Magie van management modes

Rob Wagenaar
28-3-2017

Het management- of organisatievakgebied kent zoals zovele vakgebieden haar modes. Een nieuwe naam popt op, het lijkt een antwoord op een in de tijd passend vraagstuk en en de branche stort zich erop. Nu heet het lean, scrum of agile. Eerder waren er re-engeneering en TQM. Daarvoor contractmanagement en organisatieontwikkeling etc. Af en toe kijken wetenschappers terug naar de werking in de praktijk van de in de mode zijnde recepten. En constateren dat de beloftes wetenschappelijk niet bewijsbaar zijn. Zijn we allemaal gek om achter die modes aan te lopen?

Kunde én kunst

Het is een regelmatig door mij gebruikt thema : organiseren en organisatieadvisering zijn disciplines ‘in the making’. Chirurgen in Maastricht en in Groningen zijn grosso modo toch op dezelfde wijze een ontstoken blinde darm aan het verwijderen. Op basis van jarenlange ontwikkelingen en leerpocessen zijn de “best practices” boven komen drijven. Die leer je tijdens je studie, die pas je toe in de praktijk. Maar in ons vak zijn er vele wegen die allemaal in Rome uitkomen. En welke de beste is? De “toolkits” van adviseurs worden gevuld vanuit  toevallige combinaties van opleiding, ervaring, bureaumethodiek en eigen voorkeuren. En de juiste aanpak is nogal eens bepaald door de aanwezig toolkit: ik heb een hamer en dan zie ik ook een spijker die daarnaar op zoek is. Dit gezegd hebbende, worden de in zwang rakende methoden door vakgenoten met veel interesse bekeken: kan ik hier wat mee bij mijn clienten en mijn soort vraagstukken, past dit in mijn toolkit?

Keeping up with the Jones

Sociaal- psychologisch zijn modes goed te duiden. Wij zijn sociale wezens en waar de buren enthousiast over zijn, moet ook voor ons werken. Bovendien je wilt bij de tijd blijven, ontwikkelingen goed volgen, maar ook niet teveel risico lopen. Dus ben je gevoelig voor wat er gebeurd in je “referentiegroep”. Bovendien denk ik dat een succesvolle management methode slim aanhaakt bij een trend in de tijd. Het is niet voor niets dat heer Semler nu scoort in Nederland, terwijl zijn visie en ideeen al 20 jaar oud zijn. Pas nu zijn we rijp om zijn toch redelijk baanbrekende gedachten ook echt toe te gaan passen.

Leve de wetenschap

Persoonlijk denk ik dat ons vak echt verder wordt gebracht door toepassing van wetenschappelijk onderzoek. Daar wordt ook weer zeer verschillend over gedacht. Een stroming richt zich bijvoorbeeld op “evidence based practice”: we moeten toe naar methoden die bewezen werkzaam zijn. Maar alleen al het ontwikkelen van een meetinstrumentarium voor onderzoek dat die werkzaamheid onderzoekt, is een grote uitdaging. Het zit hem naar mijn gevoel  vooral in de hoeveelheid interacterende variabelen, die in een concreet organisatieproject aan de orde zijn. Het isoleren van variabelen om ze daardoor goed te kunnen meten: velen verdrinken in  die opgave. Maar dat betekent in mijn ogen in het geheel niet dat we het daardoor op zouden geven, die pogingen om onze wetenchappelijke basis uit te breiden.

‘Je ziet toch dat het werkt’

Terug naar de modes in ons vak. Ik heb er eigenlijk weinig moeite mee. In de handen van een goeie en gewetensvolle adviseur is een methode een hulpmiddel om voortgang, beweging en resultaat te bereiken. En dat de client denkt dan hij de goeie methode heeft gekozen en de adviseur weet dat hijzelf( ik ben mijn eigen ‘tool’) minstens zoveel impact heeft gehad, daar maalt niemand om. Mischien toch meer kunst dan kunde?

Deel deze pagina