Decentraal gaat het beter, toch?!

Over ingewikkelde keuzes die toch genomen moeten worden.

Rob Wagenaar
14-1-2016

Een ‘evergreen’ in de praktijk van een organisatieadviseur is het vraagstuk centraal – decentraal. Heel veel organisaties, ook de kleinere, moeten zich hiermee bezig houden. Behandelen we dat op het hoofdkantoor of kunnen de vestigingen dat zelf af? Vinden we uniformiteit belangrijk of accepteren we lokale keuzes? Gaan we voor praktische efficiency in de uitvoering of vereist dit thema specialistische inzet en dus een centrale aanpak? En nog veel meer van dit type vragen. Het afwegingsproces rond vele criteria is momenteel ook in onze overheid volop op tafel. Helaas geen quick fixes!

Menselijke schaal

Deze week was ik aanwezig op een huiskamerbijeenkomst rond het thema Duurzaamheidsraad. Mijn gemeente heeft het plan opgevat om zo’n adviesraad in te stellen, een ingevoerde burger had daar lucht van gekregen en had snel een tiental geïnteresseerden bij hem thuis uitgenodigd. Een typisch lokaal initiatief rond een voor velen relevant thema, iets waar de overheid op alle niveaus slechts beperkt sturing aan kan geven. Of ik een warmtepomp aanschaf, zonnecellen laat aanbrengen of een stekkerauto koop, dat is toch vooral mijn eigen keuze. En de gemeente kan roepen dat we over 20 jaar klimaatneutraal moeten zijn, maar dat betekent nog niets voor mijn eigen handelen. En dus is een ‘grass roots’ benadering, een beweging op gang brengen die start bij de bevolking zelf, de aangewezen weg. In de genoemde bijeenkomst werd de gemeente-doelstelling al flink aangescherpt, ‘power to the people’!

Pendelen en leren

In de wijze waarop wij ons land bestuurlijk hebben georganiseerd, verandert momenteel echt veel. Min of meer genoodzaakt door bezuinigingen en ook het onvermogen om centraal om te buigen, zijn de drie grote decentralisaties een motor geworden om ‘de eerste overheid’, de gemeente opnieuw uit te vinden. Vanuit de gedachte dat je jeugdzorg veel beter lokaal kan vormgeven en organiseren, hebben gemeenten taken, verantwoordelijkheden en ‘te’ weinig geld gekregen omdat dan nu maar zelf op te pakken. De ouderenzorg willen we niet meer in verzorgings- en verpleegtehuizen – dat is te duur – en dus moeten gemeentes via wijkteams en keukentafel-gesprekken het maar zien te redden. Het leidt allemaal tot veel reuring, alle groepen staan voor een herziening van ingesleten gewoonten, ambtenaren worden geacht totaal andere rollen in te nemen. En toch: als de zware deken van de bezuinigingen er vanaf wordt gehaald, is het opnieuw doordenken en organiseren van taken gericht op het niveau van de organisatie een heel wezenlijke. Om ons land te verdedigen verwacht Den Haag geen straaljager van de gemeente Bunnik en de minister is er niet voor, om te besluiten over een windmolen op de Utrechtse Heuvelrug. Meer decentraal, het is de trend van tijd, prima! Maar oh wat is het moeilijk om ‘in gesprek te gaan’ met individuele inwoners over hun wensen en hen dan ook maatwerk te leveren op een niet te tijdrovende wijze en binnen een toch aanwezige procedure en financieel kader. Op papier is decentraal een mooi idee, maar de uitvoering vraagt het nodige.

Gelijke monikken, ongeljke kappen

In het oogspringend en steeds meer onderwerp van maat-schappelijke discussie, is de ongelijkheid die gaat ontstaan. Echte decentralisatie is vrijheid geven om te beslissen en dan ontstaan die verschillen vanzelf. Het gaat dus uitmaken in welke gemeente je woont, voor de mate waarin je ondersteund wordt bij een zorgvraag. Burgers in Gasselte en Breda ervaren verschillen als het gaat om vergoedingen. De vraag is natuurlijk: is dat erg? Als een thema het best lokaal kan worden opgepakt en de eerstelijns overheid daarop acteert, dan is dat democratie in optima forma. Leve de verschillen zou ik zeggen. En laten we blij zijn met een functionerende overheid, dicht bij de bevolking en daardoor ook vol geaccepteerd. Dat is de essentie!

Deel deze pagina
  • Rob Wagenaar
    Rob Wagenaar
    adviseur