Een bijzondere kijk op de wereld

Harry ter Braak
23-2-2017

Dit keer heb ik er voor gekozen boeken te recenseren die een wat andere kijk op de werkelijkheid bieden. Maar dat vraagt ook een andere manier van (be)sturen en daarom zijn ze interessant. Dan Ariely laat zien dat we allemaal liegen en daar wel mee doen. Gyuri Vergouw beschrijft waarom mensen vreemde wezens zijn, maar zichzelf in gekte en irrationaliteit lijken te overtreffen als ze samenkomen in organisaties. Voor managers en controllers bieden zij beide wetmatigheden, waar zij hun voordeel mee kunnen doen. Joost Spithoven wil inspireren en naar een andere wereld, waarin we voortdurend investeren in die mensen om er samen gelouterd uit te komen.

...Dan Ariely, Heerlijk Oneerlijk, hoe we allemaal liegen, met name tegen ons zelf, Maven publishing, Amsterdam.

Dan Ariely (hoogleraar psychologie en gedragseconomie) begint bij het Eenvoudige Model van de Rationele Misdaad (ENRAM model) waarbij hij uitlegt hoe mensen met een eenvoudig model kosten-baten model en risico afweging, kunnen kiezen fout te parkeren om tijdig op een afspraak te zijn. En als je dat denkmodel op het dagelijks leven los laat, zo stelt hij, blijken we vaker kleine vergrijpen te moeten vaststellen dan je misschien zou denken. Hij analyseert in het boek welke krachten ons aanzetten tot bedrog, en analyseert wat ons eerlijk houdt. Een kleine greep: botsende belangen, vervalste merkartikelen, dure beloften, creativiteit, maar ook gewoon vermoeidheid en of sociale aspecten van het dagelijkse leven. Creativiteit blijkt een belangrijke verklaarbare rol te spelen. Intelligentie is neutraal.

 

In tien hoofdstukken met titels als; “de sjeu van het sjoemelen”, “waarom we het verknallen als we moe zijn”, “onszelf bedriegen”, “creatief en oneerlijk we staan klaar met verhalen”, “frauderen als infectie” en “samen frauderen ja gezellig, waarom twee hoofden niet altijd beter zijn dan één” ,“met een semi-optimistisch slot: mensen frauderen niet genoeg”.

Het goede nieuws is dat we niet hulpeloos staan tegenover onze menselijke zwakheden (inclusief oneerlijkheid). Zodra we beter begrijpen wat de werkelijke oorzaak is van ons minder dan optimale gedrag, kunnen we nieuwe manieren gaan ontdekken om ons gedrag onder controle te houden en onze resultaten te verbeteren. Dat is het ware doel van sociale wetenschappen en dat is vast een reis die alleen maar interessanter wordt met de big data analyses die we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Al met al een boeiend en wetenschappelijk goed gefundeerd boek (“tenminste dat beweert hij”) waar iedere manager en controller zijn zelf inzicht kan verdiepen, maar ook een beter zicht kan ontwikkelen op hoe het in organisaties gaat en hoe je daarmee het beste om kan gaan.

..Gyuri Vergouw, Het Dodo effect, over gedragsverandering in organisaties uitgeverij Boom/Nelissen, Den Haag.

Gyuri Vergouw probeert met zijn boek gedragsverandering binnen organisaties, gericht op leiders en medewerkers, met oprechte intenties, grijpbaar en concreet te maken. Het boek laat zich eenvoudig lezen en maakt zijn titel waar. Mensen zijn vreemde wezens, maar we lijken zichzelf in gekte en irrationaliteit te overtreffen als ze samenkomen in organisaties. “De hofhouding”, “oorlog en vrede”, “de onzichtbare organisatie” en “trots en vooroordeel” vormen de vier hoofdstukken na de proloog waarin hij de lezer meeneemt. Om tenslotte in de epiloog tot de conclusie te komen dat verbinding, verantwoordelijkheid, tegenspraak, commitment en compassie de kernbegrippen zijn waar het bij leiderschap om gaat. Elk hoofdstuk eindigt met do’s en don’ts. De manager en controller kunnen er hun voordeel mee doen.

In de “hofhouding” krijgen de verschillende spelers in een organisatie een plek. De hofnar en de klokkenluiders hebben een belangrijke plaats, omdat ze niet zomaar met de stroom mee bewegen. Dat heeft een belangrijke functie.

