Ontwikkelingen in goed bestuur

boekbespreking

Harry ter Braak
4-11-2015

Publieke organisaties moeten veranderen willen ze de toekomst aan kunnen. Roel Jansen geeft een overzicht van de ontwikkeling van Rekenkamers in de wereld door interviews met markante persoonlijkheden uit diverse landen. Nanko Boerma benadrukt dat waardevolle verbindingen essentieel zijn voor een succesvolle toekomst van de publieke organisaties. Tobias Kwakkelstein e.a. benadrukken dat een omslag in werken en denken essentieel is. Verschillende interessante perspectieven al met al.

The Art Of AuditRoel Janssen, The art of audit, eight remarkable government auditors on stage, Algemene Rekenkamer, Den Haag

Supreme Audit Institutions (SAL) zoals de Algemene Rekenkamer hebben een belangrijke rol in het publieke domein. Zij zijn de partij die ten behoeve van de burgers en het parlement kritisch kijken naar publieke uitgaven en de effectiviteit van publiek handelen. In de loop van de tijd ontwikkelt hun rol zich meer en meer naar performance audits en daarmee naar bijdrage op het vlak van organisatorisch leren door de overheid van binnen uit. Zij spelen een cruciale rol in het zichtbaar maken van corruptie en het ontwikkelen van good governance. De digitalisering verandert de opgave van de instituten stevig. Zoals Saskia Stuiveling het verwoordde “open data” een revolutie in het afleggen van verantwoordelijkheid veroorzaken. Veel informatie is niet het zelfde als transparantie. Verklaring van cijfers blijft de opgave.

Roel Janssen biedt in zijn in het Engels geschreven boek inzicht in die ontwikkeling en interviewde daartoe acht mensen die alle op enig moment de afgelopen jaren de SAL in hun eigen land hebben voorgezeten en die opdracht vooral als een missie of droom definieerden. Elk interview wordt voorzien van enkele essentiële gegevens over de financiën van het land en de SAL, maar ook hoe deze zich sinds het ontstaan ontwikkelde. Hoewel hun opgave in principe gelijk was (geformuleerd door INTOSAL de INTernationale Organisatie van Supreme Audit Institutions) verschilden hun activiteiten aanzienlijk beïnvloed door lokale omstandigheden en hun eigen persoonlijke leiderschap. Dat persoonlijk leiderschap maakt het verschil onafhankelijk van het politieke systeem in een land. Of dat land nu een democratie kent of een dictatorschap. Stuk voor stuk vormt elk personage een boeiende persoonlijkheid met interessante vertellingen.

Elk land kent zijn eigen uitdagingen. In Tunesië speelt de corruptie van de vorige regering een belangrijke rol terwijl tegelijkertijd de constitutie serieus veranderde. Vanuit Oostenrijk is de internationale samenwerking sterk gepromoot. Vanuit Zuid Afrika wordt het thema van leiderschap onder de aandacht gebracht. In de Filipijnen moet de voorzitter persoonlijk beschermd worden omdat de door corruptie verrotte omgeving te onveilig is. In Estonia is de overgang van het Russische model naar het Europese een forse uitdaging. In de VS wordt het begrip van verantwoordelijkheid verbreed. In Uganda wordt vooral “the curse of natural resources” besproken. De uitdaging in Iraq was bij een ineen stortende natie het instituut in leven houden. Het boek vormt een interessant overzicht van de complexiteit waar landen mee te maken kregen.

Waardevolle VerbindingenNanko Boerma, Waardevolle verbindingen, de constructie van vertrouwen in de toekomst, Futuro uitgevers, Amsterdam, 2015

Nanko Boerma behandelt in tien hoofdstukken fundamentele vragen die raken aan de wortels van onze democratie over acterende burgers, over saamhorigheid en waardevol verbinden. Het boek gaat ook over vertrouwen. Vertrouwen van mensen in elkaar en van mensen in de samenleving.  Zijn roep is die om de acterende burger en zijn pleidooi in hoofdstuk een: burgers moeten de touwen doorsnijden waarmee instanties hen in hun marionettenspel hebben gevangen. Al te goed is buurmans gek vormt in hoofdstuk twee de samenvatting met de constatering dat ‘de vertrouwensinfrastructuur’ niet meer aansluit op de samenleving van dit moment. Hoofdstuk drie gaat over de kosten van wantrouwen. Hoofdstuk vier nodigt uit procedures en processen weer begrijpelijk te maken en in hoofdstuk vijf en zes legt Boerma uit wat dat betekent. In hoofdstuk zeven, acht en negen richt Boerma zich op de rol die de acterende burger toekomt. Standaardisering (hoofdstuk zeven) is cruciaal en een voorwaarde voor variëteit en verschil. Nieuwe vormen van coördinatie en afstemming zullen burgers met elkaar ontwikkelen (hoofdstuk acht) en de staat zal vrije uitwisseling en hoge beschavingsnormen van solidariteit en herverdeling moeten (hoofdstuk negen) garanderen. In hoofdstuk tien komen de lijnen samen in een aanpak voor vertrouwen in de toekomst. Het boek sluit af met een slot en een zeer uitgebreide verantwoording, waarbij hij niet schuwt aan te geven dat het soms om (zijn) fictie gaat. Dat neemt niet weg dat het een boeiende verhandeling is geworden van iemand die de instituties en hun procedures en processen als (interim)manager van binnenuit goed kent en veel tijd en energie heeft geïnvesteerd in de verbetering ervan.

