten en met hen coördineren. Met eenvoudige regels voor individuen, is de groep als geheel zeer wendbaar in relatie tot de omgeving. Een inspirerend beeld voor organisaties waar wendbaarheid noodzaak is. Daartoe licht ik graag één kenmerk van de zwermorganisatie er uit: wederzijdse afhankelijkheid. Door het belang van de inbreng en informatie van elk individu, is de wederzijdse afhankelijkheid zo sterk dat Stephen Covey er van zou glimlachen. Elk individu stemt informatie uit de omgeving af met anderen, waardoor het collectief veel sterker en wendbaarder is dan dat individueel mogelijk zou zijn.   Juist daar ligt een grote opgave voor veel klassieke organisaties. In het spanningsveld tussen leiden en geleid worden was decennia lang een hiërarchische sturingswijze gangbaar. De leidinggevende is eigenaar van de opgave, denkt zorgvuldig na en vertelt wat er moet gebeuren. De ondergeschikte luistert en voert vervolgens uit. Deze benadering levert afhankelijk gedrag op en is onwenselijk bij een snel veranderende complexe omgeving. Bij een kink in de kabel, is de reflex om en masse naar de leidinggevende te kijken. De veronderstelling is dat de leidinggevende alle kennis heeft en de oplossingen kent voor vraagstukken. De ontwikkelingspsychologie zou het als een ouder-kind relatie bestempelen. Het kind is afhankelijk van de ouder en de ouder neemt het kind (letterlijk) bij de hand.

Gewenst is een volwassene-volwassene relatie, op basis van wederzijdse afhankelijkheid. Kijkend naar het eerste principe van de zwerm – separation – is professionele ruimte om zelf te kunnen handelen en beslissen, zonder toestemming te vragen van de leidinggevende van belang. Dan ben je er nog niet, want los van de twee andere principes leidt separation in termen van ontwikkelingspsychologie tot een soort puberteit in organisaties. Onafhankelijk gedrag zonder verbinding met het geheel of rekenschap ten opzichte van een professionele norm. De sleutel van puberteit naar volwassenheid ligt bij alignment en cohesion. Doordat professionals en leidinggevenden wederzijds afhankelijk met elkaar in verbinding staan, creëer je een wendbare link tussen de veranderingen buiten en de noodzakelijke aanpassingen binnen.

Zwermt een zelforganiserende organisatie net zo wonderlijk als een zwerm zelforganiserende spreeuwen? Ik blijf het antwoord schuldig, maar ik weet wel dat u de volgende keer anders kijkt als u ze ziet vliegen.

 

Deel deze pagina