In “oorlog en vrede” krijgen fenomenen als jaloezie (of naar Parkinson: Injaloetitis), de angstcultuur,  de generatieklooftussen generatie X,Y en Z, de rouwverwerking en organisatierot een plek. In “de onzichtbare organisatie” bespreekt Gyuri de Abilene paradox waarin groepen mensen besluiten nemen, die tegengesteld zijn aan de afzonderlijke overtuigingen en of voorkeuren. Maar ook de trivialiteitswet van Parkinson, waarin de tijd die besteedt wordt aan een agendapunt omgekeerd evenredig is aan het bedrag waarover het gaat. En de paradox van Cobb die stelt dat meer managementinstrumenten niet perse meer beheersing oplevert. Of in “ trots en vooroordeel” het George Cloony-effect dat de overschatting van het uiterlijk een plek geeft, of het dodo-effect  waarbij warmte en aandacht soms belangrijker zijn dat de inhoudelijke interventie in een organisatie zelf.

.Joost Spithoven, Vitaliserende van sociaal kapitaal in Nederland, een kantelperspectief gericht op samenlevingsbrede talentontwikkeling, Alertief, Culemborg.

Joost Spithoven schetst waar we naar zijn oordeel anno nu in verkeren, om vanuit het maatschappelijk onbehagen de omslag te maken naar een samenleving waarin talentontwikkeling centraal staat. Het vergt een sociale innovatie met zingevings-, leer- en veranderprocessen die raken aan de samenleving, organisaties en alle individuele mensen. De lezer wordt meanderend door verschillende perspectieven mee genomen in zijn visie op wat ons te doen staat, waarbij hij in het twaalfde en laatste hoofdstuk uiteenzet hoe Nederland er over 10 jaar uit ziet, als we zijn pad volgen. In het boek werkt hij uit hoe op de verschillende niveaus, samenleving, organisaties, individuele en systemen, de vereiste samenhang kan worden aangebracht. Joost biedt dit boek aan als inspiratieboek en niet als leer- of handboek. En dat is maar goed ook. Hoewel hij zeer vele wetenschappelijke inzichten in zijn boek de revue laat passeren, kan het geen wetenschappelijk verantwoord boek genoemd worden.

Dat maakt het niet minder de moeite waard. Het boek is systematisch opgebouwd. Elk hoofdstuk bevat een basisredenering. Het wordt ook altijd afgesloten met een praktijk voorbeeld. Een aantal hoofdstukken wordt geopend met een interview. Een enkele hoogleraar(Rob Blomme Organisational Behavour NIjenrode en Arjan van Timmeren Chair of Enviremental Technology & Design Delft)), wetenschappelijk directeur (Hans Boutelier Verweij-Jonker Instituut), bestuursvoorzitter, adviseur en burgemeester vormen de gesprekspartners die bijdragen aan de stellingen die Joost betrekt.

Joost Spithoven introduceert redelijk wat nieuwe begrippen in het begin van het boek. Begrippen die een onderdeel gaan vormen van de ankers die de nieuwe samenleving nodig heeft, zoals “flexcurity”. Flexibiliteit en en security, eigenschappen die organisaties en netwerken nodig hebben om mensen te verbinden en toekomst te bieden. Dat maakt het geen eenvoudig leesbaar boek. Fundamenteel kantelen is nodig. Doorlopend veranderen, verschuiven van welvaart naar welzijn en naar een nieuw type systeemverantwoordelijkheid. Naar de chaostheorie van professor Geer Teisman, waarbij de moderne, complexe samenlevingen balanceren op de grens van chaos en orde. Met een beetje geluk op weg naar de “betekeniseconomie”. 

Het gaat om “het doorgronden wereldbeeld” en kijk op de eigen leefwereld, in een samenleving gericht op “leren van de toekomst”. Systeem en leefwereld nauw verbonden en het individu dat in staat is kritisch te reflecteren op zichzelf. Van welvaartsstaat naar participatiesamenleving en gemeenten die geheel anders georganiseerd zijn en werken. De gemeenteraad bestaat niet meer. De burgemeester weet burgers te verbinden op de opgaven waar de gemeente voor staat. Van "smart cities" naar "intelligent citizens", zonder vaste structuren, liquid government, met een versterkte ethiek en moraliteit in de samenleving die via narratieve leerprocessen democratischer functioneert en waar minderheden ook een plek hebben. Kortom een inspiratieboek dat er minimaal in slaagt erg onthecht naar onze dagelijkse werkelijkheid te kijken en regelmatig te denken geeft.

Deel deze pagina