Alleen de beste zijn telt!

Column Rob Wagenaar

Rob Wagenaar
23-8-2016

Valt het u ook op hoe vaak en hoe makkelijk een torenhoge ambitie als doel wordt neergezet. We willen allemaal de beste zijn, worldleader, best in class, 100% kwaliteit, eerste in de branche etc. En hoe vaak wordt dat doel dan bereikt? En hoe komt dat over bij medewerkers die dat doel moeten realiseren? Over ambities, falen en wijsheid!

Net niet

Als ik tv kijk, dan is dat meestal sport, voor mij de ultieme ontspanning. De afgelopen weken waren dus fantastisch, met de Olympische Spelen als eindeloze bron van genot en inspiratie. Maar ik kijk natuurlijk ook met professionele ogen en dan valt er veel op over het omgaan van sporters met hun behaalde resultaten. Nederland deed het niet slecht qua medailles, maar ik vond de ‘net niet’ resultaten minstens zo interessant. Daphne niet 1 maar 2, de teams eindigent op plek 4, Churandy was 0.01 te langzaam etc. Vrijwel zonder uitzondering waren ze niet blij met dat resultaat, meteen na afloop, maar soms ook nog de volgende dag. Als je als volleybalteam uit een land met 18 miljoen verliest van 1 miljard Chinezen, dan is dat ook om zeer droef over te zijn. En een 2e plaats als Europese sprintster in een veld met allemaal Afrikanen: dat is natuurlijk dramatischJ. Objectief gezien waren de resultaten ongelofelijk goed, subjectief - in de ogen van betrokken sporters en coaches - onder de maat. Het geeft aan dat ons oordeel geprogrammeerd wordt en dat wij onze eigen faalervaringen creëren, geheel los van enige objectiviteit.

Hoe hoog leg je de lat

We weten allemaal dat ambities hebben noodzakelijk zijn om wat dan ook te bereiken. En de lat hoog leggen, hoger leggen dan je nu denkt te kunnen, wordt door velen gezien als een vereiste om verder te komen. Maar dit fenomeen mist mijns inziens zijn doel als alleen het allerhoogste als ambitie goed genoeg is. Voor heel veel sporters en bedrijfsdoelen geldt dat het allerhoogste zelden haalbaar is. De stress die het dan toch formuleren van zo’n doel oplevert, resulteert in frustratie, sub optimaal functioneren (want te veel stress), volstrekt onnodige boosheid en verdriet en het missen van tevredenheid en geluksgevoel over het behalen van het resultaat. Bij onze Olympische sporters hebben we dit hele scala gezien. Maar gelukkig ook hoe het wel kan: met Churandy Martina als glanzend voorbeeld en Naomi van As, die weigerde haar glanzende carrière volstrekt onnodig “depri” af te sluiten.

Hoe gaan we hier zelf mee om?

Als adviseurs hebben wij dagelijks met dit fenomeen te maken. Wij formuleren doelstellingen, leggen latten hoger of beloven de cliënt dat ze met onze hulp de beste kunnen worden. Ik zou willen pleiten voor meer realisme en het niet meegaan met sociaal gewenste druk. Ambities zijn goed om de volgende stap in een ontwikkeling concreet te maken. Ze motiveren, maken zaken concreet en je kunt er een plannetje op trekken. Maar ‘te ambitieus’ leidt tot verlamming, ontkenning, veronachtzamen en niet serieus nemen. Het ergste wat dit type ambities doet, is dat men het als een pr-actie van het management ziet. De hele gedachte is dan volledig losgezongen van waar het voor bedoeld was en leidt tot perverse bedrijfsculturen.

En voor Daphne en de andere teleurgestelde sporters hoop ik, dat zij bij hun traditionele ontvangst ten paleize van hun grootse prestaties kunnen genieten. Wellicht dat Koning Willem Alexander nog wat aan dat positieve gevoel kan helpen bijdragen!

Deel deze pagina