Hordes in de praktijk van wijkteams

Hoe gaat het nu in de praktijk?

Paul Geertsema
25-3-2015

De magische datum van 1-1-2015 is gepasseerd, de transities in het sociaal domein zijn een feit. Hoe gaat het nu in de praktijk? Ik heb de afgelopen maanden bij meerdere wijkteams mogen meekijken en een aantal dingen valt mij op.

Buiten en binnen

Ten eerste is er de uitdaging in de samenwerking met verschillende stakeholders: voorop natuurlijk de inwoner/cliënt, maar ook met de gemeente, zorginstellingen, vrijwilligers(organisaties), mantelzorgers, adviespools, huisartsen, scholen, enz. Naar mijn idee is het succes van een wijkteam sterk afhankelijk van de samenwerking met deze stakeholders (buiten), terwijl er - zeker in de beginfase - juist veel aandacht is voor het intern op orde brengen van het wijkteam (binnen). Begrijpelijk, maar ook riskant. Want veel externe partners zullen moeten wennen en dat vergt juist een zorgvuldige en open houding vanuit de wijkteams. Een slechte start van de relaties kan veel stroefheid veroorzaken. Kortom, hoe houdt je de relatie met ‘buiten’ goed terwijl ‘binnen’ veel aandacht vraagt?

Klaar voor de start?

Een ander aspect - ook van invloed op binnen en buiten - is in welke mate teamleden echt klaar zijn voor de start. De meesten zetten zich vol enthousiasme en betrokkenheid in om de taak van het wijkteam zo goed mogelijk te vervullen. Tegelijk zie ik ook een deel dat moeite heeft met de ingezette veranderingen, ze zijn nog niet los van de ‘oude situatie’. Bijvoorbeeld doordat ze mentaal nog bezig zijn met het afscheid nemen van collega’s die zijn ontslagen, het verlies van de vorige functie of onvrede over het proces in de totstandkoming van het wijkteam. Het verwondert mij niet dat dit speelt, tegelijk vraag ik mij wel af of bij elk wijkteam aandacht is voor deze onverwerkte emoties. Je hoeft namelijk geen hogere wiskunde - of psychologie - gestudeerd te hebben om te begrijpen dat een schone lei nodig is om als wijkteam tot een collectieve ambitie te komen en deze te realiseren. Closure noemen de Amerikanen het. Afscheid nemen en het hoofdstuk afsluiten om een nieuw hoofdstuk te kunnen openen. Is iedereen hier klaar voor?

De mug en de olifant

Een laatste aspect is de interdisciplinaire ambitie van de meeste wijkteams. Afhankelijk van de doelstelling bestaan ze uit professionals met expertise op jeugd, werk, inkomen en Wmo. Vooral bij complexe vraagstukken is dit handig omdat problemen zich doorgaans slecht houden aan de expertisegrenzen van één professional. Samen zie je meer is het idee.

Maar…, lang niet elke vraag waar een wijkteam op afgaat is meervoudig en complex. Elk wijkteam is daarvan bewust. Desondanks zie ik bij wijkteams het risico van ‘complexiteitsinflatie’, populair gezegd wordt soms van een mug een olifant gemaakt. Bij bespreking van casuïstiek zie ik de neiging om direct inhoudelijk op de vraag in te gaan en te discussiëren over de verschillende perspectieven op de vraag. Veel tijd en energie later blijkt het dan om een relatief eenvoudige ondersteuningsvraag te gaan. Andersom bestaat dit risico ook. Door het missen van lastig toegankelijke informatie of een gebrek aan expertise kan een schijnbaar eenvoudige vraag verkeerd worden beoordeeld. De mug blijkt een olifant te zijn, met alle gevolgen van dien.

Point taken, maar met de kennis achteraf is het onderscheid makkelijker te maken. Interessanter is wat je aan de voorkant kan doen om deze risico’s te reduceren. De begrippen monodisciplinair, multidisciplinair en interdisciplinair geven naar mijn idee een interessant perspectief. De meeste professionals in de wijkteams werken ‘van huis uit’ monodisciplinair. Ze zijn gewend om met vakgenoten te werken en verantwoordelijkheid te dragen voor hun taken, zonder verbinding met de andere disciplines. Monodisciplinaire professionals kunnen uitstekend samenwerken in multidisciplinaire teams, ieder vanuit zijn of haar expertise. Mijn inschatting is dat de meeste wijkteams momenteel nog multidisciplinair functioneren, terwijl de wens is om juist interdisciplinair samen te werken. Daarom zou ik mijn geld inzetten op het ontwikkelen van een T-profiel van de teamleden. Een teamlid met een T-profiel heeft basiskennis van en interesse in de andere expertises, maar kan ook zijn eigen expertise integreren in het werkgebied van anderen.

Dit vraagt betere kennis en begrip van andere expertises in het wijkteam, waardoor ze ook de begrenzing van de eigen expertise zien. Wellicht dat het helpt om het onderscheid tussen mug en olifant nog scherper te maken.

Het vraagt ook inzicht in de processen in netwerken. Elke professional moet leren sturen in netwerken: het eigen handelen en het handelen van het netwerk als geheel. Dat geldt voor de professionals in het wijkteam, maar ook voor hun ‘thuisorganisaties’: gemeenten en (zorg)aanbieders. Gelukkig blijkt in de leergangen die wij verzorgen elke keer weer dat effectief sturen in netwerken niet alleen heel goed leerbaar, maar ook leuk is en door de netwerkpartners erg wordt gewaardeerd.

Meer weten of oefenen met lastige situaties in het wijkteam? Kijk naar ons aanbod voor wijkteams.

 

Deel deze pagina