30 jaar WagenaarHoes Organisatieadvies

Rob Wagenaar
8-8-2017

Als je als oprichter en nog vol in het beroep staande adviseur gevraagd wordt om te reflecteren op dertig jaar een adviesbureau, dan is dat een mooie kans om voor jezelf weer eens te bepalen welke hoogtepunten zijn blijven hangen en wat achteraf gezien anders had kunnen en moeten lopen. Maar ook wat er in de professie is veranderd. 

Ik begin graag met wat persoonlijke reflecties.

Het starten van een bureau is natuurlijk cruciaal - zonder start geen ontwikkeling en geen dertig jaar -, maar ook maar een moment. En gegeven de “Werdegang” in al die jaren, is het een betrekkelijk simpel moment, vooral verbonden met de levensloop van één persoon, de oprichter zelf. Voor mij zelf zat het grondleggen van een bureau al vroeg in  mijn ambities. Waarschijnlijk mede ingegeven door wat ik met mijn vader had meegemaakt – altijd de 2e man, zonder eigendom in zijn bedrijf en tenslotte aan het kortste eind trekkend – was ik ook wat geprogrammeerd om mijn beroepsmatige leven in eigen hand te nemen. Na een poging als begin dertiger met een IT gerelateerd bureau, was ik op mijn 40ste helemaal klaar voor de eigen stap. En dan is er weinig voor nodig om op een herfstachtige avond in november 1986 bij je vrouw op de bank jezelf te horen zeggen: lief, ik ga voor mezelf beginnen. Heb ik er wel eens spijt van gehad? Geen seconde. Had ik enig idee wat deze toekomst zou brengen? Absoluut niet! Ik voer op wat ik wel wist: organisatieadvies is mijn vak, ik ben goed genoeg om in dit vak als externe/ondernemende professional te functioneren, ik wil niet als zelfstandige werken: een groep mensen die mij bevalt en die ik als mijn “zakelijke familie “ beschouw, daar wil ik het mee doen. Hoewel het vinden en handhaven van focus in het vak een levenslange uitdaging voor mij is geweest (en eigenlijk nog steeds!), had ik voldoende gevoel voor commercie om succesvolle product/marktcombinaties te selecteren en daarop te organiseren. Anders was de groei van het bureau ook niet gelukt. Wilde ik de wereld verbeteren met een alles bepalende passie/ideologie? Nou nee. Mensen in organisaties helpen problemen op te lossen en groei mogelijk te maken: daar was ik mee bezig.

Organisaties kunnen worden bezien als levende organismen, waarbij hun levensloop de meanderende gang maakt, vol van vallen en opstaan, hetgeen ook een mensenleven kenmerkt. De dertig jaar overziende valt op dat met het komen en gaan van collega’s, met ontwikkelingen in de maatschappij, bij cliënten en in het vakgebied, ook het bureau nogal eens “van kleur is verschoten”. Als toch maar kleine speler in de advieswereld zijn je beïnvloedingsmogelijkheden richting je stakeholders en de wereld van je cliënten zeer beperkt en moet je om levensvatbaar te blijven, meebewegen. Het continue zoeken naar het bieden van het concurrerende aanbod voor cliëntvragen leidt tot bewegingen in het bureau variërend van het aantrekken van consultants met een ander profiel, het gericht aanzoeken van partners/trekkers, het richting geven aan innovatie, het aangaan van relaties met aanbieders van advies”producten” en meer. Dit proces kan een bureau in korte tijd van profiel laten veranderen, zeker als er sprake is van bedrijfseconomische urgentie. Ik denk dat WagenaarHoes zo rond 2002 een flinke zwaai heeft gemaakt richting vooral adviseur zijn voor -lokale- overheden. Een keuze die goed heeft uitgepakt! 

Maar er blijven ook kernelementen onveranderlijk. En vaak zijn dat aspecten die door buitenstaanders veel beter worden gezien dan door de adviseurs die in het bureau werken. “Roots” zijn vaak gekoppeld aan de oprichters en mensen die in het opbouw van het bureau een belangrijke rol hebben vervuld. Het betreft keuzes, maar het is ook een  cultuur/wijze van doen, ooit bepaald vanuit een gevoel en ervaring over ”hoe dingen moeten” . En dan kan het over erg praktische zaken gaan – wij hebben nog lang onze declarabele eenheden in tiende dagdelen opgeschreven, vraag me niet naar de ratio, dan wel het gaat over hoe adviseurs in het bureau worden opgevangen -ons omstreden catharsis principe-. Ook daar maar geen vragen over!

Om toch een gooi te doen naar wat -niet zo zichtbare- kernelementen:

  • Vrijheid voor adviseurs, waarbij de gebondenheid zeer beperkt is. Echter vooral voor diegenen die de kwaliteit blijken te hebben en de weelde van de vrijheid kunnen dragen!
  • Hoge kwaliteitseisen aan onze bijdrage voor de opdrachtgever, werkend vanuit een klassieke opvatting van het organisatieadvies vak
  • Hechting aan bureau en merk, wanneer men ook echt geland is: na 2-3 jaar is dat al of niet het geval. Het bureau heeft daarom een kerngroep van adviseurs die lang tot zeer lang aan het bureau zijn verbonden. En als men dan toch vertrekt blijft die hechting vaak in stand (via externe ring, of anderszins)
  • Minimum aan interne regels, waarbij onze kwaliteitscertificaten dat minimum overigens wel effectief afdwingen
  • Cliënten en opdrachten zijn belangrijker dan bureau of collega’s. “De bloemen krijg je buiten de deur”

Maar is het vak, de organisatieadviesprofessie ook veranderd?

