Matrixminister

Rob Wagenaar
4-10-2017

Als de voortekenen niet bedriegen, dan krijgen we weer één of zelfs meerdere minsters zonder portefeuille. Ministers die het moeten stellen zonder departement en direct onder hem/haar vallende ambtenaren. De pers heeft al weer uitgehaald over het gebrek aan macht van deze ministers. Vanuit organisatiekundige/bestuurlijke hoek is een heel andere visie te noteren.

Archaïsche term

De term Minister zonder Portefeuille is zeer misleidend. Officeel heet het inderdaad: ‘een minister zonder portefeuille is verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, maar heeft niet de leiding over een departement’. Zou die portefeuille dan gevuld zijn met ambtenaren? Of heeft zo’n minister geen geld in de knip? Het komt erop neer dat er een beleidsterrein wordt geformuleerd dat zo belangrijk wordt gevonden dat het een afzonderlijke minister wettigt. Vaak betreft het een actueel thema (grotestedenbeleid), een thema dat veel belang heeft voor coalitiepartners (jeugd en gezin), en/of het thema valt in onderdelen onder verschillende ministeries en is beter af met een afzonderlijke minister. Het zou nu bijvoorbeeld duurzaamheid kunnen worden: we zullen het snel weten.

In principe een mooie oplossing

Vanuit organisatiekundig oogpunt is er natuurlijk niets tegen en veel voor zo’n construct. Met veel focus en een mooie pot geld zet je een minister in om voor een gewild beleidsterrein de optimale voortgang te waarborgen. In erkenning van de nadelen van de ‘product-/marktorganisatie’, zoals die nu is (‘wij van justitie, voor justitie’), maak je via een matrixbenadering de noodzakelijke verbinding tussen de ministeries mogelijk. De beroemde ‘silo’s’, die ministeries toch vormen, kunnen hun vertragende rol niet vervullen, dit ten voordele van het beleidsveld en de gewenste doelen. Ambtenaren hoeven in het geheel niet te verhuizen of een andere hiërarchische baas te krijgen, zij worden voor het programma van deze minister geheel of gedeeltelijk functioneel toegevoegd aan zijn of haar – in zekere zin – virtuele organisatie. Ik zou bijna zeggen: in welke organisatie kennen we dit model niet. Projecten/programma’s zijn dagelijkse kost in heel veel organisaties en voor programmamanagers is een taskforce-benadering doodnormaal. Waarom dan het geweeklaag als het een minister betreft?

Culturen en structuren voor de eeuwigheid

Tja, er is weinig zo inflexibel als het functioneren van de politieke Rijksdienst. Het ministeriestelsel is een geheid model, de cultuur van een minister en zijn departement/ambtenaren nog hardnekkiger. Positief is natuurlijk de stabiliteit en de voorspelbaarheid die dat met zich meebrengt, op dit niveau zeer zeker een groot goed. Maar als het om vernieuwing gaat, om beweging van enige omvang, dan is de logheid van deze opzet een groot probleem. Het hele systeem van politiek functioneren, van fractie-assistenten van politieke partijen tot de jongste ministerie-ambtenaar, leeft in deze werkelijkheid. En dus ontdekt de minister zonder portefeulle al snel dat hij de machtskaart voortdurend op tafel moet houden en daar veel aandacht aan moet besteden. Zo niet dan marginaliseert hij snel, alle goede bedoelingen ten spijt.

En dus,

willen wij de nieuwe bewindslieden zonder portefeuille van harte aanbevelen aan de voorkant heel scherp te zijn op de condities en de inrichting van zijn of haar werkorganisatie. Knalharde doelstellingen gerelateerd aan het regeeraccoord, de beste mensen met gegarandeerd voldoende tijd voor de functie, voldoende budget in alle opzichten, een duidelijke fysieke plek nodig om vindbaar te zijn en een ‘geurvlag’ neer te zetten in klassieke zin, harde afspraken met de collega-ministers van wie mensen en middelen overkomen. En dan kan het toch nog wat worden ‘zonder portefeuille’!

Deel deze pagina