Governance, public sector accounting en leiderschap

Boekbespreking

Harry ter Braak
1-1-2016

Stefan Peij behandelt gedegen de recente ontwikkelingen op het vlak ven governance. De essentiële vragen die op dit moment leven passeren de revue. Hodges en van Helden maken public sector accounting toegankelijk voor de niet deskundigen. De belangrijkste wetenswaardigheden passeren aan de hand van concrete casuïstiek. Viet en van Dijk bespreken de 'Queste' van publiek leiderschap. Interessante perspectieven en analyses zetten de lezer aan het denken.

-

Stefan Peij, Handboek Corporate Governance, Vakmedianet, Deventer, 2015

Onder redactie van Stefan Peij schreven een tiental auteurs hun bijdrage in dit vijfde volledig herziene handboek. Met deze vernieuwde uitgave proberen de auteurs de ontwikkelingen van de corporate governance code op de voet te volgen. De code zelf tref je niet aan. Wel de achterliggende overwegingen die de code gewicht geeft. In drie delen en in totaal 11 hoofdstukken (en drie bijlagen waaronder de resultaten van een empirisch onderzoek bij 83 beursgenoteerde ondernemingen) wordt in gegaan op de stand van zaken. Het nine box model dat hier gehanteerd wordt, biedt het kader voor wat bij good governance komt kijken. Centraal staan de strategische en operationele aspecten van corporate governance en het in control zijn.

Het boek kent als referentiekader weliswaar de ondernemingen die worden uitgevoerd in vennootschappen met aandeelhouders, maar is de kern van good governance de samenwerking tussen bestuur, toezichthouders en belanghebbenden bij de onderneming, zoals klanten, medewerkers, maatschappij en overheid en aandeelhouders. Partijen die goeddeels ook aanwezig zijn bij semipublieke organisaties. De dynamiek is in veel gevallen vergelijkbaar.

Bij de strategische aspecten gaat het om inzicht en de wat vraag, zoals de governancemodellen en -systemen, de maatschappelijke en economische context en thema's als integriteit, mens en team. Bij de operationele aspecten gaat het om de financien en de financiering, transparantie en verantwoording en de operationele processen. Bij het in control zijn over beheersmatige zaken zoals wet en regelgeving, compliance en aansprakelijkheid en interne en externe (risico)beheersing.

Stefan Peij levert met zijn mede auteurs een goed leesbaar boek met een degelijke verwijzing naar de bronnen waar de lezer verdieping kan realiseren op de beschreven thema's. Het beschrijft de trends die de afgelopen decennia te onderkennen waren en die welke nu en in de nabije toekomst aan de orde zijn. De invloed van de internationalisering, de diversiteit in samenstelling van bestuur en raad van commissarissen, de betekenis van goed aandeelhouderschap, de professionalisering van commissarissen, de discussie over topinkomens, governancecodes, board committees en de invloed van belanghebbenden. Allemaal thema's die getuige de vele ontwikkelingen en publicaties in de media rond (semi)publieke organisaties ook bij dit type organisatie de aandacht vragen. ProRail, de (genationaliseerde) banken, de ziekenhuizen etc. vereisen alle aandacht met betrekking tot de governance. De recente discussie over de ruimte van overheidscommissarissen mag hierbij ook niet over het hoofd gezien worden.

Steeds belangrijker wordt het besef dat waar we sinds 2003 bezig zijn de ongeschreven regels vast te leggen in codes, het menselijke aspect niet onderschat mag worden. Boardroom dynamics en de rol van de company secretary worden in een eigen hoofdstuk behandeld.

Het in control zijn wordt in juridisch perspectief geplaatst, maar ook vanuit economische perspectief uitgewerkt. De interne en externe beheersing krijgen hun eigen plek, naast auditcommissies en de opdrachtgeving aan de accountant. In een concluderend hoofdstuk wordt de vraag gesteld of mensen leren en de mensheid niet. In het debat over governance is sprake van een contradictie. Enerzijds erkent men dat ondernemen en risico nemen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Anderzijds zit de angst om fouten te maken diep. Bovendien lijkt de samenleving, naar het oordeel van de auteurs, de sterke behoefte af te rekenen met de graaiers zonder eerst de feiten vast te stellen. Bestuurders en toezichthouders worden vanuit die context gevraagd, voortdurend de vraag te stellen of de te nemen risico's verantwoord zijn en bovendien zal men zijn besluiten zorgvuldig moeten documenteren.