Mede met als een input een studie van Erasmus/RSM naar de toekomst van Professional Service Firms (ik heb daar aan mee kunnen werken), zit ik goed in disruptieve ontwikkelingen. De kunst is om trends juist in te schatten als het om de toekomst gaat. Eenvoudiger laat zich het verleden duiden. Wat valt mij op in die dertig jaar, is er wat veranderd tussen 1987 en 2017?

“Plus ça change, plus c'est la même chose”.                        

Hoe meer dingen veranderen hoe meer ze ook hetzelfde blijven.

Ik ben ervan overtuigd dat de kern van het adviesvak eeuwigheidswaarde heeft. Ik heb er vaker over geschreven, Confucius, Machiavelli, Von Clausewitz, zij waren in heel andere tijdsgewrichten allen adviseur. In mijn lange internationale jaren, als adviseur, in internationale bureaus maar ook als bestuurder van een wereldwijde advieskoepel ( ICMCI) heb ik de kern van het vak in heel verschillende contexten en regio’s toch als dezelfde ervaren. Wat door de jaren veranderd is, zijn de soort opdrachten, de thematiek die daarin wordt aangepakt en de methoden die daarvoor worden toegepast. IT gerelateerde vragen zijn natuurlijk totaal anders dan in 1987. Een ISO/kwaliteitssysteem ontwikkelen voor een branche was in de tachtiger jaren een mooie klus voor een extern bureau, maar nu absoluut geen marktvraag meer. Het duale systeem van onze gemeentelijke overheid is pas in de negentiger jaren uitgevonden. En de hanteringsvragen kwamen dus pas daarna. Coaching is nu een volstrekt normale vraag van leidinggevenden, toen was het iets dat je maar geheim moest houden, want imago-beschadigend. Het bureau heeft veel werk gehad, ook internationaal, met het toen zeer populaire Total Quality Management (TQM). Nu zou je willen dat organisaties zich dat nog konden herinneren, maar vraag is er niet meer naar.

Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Adviseurs moeten hun cliënten wel voorblijven in kennis en ervaring op -soms- modieuze  managementmethoden en relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Maar tast dat essenties van het adviesvak aan? In ieder geval niet in ons bureau!

In het kader van dit artikel wil ik mij beperken, want er is natuurlijk nog veel meer te vertellen over andere veranderingen. Binnenkort verschijnt een rapport over bovengenoemde Erasmus/RSM studie, die wat dit betreft veel meer informatie geeft. Voor ons bureau en de afgelopen 30 jaar wil er nog ééntje uitlichten die zeker ook voor mij veel betekenend was.

Ik ben mijn beroepsleven als adviseur begonnen in 1974. Er zijn daarna nog 2 andere bureaus gevolgd, voordat WagenaarHoes in 1987 werd gesticht.

Van 1974 tot aan 1988 heb ik uitsluitend mannelijke collega’s gehad. Uiteraard met uitzondering van de secretariaten, die werden –ook weer uitsluitend– door vrouwen bevolkt.

Het is nu onvoorstelbaar dat dat zo was. De 1e vrouwelijke collega bij WagenaarHoes was Vera Hosek, een Tjechische vluchteling uit de Dubček periode, als academicus afgestudeerd aan de UvA. Zij heeft er mede voor gezorgd dat het bureau in de jaren 1989 – 2001 een aanzienlijk praktijk in vele Oost-Europese landen heeft kunnen opbouwen. Sinds de negentiger jaren zijn vrouwen en mannen in wisselende samenstellingen onderdeel van het bureau. Het aanname beleid hoeft niet positief te discrimineren, de vrouw/man kwestie is geen issue in ons bureau!

Tot slot terug naar het begin van mijn reflecties. Hoogtepunten? Het feit dat wij na 30 jaar up and running zijn, en ook alive and kicking, een vaste waarde in de Nederlandse adviesscene! Zeker onze bijdragen aan de Oost-Europese integratie. Onze toegevoegde waarde bij het samenwerken en samengaan van vele gemeentes en andere overheidsinstanties. Onze bijdragen aan het adviesvak in Nederland en daarbuiten, als docenten, als trainers, als auteurs, als bestuurders van de beroeps- en brancheverenigingen in ons land en internationaal. Daar kan het bureau trots op zijn!

Hadden we dingen anders kunnen en wellicht moeten doen? Vast en zeker. Maar dat verder concretiseren voelt toch erg als met de wijsheid van vandaag het gisteren beter willen doen. Dingen lopen, mensen acteren. Darwins beroemde survival of the fittest , in ons vak ook bekend als het vermogen om je op tijd aan te passen aan veranderende omstandigheden, heeft het bureau tot op de dag van vandaag gekenmerkt. En de wil van een paar individuen onder ons om  dit bureau op een goede manier in de lucht te houden. Boeiend mensenwerk, dat was het in de afgelopen 30 jaar!

 

Rob Wagenaar

Deel deze pagina
  • Rob Wagenaar
    Rob Wagenaar
    adviseur