Risicomanagement in de schijnwerpers

Boekbespreking

Harry ter Braak
30-4-2015

Risicomanagement krijgt steeds meer aandacht. Thinka Bor-Reijinga en Gert van der Kolk beschrijven hoe je als organisatie klaar (risk-readiness) kunt zijn voor het hanteren van risico’s. Het accent ligt op de soft controls. Martin van Staveren vertelt in het op zijn proefschrift gebaseerde boek wat risicogestuurd werken vereist. Hij brengt meer balans tussen de verschillende organisatorische perspectieven op risicomanagement. Het rijk heeft een digitale toolbox ontwikkeld met handreikingen voor proportionele bestuurlijke omgang met risico’s en verantwoordelijkheden. Daar gaat het meer om het inzicht in wat burgers verwachten en wat dat aan organiserend en communicerend vermogen van de overheid vraagt.

Thinka Bor-Reijinga, Gert van der Kolk (2014). Alert op risico, naar risk readiness in mensen en organisaties. Vakmedianet.

In twee delen en negen hoofdstukken wordt de lezer mee genomen in de wereld van het voorbereid zijn op het hanteren van risico’s. Risk-readiness vraagt hard werken. Eerst leggen Bor-Rijinga en van der Kolk het theoretisch kader voor, om daarna in te gaan op de instrumentatie. Risk-readiness gaat over het vermogen van mensen en organisaties om onzekerheden en risico’s zodanig te hanteren dat zij deze kunnen voorkomen of op een veerkrachtige manier kunnen beheersen, en dat zij als gedeelde overtuiging hebben verinnerlijkt in risicobewustzijn en kunnen omzetten in risicobewust handelen.

Het boek wordt verlevendigd met interviews met mensen die in hun opdrachten met grote risico’s geconfronteerd worden. De theorie en de praktische instrumentatie worden toegelicht met casuïstiek van de geïnterviewden. De lezer wordt eerst mee genomen in het model dat de auteurs als basis laten dienen voor hun boek. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in hard en soft controls.

De soft controls vormen de kritische succesfactoren. Reflectie is het alledaagse van risk readiness. Maar dat vraagt de constructie van draagvlak en draagkracht daartoe. Interactie is de weg waarlangs deze geconstrueerd wordt.  De nulmeting vormt de basis voor de condities van risicobeheersing. ALERT zijn het kader voor organiserend vermogen: adresseren, lanceren, engageren, relateren en transformeren. Dat moet geborgd en verankerd worden: master (veerkrachtig borgen) gewenst gedrag en gedragscodes, professionele praktijk ontwikkeling, competenties en vaardigheden en verifieerbaar handelen. Het boek laat zich gemakkelijk lezen en is heel begrijpelijk in zijn aanpak. Voor controllers en projectleiders biedt het een interessant perspectief op hun opdracht, voor managers een meetlat voor risk-readiness. De wetenschappelijke onderbouwing is beperkt. De gehanteerde modellen niet echt vernieuwend, maar daarom niet minder waardevol.

Martin van Staveren (2015) Risicogestuurd werken in de praktijk. Vakmedianet.

Van Staveren neemt vanaf de aftrap de lezers mee door met de leeswijzer duidelijk te maken welke doelgroep welk hoofdstuk specifiek moet lezen. In de vier hoofdstukken van het boek betreffen (1) het managen van onzekerheid, (2)het risicogestuurd werken:  wat en hoe, (3)de voorwaarden voor de organisatie en (4) de praktische tips. Elk hoofdstuk kent een handige samenvatting met enkele reflectievragen. Reflectievragen die bij beantwoording een beeld kunnen geven van de mate van risicogestuurd werken van een organisatie. In kaders in de tekst wordt additionele praktische casuïstiek geboden die de materie verlevendigd. Bij het managen van onzekerheid speelt dat de vele veranderingen die op organisaties af komen en die de dagelijkse complexiteit vergroten, door tijdgebrek zomaar niet de aandacht krijgen die ze verdienen. Dagelijks worden keuzes gemaakt die onvoldoende scherp en doordacht zijn in hun risico’s. Regels en procedures helpen dan niet altijd, of zijn soms zelfs de aanleiding dat het fout kan gaan. “High Reliability Organisation” vereist dat fouten als normaal geaccepteerd worden en de reactie erop escalatie voorkomt. Dat er terughoudendheid is tot simplificatie en gevoeligheid voor het primaire proces, met toewijding en veerkracht, en met respect voor expertise. Het risicogestuurd werkproces bestaat volgens van Staveren uit zes risicoprocestappen. Deze zijn gefilterd uit bestaande methoden van risicomanagement. Ook zijn er acht veel gebruikte hulpmiddelen gepresenteerd, waarvan de meeste zonder investeringen direct in elke organisatie type kunnen worden toegepast. Vervolgens is het verschil tussen conventioneel management en risicogestuurd werken inzichtelijk gemaakt aan de hand van twintig kenmerken en enkele praktijkvoorbeelden. In een praktische vertaling van wetenschappelijk (promotie) onderzoek (van de auteur) naar de implementatie van risicomanagement, beschrijft van Staveren vervolgens de vijftien belangrijkste organisatorische voorwaarden. Hij sluit het boek af met tien tips uit de praktijk, zoals risicogestuurd werken is meer dan een risicoanalyse en differentieer in toepassers van risicogestuurd werken. Van Staveren levert met dit boek een heel toegankelijk prettig leesbaar en zeer verantwoord boek over risicomanagemt dat elke controller en manager zich eigen zou moeten maken.