--

Jan van Helden, Ron Hodges, Public sector Accounting&Budgetting for non-specialist, McMillan Education, Palgrave, 2015

In dit in het Engels geschreven boek bieden de auteurs in tien hoofdstukken, de basics op het vlak van financieel management in de publieke sector. Elk hoofdstuk begint standaard met de leerdoelen vanuit het thema dat in dat hoofdstuk behandeld wordt en sluit af met een aantal samenvattende opmerkingen en een literatuurlijst van de gehanteerde referenties. Doelgroep voor van Helden en Hodges zijn, niet financieel opgeleide managers en medewerkers die in hun werk regelmatig geconfronteerd worden met financiele documenten.

Doel is hen te informeren over doelstellingen, structuren en beperkingen van financiele statements, zodat zij effectievere gebruikers kunnen worden van de (financiele) documenten, die in hun werk een wezenlijke rol spelen. Daar slaagt het boek goed in. Het is bovendien goed leesbaar en helder in zijn voorbeelden en uitwerking. Tegelijkertijd biedt het boek zodoende een niet al te diep gravend inzicht. Dat hoeft niet erg te zijn. Dat het boek is uitgegeven in het Engels roept de vraag op of het, gezien de doelgroep, zijn ambitie in de praktijk kan waar maken. Om hun doel te bereiken hanteren ze drie principes. Ze maken duidelijk hoe financiele informatie in zijn kern gebruikt dient te worden en niet hoe ze technisch ontwikkeld dienen te worden. Illustraties van verschillende soorten financiele documenten dragen bij aan de ontwikkeling van inzicht. De tekst moet de context goed duiden omdat de lezer uiteindelijk zijn hoofdtaak buiten het financiele domein heeft liggen. De hoofdstukken hebben betrekking op wat budgettering en accounting in de publieke sector (1) betekent, wat de basics van accounting (2) zijn, wat die van overheidsbudgettering (3) zijn, wat een financieel gezonde publieke organisatie(4) is (middels ratio-analyse), wat de financiele conventies en praktijken (5) zijn, welke type budgettering men kan onderscheiden (6) in zijn principes en functies, de betekenis van kosten allocatie en kostenmanagement(7), de betekenis van kapitaal investeringen outsourcing en samenwerking(8), wat je mag verwachten van auditing (9) en tot slot over de hervormingen die nog voortdurend (10) plaats vinden.

---

Sophia Viet en Gerda van Dijk, Publiek leiderschap, Boom Lemma, Den Haag, 2015

Met deze bundel onder redactie van Viet en van Dijk verkennen (met zeven anderen) auteurs perspectieven op publiek leiderschap. Zij proberen met het boek de lezer te inspireren tot een eigen "Quest". Een "Quest" die bijdraagt aan een menselijke samenleving. Het gaat om hoe in een sterk geëconomiseerde samenleving oog te houden voor menselijke waarden. Een meervoudige waardenafweging vraagt betrokkenheid en samenwerking met verschillende partners en waar nodig de inzet van 'soft power' zodat een oplossing zich kan ontwikkelen bij vraagstukken die meer en meer een 'wicked' karakter lijken te krijgen.

Met Grint stelt van Dijk dat het dan steeds weer gaat om het stellen van de goede vragen. Robert Biemans maakt duidelijk dat onderling vertrouwen tussen en leiderschap binnen alle lagen van een organisatie essentieel is voor succes. Fouten op een hoger niveau neigen zich te verbinden aan fouten op een lager niveau. Alexandra van 't Geloof-Witte beschrijft het belang van verbinden aan de hand van de casuïstiek in ziekenhuizen. René Grotens maakt duidelijk dat samenwerken niet alleen iets van de leiders kan zijn bij ICT samenwerking tussen overheden. Ronald Stevens laat zien dat de focus van een audit zodanig verkeerd kan zijn dat een vraagstuk voor het leiderschap van een eenvoudig probleem tot een 'wicked' probleem kan verworden.

Wil Peters ondernemer in de publieke sector toont de verschillen tussen de bureaucratisch, de private en de publieke ondernemer. Sophia Viet vraagt zich in de affaire Vestia af of het ging om gebrekkig toezicht of een ontoereikend moreel compas. Liberalisme vereist een moreel debat en de noodzaak van kritische zelfreflectie. Henk Boumans maakt duidelijk dat wethouders behalve politiek ook moreel boegbeeld moeten willen zijn. Rens van Loon laat zien dat het dienen van de publieke zaak dansen op een dun kort betekent. Reflective prakticioners dat moet een publiek leider zijn, zo stellen Viet en van Dijk in hun epiloog. Het betreft hier geen gedegen wetenschappelijk werk maar leest wel lekker weg.

 

Deel deze pagina