Those who can

Do it, others advise

Rob Wagenaar
15-8-2017

Deze uitdrukking gebruik ik nog weleens om met de nodige zelfrelativering de rol van adviseurs versus die van leidinggevenden te illustreren. Adviseren vereist een echt andere wijze van werken, vergeleken met het functioneren in een lijnfunctie. Daarom zijn de meeste adviseurs ook slechte managers, ook al denken ze daar zelf vaak anders over. Ik zelf ben sinds 6 weken politiek bestuurder…..  Reflecties uit een functioneren dat ik goed kende, maar nooit zelf had ervaren.

Verzamelen van ervaringen

Je kunt op allerlei manieren tegen je beroepsmatige leven aankijken, maar na 40+ jaar vind ik het verzamelen van nieuwe ervaringen nog niet een slechte typering voor wat ik mijzelf al die jaren heb zien doen. Voormalig partner en hoogleraar Cas Vroom zei over zichzelf: ik verzamel organisaties en daar bedoelde hij voor een deel hetzelfde mee. Altijd weer geïnteresseerd in “hoe ze het hier nu weer met elkaar doen”. Ik koppel daar ook het eigen functioneren aan vast: steeds weer in andere rollen terechtkomen en binnen je competenties en kennisgebieden jezelf uitproberen in nieuwe contexten. Als toeval niet bestaat, dan was het voorbestemd dat ik begin juni het verzoek kreeg om mee te dingen naar de waarneming van een wethouder van mijn partij. Betrokkene is een tijdje uit de roulatie en er speelde te veel om de portefeuille oningevuld te laten. Ik heb er niet te lang over hoeven na denken. En dus functioneer ik sinds 2 maanden als parttime wethouder in een kleine gemeente voor een periode van max. 16 weken. Tot nu toe - half time de periode - ervaar ik deze bestuursfunctie als uitermate boeiend en ook erg nuttig voor mijn eigen “handelingsrepertoire”. Maar ook om mezelf op een andere manier te ervaren en te leren kennen: those who can… spookt natuurlijk geregeld door mijn hoofd!

 

Van alles wat vinden.

Jan Terlouw, wetenschapper, romanschrijver, politicus en bestuurder werd in zijn ministertijd (EZ) eens gevraagd wat hij lastig vond aan deze functie. Hij zei toen: “je moet altijd meteen ergens wat van vinden en soms vind ik even niks”. Heel typerend voor zijn wetenschappelijke en reflecterende geest. Maar ook wel de kern rakend van een operationeel bestuurder/politicus: ook als je het even niks vindt, moet je wel een positie innemen. Collega’s, ambtenaren, burgers journalisten willen – en lang niet altijd voorzienbaar -weten waar je staat. Dat hebben ze nodig voor hun werk, de voortgang vereist dat, de krant wacht niet etc. Als bestuurder kom je niet weg met “ik denk er een tijdje over na en volgende week laat ik wat me horen”. Eén goed voorbeeld daarvan is de wekelijkse collegevergadering. De agenda altijd vol, veel is door anderen goed voorbereid, maar toch ben ook jij verantwoordelijk en moet jij er als lid van het college een klap op geven. En in die agenda - vol van ogenschijnlijke hamerstukken – is er opeens een politiek punt dat stevig en tot in de details wordt bediscussieerd. En terecht. Opvallend vind ik ook de enorme afwisseling in zgn. belangrijke punten en details. Maar wat is belangrijk? Voor een dorp kan de vlag van de kerk kunnen laten wapperen een heel belangrijk symbool zijn, terwijl het rondkrijgen van de begroting tot in 2021 voor zeer velen een volstrekte abstractie is.

 

Met de voeten in de modder

Voor adviseurs weet ik nu, is het heel zinvol eens keer in de huid van je cliënt te kruipen en mee te maken wat hij of zij elke dag, jaar in jaar uit ervaart. Hoewel ikzelf jarenlang met wethouders, burgemeesters en colleges heb verkeerd - als adviseur, coach, facilitator, trainer-, maakt het echt bezetten van zo’n stoel een wereld van verschil uit. Je wordt er dus een beter adviseur van denk ik zo. En je ervaart daadwerkelijk hoe en of jij in zo’n rol kunt functioneren. En voor sommigen onder ons blijkt dan dat er uitzonderingen zijn op de regel: those who can…

Deel deze pagina