Toolbox voor proportionele bestuurlijke omgang met risico’s en verantwoordelijkheden, www.risicoregelreflex.nl. kennisdocumenten samen 117 pagina’s.

De toolbox bestaat uit een vijftal handreikingen uitgewerkt in kennisdocumenten en een aantal rapporten en columns, elk voorzien van een goede literatuurlijst en gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De handreiking bestuurlijk balanceren met risico’s en verantwoordelijkheden kent twee delen en start met kerninzichten over (risicoregel)reflexen en risicorealisten. De opbrengst van onderzoek is dat de Nederlandse burger meerdere gezichten heeft. Nederlandse burgers hebben een realistische kijk op aard en relatieve omvang van risico’s; vrijwel niemand denkt dat risico’s kunnen worden uitgebannen en een grote meerderheid van hen heeft een realistische kijk op welke risico’s groot of klein zijn. Ze hebben uiteindelijk een voorkeur voor rationeel risicobeleid. Dat wordt in het tweede deel vervolgens uitgewerkt in drie heel concrete handelingsperspectieven zoals bij het omgaan met vrijwillige risico’s, met onvrijwillige risico’s en met incidenten.

Het kennisdocument bestuurlijke fragmentatie bespreekt eerst de oorzaken en vervolgens de gevolgen van fragmentatie en sluit af met preventie van bestuurlijke fragmentatie. Dat gaat over het verschijnsel dat overheden naar elkaar wijzen als het gaat om de verantwoordelijkheid voor veiligheidsbeleid. Ambitie is door het benoemen van deze risico’s en het bieden van inzicht onafgewogen besluiten en disproportionele maatregelen te voorkomen.

Het kennisdocument ongerust over onrust start bij wat maatschappelijke reacties zijn om daarna drie vertakkingen te verkennen. Dat gaat over maatschappelijke commotie (behoefte emotie te uiten), maatschappelijke bezorgdheid (zorg die tot actie leidt) en maatschappelijke agressie (verstoren orde). “Onder het vergrootglas” vertelt vervolgens wat de publieke mening doet. Daarna wordt een conclusie en handelingsperspectief geboden bij elk van de drie “vertakkingen”.

Het kennisdocument burgerbetrokkenheid bij veiligheidsbeleid start bij wat risicoperceptie is, hoe burgers geïnformeerd willen zijn, hoe zij de lusten en lasten willen delen en hoe dus participatief veiligheidsbeleid vorm kan krijgen. Het vraagt wel lef en samenspraak om te kunnen slagen.

Het kennisdocument burgers over risico’s en incidenten laat zien dat de overheid voor een spagaat staat. Aan de ene kant willen burgers wanneer zij als “consument” mogen kiezen dat de overheid meer investeert in veiligheid zonder met de kosten rekening te houden en zonder daarvoor te betalen met belastingen. Eenmaal geïnformeerd zouden zij desgevraagd zelf als bestuurder rationeel willen besturen op basis van het algemeen belang en op basis van kosten-baten analyses. (b.v. over de jeugdzorg)

Elk van de handreikingen is zeer de moeite waard en zou door elke manager en bestuurder gelezen moeten worden om voorbereid te zijn op de risico’s  en publieke veiligheidsaspecten van zijn werk.

Deel deze pagina