Moraliteit

Boekbespreking

Harry ter Braak
10-11-2016

Deze tijd lijkt om moraliteit te vragen. Gabriel van de Brink en Thijs Jansen pleiten in hun zoektocht naar het handwerk van de ambtenaar voor een ambtelijk statuut. Bas de Gaay Fortman schrijft dat ons moreel erfgoed een stevig baken in deze tijd van ontwrichting kan en moet zijn.  Martien van Wierden neemt ons mee in de geschiedenis met zijn financiele canon van Nederland. Moraliteit blijkt een belangrijke factor. Drie mooie boeken met een heldere boodschap.

Ambtelijk Vakmanschap En Moreel GezagAmbtelijk vakmanschap en moreel gezag, Gabriel van de Brink en Thijs Jansen, Stichting beroepseer, 2016.

De stichting beroepseer heeft samen met IKPOB, de Vereniging voor OverheidsManagement en de Vereniging van Gemeentesecretarissen het initiatief genomen een zoektocht te ondernemen naar "het Handwerk van de Overheidsmanager". In deel één, de diagnose, gaat het over de gezagscrisis van de overheid en het lot van het ambtelijke vakmanschap. In deel twee, de remedie, gaat het over wat voor gezag de overheid nodig heeft, het toenemend belang van moreel gezag? Het antwoord op die vraag in deel drie, gaat over hoe ambtenaren kunnen bijdragen aan "de realisatie" van het moreel gezag van de overheid en vormt uiteindelijk het pleidooi voor het ambtelijk statuut.

In het eerste deel gaat het over de vier dimensies van gezaghebbende politiek. Er is momenteel sprake van morele leegte in de politiek. Dat heeft averechtse gevolgen, levert toenemende gezagsproblemen van burgers tegen gezagsdragers op. De auteurs onderscheiden vervolgens drie soorten gezag; positioneel, persoonlijk en institutioneel. Zij werken, goed gefundeerd met onderzoeksresultaten, uit waarom meer aandacht nodig is voor de normatieve aspecten bij politiek bestuurlijke gezagsdragers en de morele kanten van ambtelijk uitvoerende gezagsdragers. Het New Public Management heeft ons niet geholpen. Vervolgens pleiten zij voor een statuut dat de basis biedt zowel voor de bevordering van vakmanschap als voor integriteit. Een dynamische toepassing middels een programma van leren en werkplaatsen is dan noodzakelijk. Tweeënzeventig waarden worden terug gebracht naar zeven hoofdthema's.

Het prettig leesbare boek (1) biedt een goed onderbouwd, met verwijzing naar relevante auteurs uit binnen en buitenland, kompas voor ambtelijk vakmanschap en moreel gezag.

 

Moreel Erfgoed

Moreel erfgoed, koers houden in een tijd van ontwrichting, Bas de Gaay Fortman, Prometheus Amsterdam, 2016.

Bas de Gaay Fortman droeg het boek op aan de "millennials", hoewel zijn kleindochter en grootvader ook belangrijke inspiratie boden. De Gaay Fortman begint met een citaat van Pieter Geyl (1887-1966): "In de zwartste uren bleven wij weten dat er eeuwige beginselen zijn". Na de proloog over diepe politiek werkt hij het thema uit in twee delen van "ontworsteling en ontworteling" naar "verbinding zoeken".

De opzet van dit boek is kernwaarden eigentijds in kaart te brengen, inzicht zoeken in de verbanden en bovenal na gaan waar de weerstanden liggen. We hebben het dan over waarden als integriteit en die ouderwets klinkende ‘welvoeg- lijkheid’, over democratie en rechtsstaat, over rechtsorde en rechtsbeginselen en over begrippen als ‘behoorlijke wetgeving’ en ‘behoorlijk bestuur’. Hoe staat het daarmee? Dat is het brede gebied waarop dit boek zich beweegt. Daarnaast ligt het specifeke gezichtspunt en dus de tweede hoofdvraag in de wijze waarop benul van normatieve kaders ,die tot onze ‘beschaving’ worden gerekend, vandaag wordt opgepakt dan wel betwist. Wat is deel geworden van ons moreel erfgoed (het terrein waarop dit onderzoek zich richt) en hoe en in hoeverre is dat vandaag relevant (het thema)?

Het elfde gebod, gij zult niet betrapt worden, lijkt inmiddels het belangrijkste geworden. De geschiedenis vanaf de tweede wereldoorlog, de beginselen uit de grondwet, zij krijgen een belangrijke plek in zijn verhaal. Troelstra wordt naar het heden gebracht. Hij zei eens dat zijn grootste probleem met Christenen niet was dat ze dat waren, maar juist dat ze dat niet waren. De Gaay Fortman verandert die uitspraak naar de jonge moslims van nu. In het hoofdstuk over de ontzuiling krijg je  een mooi inzicht in de politiek en het bestuur in de afgelopen zestig jaar. De jaren waarin hij na eerst in Africa gewerkt te hebben zelf in Nederland politiek en in de jaren zestig bestuurlijk actief was met de PPR. De ontzuiling bracht een ontworteling aan het geïnstitutioneel gereglementeerd leven. De ontworteling die hiermee ontstond is op de scholen niet adequaat opgevangen.