Boerma schreef deze niet wetenschappelijke verhandeling niet voor de instanties waar burgers terecht komen, maar voor die burgers zelf in hun natuurlijke omgeving. Instanties herkennen naar zijn oordeel de noodzakelijke organisatievormen onvoldoende. Het grondpatroon is dat actoren reactoren uitlokken tot een transactie waarvan overigens beide moeten weten of ze een (geautoriseerde) identiteit en transactiemacht hebben, die ze zeggen te hebben en de uitgewisselde gegevens begrijpen. De staat kan met standaardisatie en een monopolie (zie DATA act in de VS) op vertrouwelijke informatie een passend kader creëren. De politiek hoeft zich dan niet meer met de uitvoering bezig te houden, want dat doen de burgers onderling. De politiek gaat dan over vragen als de te hanteren normen en de financiering. Zijn pleidooi is richting politiek het vertrouwen te herstellen door de burger de ruimte te geven. Dit boek is naar mijn oordeel zeker interessant omdat het een herkenbaar perspectief biedt op de voorwaarden waaronder uitvoeringsorganisaties hun processen zouden moeten organiseren. Dat is dan overigens wel iets anders dan de ambitie die Boerma zelf aan zijn boek mee gaf.

OmslagTobias Kwakkelstein, Aart van Dam, Ardaan van Ravenzwaaij, De omslag, perspectieven voor goed bestuur in 2020, Boom Lemma, den Haag 2013,

In deze, onder redactie van medewerkers van Binnenlandse Zaken geschreven, essaybundel openen de auteurs met de ambitie en opgave heel anders naar de overheid te gaan kijken. Wat is nodig voor goed bestuur in 2020?

Maatschappelijk initiatief, vraagt, zo schrijft Albert Jan Kruiter in het eerste essay om herwaardering. Governance en zeggenschap vragen dan een andere benadering. We moeten terug naar de menselijke maat bepleit Bas Heijne in het tweede essay en onderlinge betrokkenheid. Lange termijn trends vragen hervorming van de overheid en het vakmanschap van de ambtenaar zo meent Henno Theisens. De oude stabiele financiële arrangementen, zoals rond de pensioenen, werken ook niet meer en vragen nieuwe oplossingen betoogt Henriëtte Prast.

Tegelijkertijd zal een andere balans tussen de nationale verzorgingsstaat en de Europese integratie gerealiseerd moeten worden in de eurocrisis en vanuit de soevereiniteitsparadox, als het aan Anton Hemerijck ligt. Dat vraagt een gericht "toerustingsbeleid" met een levenslang werken als perspectief. De electorale volatiliteit, de kabinetsinstabiliteit en een verondersteld toenemende beleidscontinuïteit gaat echter gepaard met risico's van bestuurbaarheid en legitimiteit van beleid. Rudy Andeweg adviseert niettemin de "swing of the pendulium" als nuttig te definiëren en met het kiesstelsel nog beter te faciliteren. Stine Jensen behandelt het thema van de i-samenleving voor de burger, die vaak ook geen i-burger is. Goed burgerschap is belangrijker, zodat die i ook wel weg moet kunnen zo is de stelling. John Jansen van Galen toont zich bezorgt over de overzeese (politieke) samenleving. Nederland heeft de "sacred trust" de rechtsstaat, mensenrechten en democratie desnoods met macht in stand te houden. Wim Derksen sluit de serie essays af met een  stelling over de botsing tussen denken en doen in het binnenlands bestuur bij de bestuursakkoorden. Vanuit de afspraak verantwoordelijkheden te verplaatsen naar gemeenten met gelijkwaardigheid van overheden als achterliggende gedachte en centraliseert het rijk wat staat voor de ontwikkeling naar hiërarchie. In het nawoord concludeert de redactie dat de verhouding burger overheid serieus verandert. De overheid zal zich de nieuwe rol eigen moeten maken. "Het besef in een eeuwig onvolmaakte samenleving te leven is een voorwaarde die samenleving te verbeteren". De bundel laat zich gemakkelijk lezen en heeft geen wetenschappelijke ambities. Het past in de categorie boeken die interessante vragen op roepen.

 

Deel deze pagina