Business of ambacht

Column over de toekomst van 'professional service firms'

Rob Wagenaar
21-11-2014

“Als je rijk wilt worden, dan ga je in de handel"

Het was een mooie happening bij gastheer NautaDutilh op de Zuidas van Amsterdam. Veertig (ex-)managing partners van ‘professional service firms’ (PSF’s) bijeen om te praten over de toekomst van hun firma’s. De actuele hypothese luidde dat advocaten, accountants en adviseurs hun maatschappelijke legitimatie, ondernemingsmodel en organisatie opnieuw moeten vormgeven. Als medeorganisator was ik zeer benieuwd naar de rode draad van die avond. Verrassend genoeg was dat ‘kwaliteit’: onze professies moeten slechts dat leveren. En “als je rijk wilt worden moet je in de handel”: een quote die één van de inleiders uit de mond van een junior in zijn bureau optekende.

Harvard inspireerde

De bijeenkomst was georganiseerd door het Harvard Rosarium Genootschap (HRG). HRG is een ideële organisatie die beoogt het leiden van professional service firms op een hoger niveau te brengen. Het genootschap is in 2007 opgericht door vijf Nederlandse deelnemers aan de fameuze Harvard-course Leading Professional Service Firms. Leden zijn oud-deelnemers aan deze course, managing partners en ex-managing partners van PSF’s.

Dit was de eerste keer dat het Genootschap ‘open‘ ging. Iedereen die in een managing positie verkeert of verkeerde was welkom. Sprekers op het symposium waren:

  • Marie Pauline Lauret-Mazars - voorzitter werkgroep NVA ‘Toekomst Accountantsberoep’
  • Gaike Dalenoord - managing partner, en Monique van Dijken, Nauta Dutilh
  • Michael van der Velden - partner Andersson Elffers Felix en voorzitter Raad van Organisatie-Adviesbureaus (ROA)
  • Paul Koster - directeur Vereniging Effecten Bezitters (VEB)

Onder leiding van Jan Willem Kradolfer - managing partner WagenaarHoes Organisatie-advies en voorzitter Orde van Organisatiekundigen en -adviseurs (Ooa), is er in enkele uren flink wat gediscussieerd over het thema.

Als het vooral over geld gaat

Voornaamste inspiratie voor de bijeenkomst vormde de ophef bij de accountants, de hierop gebaseerde onderzoeken en de maatschappelijke discussie die hierop volgde. Ook andere klassieke professies voelen dezelfde problematiek, hoewel met wat minder maatschappelijke consequenties. De inleiders kwamen los van elkaar grosso modo tot dezelfde conclusies. In mijn eigen woorden: het slechts als business runnen van een professie, veel bezig zijn met verdienmodellen, het (hoge) partner inkomen als ultieme succesfactor beschouwen, goodwill en partner-aandeelwaarde, formules-gegoochel: kortom, als het hier vooral om gaat, dan is de inhoud van de professie, het belang van cliënten en kwaliteit in het algemeen achter de horizon aan het verdwijnen. Hoewel sprekend vanuit zeer verschillende achtergronden en professies, benadrukten sprekers het belang van het ‘terug naar het vak’ en ‘veel aandacht voor het op hoog niveau uitoefenen daarvan’.

Ik voeg daar zelf aan toe: herwinnen van het maatschappelijke vertrouwen dat helaas enigszins teloor is gegaan, maar zo inherent moet zijn aan hoogwaardige professies. Professionals blijken ook mensen en niet ongevoelig voor het ‘grote geld’. En als de omgeving/cultuur er naar is en het business-construct dat toestaat of zelf uitlokt (hoge partnerinkopen), dan bezwijken sommigen, kennelijk.

Leren wij wel?

Mede geholpen door de economische crisis en vraaguitval, wordt er in verschillende professies heftig nagedacht over de wijze waarop het vak moet worden uitgeoefend. De bovengeschetste ontwikkeling, die vooral tot ‘slachtoffers’ heeft geleid bij accountants en adviseurs, leidt wel degelijk tot inzichten over hoe wel zou moeten. Persoonlijk hoop ik daarbij dat een zekere ambachtelijkheid, passie voor het vak en meester-gezel-leermodellen ook weer een rol gaan spelen. Dat kan in mijn ogen ook met hedendaagse kennis en aanbod.

Of spreekt nu de wat oudere en nostalgische romanticus?

 

Deel deze pagina