Centraal staan in het deel over verbinding, wat de natiestaat van een normatief fundament moet voorzien. Die politieke ontwikkeling begint met de uitdaging bij alle tegenstelling en conflict te zoeken naar verbindend recht. Recht zien en recht scheppen! Dwarsgracht, antirecht, slachtofferrecht, avontuurlijk recht volkenrecht en abacadabrarecht krijgen alle een plek.

Recht versus macht? De rechtsstaat, met als grondbeginsel dat de overheid gebonden is aan maat en regel (Kees Schuyt), staat als een huis. Die metafoor werkt hij uit met het beeld van een liberale benedenverdieping met kamers die de ‘liberale waarden’ representeren zoals de vrijheidsrechten, de scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, de onafhankelijkheid van de rechter en het legaliteitsbeginsel. Daarop steunt een parlementair-democratische bovenlaag met de politieke burgerrechten en de scheiding van politiek en bestuur (ambtelijke neutraliteit). In de twintigste eeuw is daar nog een verdieping met sociale grondrechten bovenop gezet (de verzorgingsstaat) plus beginselen van behoorlijk bestuur. In deze eeuw is verdere uitbouw gewenst met informatierechten en ‘beginselen van behoorlijke informatisering’.

De Gaay Fortman behandelt de belangrijke maatschappelijke politiek bestuurlijke vraagstukken van de afgelopen jaren en biedt er een degelijk moreel perspectief op, ook op het internationale toneel. Zijn redeneringen zijn glashard en getuigen van een grote belezenheid, eruditie en inzicht in wat ons moreel erfgoed vertegenwoordigt. Belangrijk is verder dat het, met enige humor geschreven is en de lezer tot bescheidenheid noopt, althans deze, als het gaat om dat moreel erfrecht. Zeker een aanbeveling voor de publieke manager die zijn acteren moreel wil kunnen verantwoorden.

 

De Financiele Canon Van NederlandDe financiële canon van Nederland, lessen uit het verleden zijn een garantie voor de toekomst, Martien van Wierden, 2012. 

Een lekker leesbaar boek dat geen hoogdravende ambitie heeft en afsluit met praktische tips, maar ook een boek dat op een geheel eigen manier onze economische geschiedenis op een rij zet, waar de moraliteit van de eenvoud belangrijk blijkt. In vier delen en tweeëntwintig korte hoofdstukken wordt de lezer meegenomen van de financiele canon zelf, vanaf de Batavieren tot de financiele crisis, naar de garanties voor de toekomst, de Europese les en uw beleggingen.

Uit het verhaal van onze geschiedenis leidt Martien van Wieringen, oud bankier en beleggingsbeheerder, een aantal succesfactoren af en doet hij aanbevelingen voor de toekomst. We zijn een spaarzaam volkje dat al vroeg geen groot bezwaar had tegen belastingen (maar wel aan de Romeinen) omdat je er iets voor terug kreeg, met een betrouwbare consensuscultuur, maar wel erg hechte aan vrijheid. De overheid garandeerde al vroeg dat monsters in de handel altijd de werkelijke kwaliteit van de handel vertegenwoordigde.

Onze Nederlandse paus Adrianus VI trachtte soberheid in Rome te brengen, wat hem zijn leven lijkt te hebben gekost. Maar hij heeft ook, bij de opheffing van het renteverbod, bijgedragen aan de "geoorloofde rente", waarmee krediet en economische vooruitgang een voedingsbodem lijken te hebben gekregen. Adrianus VI en Johannes Paulus II zijn de enige, niet Italianen tussen de 264  kerkvorsten. De laatste schreef naar het gedachtengoed van Thomas van Aquino dat het geweten boven de menselijke wet gaat. De moraliteit heeft altijd zijn invloed gehad op de economie. De VOC heeft ons veel gebracht en geleerd.

Integriteit, onderwijs, gereguleerde migratie en een calvinistische open handelscultuur zijn van belangrijke waarde in ons denken. Er is minstens zes keer geprobeerd een verenigd Europa te ontwikkelen, te beginnen bij de Romeinen. Maar we missen nog steeds een gezamenlijke economische strategie. Een harde munt is belangrijk en de euro geen goed idee. De pensioenen vormen een economische tijdbom, waar Nederland er het nog het beste bij voor staat. Voorspellen is een zinloze bezigheid. Dat vormt de basis voor eenvoudige adviezen over wat je te doen staat als belegger.

 

[1] Het levert een vergelijkbaar inzicht als het boek van Gabriel van den Brink, "waarom morele vragen politiek urgent worden" (Boom bestuurskunde ISBN 9789462366428), waar het accent net iets meer ligt op het bieden van onderzoeksresultaten over de situatie in Nederland.

 

Deel deze pagina