Ons kantoorpand Bloemenoord

20-5-2016

Landgoederen van de Stichtse Lustwarande (24) Bloemenoord

 

De een wel en de ander niet…

Dat P.J. Lutgers de ene buitenplaats wel en de andere niet in een tekening heeft vereeuwigd in 1869 was mij al eerder opgevallen. Misschien zit het hem toch in de bronnen waaruit Lutgers putte: de tekenaars die vóór hem al buitenplaatsen tekenden: M. Mourot en M.A. van Straaten. Het buitenverblijf Bloemenoord is van 1833 en het naastgelegen Bijdorp van 1826. Van Straaten tekende Bijdorp in 1828…dat geeft te denken.

In deze reeks mag Bloemenoord, Hoofdstraat 69-71, toch niet ontbreken! Ook Bloemenoord is gebouwd op grond van de weduwe van Petrus Judocus van Oosthuyse, Margaretha de Jongh. Zij heeft het pand ook laten bouwen. Na haar dood is het door erfgenaam J.H.A.A. van Rijckevorsel verkocht aan een Utrechtse koopman, de heer H.C. Meckelenbroick. Bij het huis kwam in 1872 een  orangerie, die helaas weer is verdwenen. Net als Bijdorp had Bloemenoord aanvankelijk waarschijnlijk maar één verdieping. Er is veel aan het huis verbouwd in de loop van de jaren. Naast het hoofdhuis staat een voormalig koetshuis dat in 1947 tot woning met garage werd verbouwd, dit in opdracht van de toenmalige eigenaars van Bloemenoord: de firma Fremeijer en Wijna.

Firma Fremeijer en Wijna

Bert van Doorn (overbuurman van Bloemenoord): “Het houtbewerkingsmachine bedrijf Fremeijer en Wijna heeft jaren lang kantoor en bedrijf gehad in Bloemenoord. Het kantoor was in het hoofdhuis en het bedrijf in een lange hal achter het huis. In het koetshuis zat Piet Pijl, de chef van het bedrijf.” Bert en Riet van Doorn hebben een sigarenzaak aan de Hoofdstraat en wonen al 46 jaar tegenover Bloemenoord, zij hebben in de loop van de jaren een goede band opgebouwd met de ‘overburen’.

Een gift van het personeel aan de directie van Fremeijer en Wijna is nog steeds te vinden in het gebouw. Een prachtig glas in loodraam. Het personeel herdenkt daarmee  het 50-jarig jubileum van het bedrijf in 1961.

Bert van Doorn: “Het was toen nog allemaal open aan de voorkant van het gebouw, je kon zo de tuin in rijden. Pijl parkeerde zijn auto in de zijkant van zijn huis, het vroegere koetshuis. Fremeijer en Wijna zijn op een gegeven moment samen gegaan met houtbewerkingsmachinefabriek Verboom uit Scherpenzeel en toen vertrokken ze van hier.”

De Horst en de motorgroep

“Hogeschool De Horst heeft ook een aantal jaren in Bloemenoord gezeten. De Hogeschool had overal dependances verspreidt in het dorp. De beheerder, Ben de Rooij, woonde jarenlang aan het eind van de Traaij, maar was dagelijks te vinden op Bloemenoord. Na De Horst hebben diverse bedrijven in Bloemenoord gezeten, maar medio jaren ’80 was het, tot dat eind jaren’90 Wagenaar en Hoes erin kwamen, de KLPD. De motorgroep van de politie. Het was een tijd dat we behoorlijk veel contact hadden met de overburen. Een van de agenten woonde met vrouw en kinderen in het koetshuis. De motoren stonden in de hal achter het grote huis, waar ook in beslag genomen spullen en munitie lag. Daar kwamen we pas achter toen de boel in de fik vloog. Wij hadden niets gehoord, maar werden wakker van de brandweer. Alle panden er om heen werden natgehouden. Het was echt een grote fik en heel spannend door al die opgeslagen spullen.”

WagenaarHoes

In 1998 betrok het gerenommeerde organisatie advies bureau WagenaarHoes het hoofdgebouw. Laura van Wijngaarden, secretaresse WagenaarHoes en directeur Jan Willem Kradolfer: “Het koetshuis was erg overwoekerd en oud. Het hoofdhuis lag er nog prima bij. We hebben toen het koetshuis er niet bij gehuurd van eigenaar Kooistra.”

De Steen

Er is in die tijd ook een bijzondere steen gevonden tijdens het graafwerk bij het koetshuis. Toen Bert van Doorn de steen zag lichtte hij mevrouw Van Aarnhem in en daarmee de Stichting Driebergen Rijsenburg ‘Vroeger en Nu’. In de krant volgde een mooi verhaal opgetekend door Netty Krook. De steen is waarschijnlijk ‘de eerste steen’ van een ander pand, maar hoe het precies zit…De dorpshistorici kwamen er destijds niet helemaal uit.

Directeur Jan Willem Kradolfer: “Bloemenoord is een prachtig pand. Met respect voor de authenticiteit hebben we een en ander weer ‘opgepoetst’. We werken veel bij onze opdrachtgevers - zorginstellingen, gemeenten -  op locatie, maar dit pand is onze ontmoetingsplek. We merken dat organisaties ook graag hiernaartoe komen. Het is een prachtige locatie. We zitten hier al heel wat jaren en daar komen wat ons betreft ook nog heel wat jaren bij”.

Bronnen/beeldmateriaal:

F. Gaasbeek en S. van Ginkel-Meester: Driebergen-Rijsenburg. Geschiedenis en architectuur. (Zeist, 1996);

Met bijzondere dank aan: de heer Bert van Doorn en mevrouw Riet van Doorn-Smit, mevrouw Laura van Wijngaarden en de heer Jan Willem Kradolfer.

 

Deel deze pagina