Het Ik – tijdperk is niet voorbij.

Rob Wagenaar
17-3-2016

Weet u het nog? We leefden in het ik – tijdperk. Een voorbeeld: in 2005 verscheen ‘Voorbij het dikke-ik’ van Kunneman. Daarin zocht hij een antwoord op de mentaliteit van zelfzucht en ontbrekend moreel besef bij de hedendaagse mens. Maar dat zou dan toch wel over zijn, beweren verschillende auteurs. Ik zie de nadagen daarvan floreren. Zwartgalligheid van een oudere? Eerder een opwekking om de steven te wenden!

Romantisch verlangen?

In een blog als deze strijdt mijn oprechte zorg in het nu, met een gezond wantrouwen naar mijn eigen waarheden uit het verleden. Ben ik gewoon nostalgie aan het uitkramen of is dit relevant voor wat we nu meemaken? Ik zie om mij heen nog steeds veel kenmerken van hoog individualisme en vooral, zo niet uitsluitend, met het eigen belang bezig zijn. En ver weg hoef ik dat niet te zoeken. De eens bloeiende beroepsverenigingen verliezen hun leden omdat de kosten- baten analyse ‘voor mij als lid’ negatief uitpakt. Rekenen doen we. Dat de professie, de ontwikkeling en de - toekomstige - maatschappelijke positie ervan groter en belangrijker is dan mijzelf, dat is niet relevant. Bureaus (zoals die van professionele dienstverleners) hebben het lastig om een volgende generatie in de ‘driverseat’ te krijgen. Waarom zou ik verantwoordelijkheid nemen voor de onderneming waar ik aan verbonden ben? Ik werk en verdien nu lekker en wil ook vooral mijn andere en privé activiteiten aandacht geven. En geen extra zorgen en risico’s alstublieft! Desnoods maar ZZP ér worden, als het niet anders kan.
En dat adviesvak, dat lijkt me wel wat. Leuk werk, veel vrijheid, weinig last van bazen, mooie auto, goed inkomen. Oh, moet je daar echt wat voor kunnen en ben je in principe voor je eigen omzet verantwoordelijk? Moet lukken, toch?

Lange termijn sociale context

Wat mij in deze mentaliteit opvalt en ook wel wat irriteert (eerlijk is eerlijk), is dat men zichzelf en zijn/haar functie en functioneren absoluut niet in een grotere context plaatst. Je doet je ding, je hebt daar optimaal plezier van en dat is het dan. Het lijkt wel of ‘de lange lijn’ van ontwikkelingen waarop wij ons allen toch bevinden, geen relevantie heeft voor ons eigen doen en laten. En dan bedoel ik de eigen bijdrage die je bewust of onbewust toch levert in de ontwikkeling van je vak bijvoorbeeld, of het voortbestaan van je bureau. En zoiets ouderwets als ‘noblesse oblige’ is al helemaal niet aan de orde : als je de gaven hebt en over de ervaring beschikt, dan is het ook eens jouw tijd om bij te dragen op het niveau en de mate waarin dat gewenst is. Of dat nu in de buurtvereniging is of in de lokale afdeling van je politieke partij, als penningmeester in je vereniging van eigenaren of als partner in je bureau. Neen dus! Wij mensen bouwen sociale structuren op die een weefwerk vormen dat we beschaving noemen. Daaraan je bijdrage leveren, daar gaat het dus om.

Een generatie overslaan

Maar somber ben ik zeker niet. Het is ook een tijdsbeeld, dat weer voorbij gaat. Ik ga wel meer en meer waarde hechten aan karakteristieken van generaties. Het zou kunnen zijn dat mijn generatie, zeg maar ‘flower power’, een generatie heeft voortgebracht die huns ondanks is blijven hangen in het soort individualisme van het ‘dikke ikke’. En dat de generaties daarna, zeker nu de twintigers, zowel anti-materialistisch zijn als bezig met grote vraagstukken (duurzaamheid, klimaat) en daarnaast weer belangstelling hebben voor sociale verbanden. Dat, gecombineerd met het ploeteren om aan de bak te komen en te blijven, levert dan juist de voorwaarden op om bewuster en meer in een grotere sociale context te willen leven en daar ook de eigen bijdrage aan te leveren.

Amen zou ik bijna willen uitroepen!

Deel deze pagina