Kantelen zonder wankelen - het belang van stevige schoenen

Blog over 'de kanteling' in het sociaal domein

9-5-2014

Het ‘keukentafelgesprek’ maakt furore. Zo kunnen we vaststellen na afloop van de goed bezochte slotconferentie van ‘De Kanteling’ op 25 maart 2014. Met dit project hebben VNG en BZK de afgelopen jaren de paradigmawisseling die met de Wmo is ingezet prominent geagendeerd en ook daadwerkelijk ondersteund.

Inzet van een keukentafelgesprek is het verkennen van de ondersteuningsbehoefte van inwoners om te komen tot ondersteuning op maat. ‘Het belang van kantelen’, jargontaal, werd vaak met prachtige praktijkvoorbeelden, good practices en tips gedeeld. De kanteling mag daarom met recht een succes worden genoemd. Maar het succes schept verwachtingen en verplichtingen. Want er is ook nog veel te doen. Dat geldt op ten minste drie punten:

  1. Verbreding van ‘de kanteling’ vanuit de Wmo naar jeugdzorg en participatie
  2. Doorvertaling van het gekanteld case-managen naar een daarbij passende bedrijfsvoering en besturing
  3. Bewustwording en borging van de noodzakelijke rugdekking van de frontline door bestuurders en ambtelijke organisatie.

‘De kanteling’ verbreden vanuit de Wmo naar jeugdzorg en participatie

Ten eerste zijn er nog stappen te zetten in de verbreding van de kanteling naar ‘3D’. Integraliteit in de vraagverheldering en integraal maatwerk in de ondersteuning aan burgers die dat nodig hebben, is de kern van het kantelingsparadigma. De Wmo-ervaringen en practices zijn hierbij leerzaam. Het is inmiddels eerder regel dan uitzondering om bij hulpvragen verschillende levensgebieden in de intake en beoordeling te betrekken. Een van de gedachten achter de decentralisaties van taken in de jeugdzorg en op het terrein van participatie is natuurlijk óók dat op lokale schaal beter integraal en op maat kan worden gewerkt. In de praktijk is het echter nog bepaald niet vanzelfsprekend dat ook vanuit participatie naar de andere ‘2D’s’ wordt gekeken – en omgekeerd. Vaak wordt in de sociale wijkteams wel inkomensadvies ingeschakeld, maar de re-integratie- of participatieadviseur maakt zelden deel uit van het multidisciplinaire wijkteam. Ook de mentale en culturele afstand naar gekanteld werken lijkt groter vanuit de sociale dienst dan vanuit de Wmo en de jeugdzorg. Het privacy-issue speelt juist op dat snijvlak ook vaak een rol. In de simulaties die wij in verschillende regio’s hebben gedaan met bestuurders en ambtenaren blijkt vaak dat, ook waar men denkt gekanteld te werken vanuit de 3D’s, participatie daarbij vaak nog een blinde vlek is.

‘De kanteling’ doorvertalen naar bedrijfsvoering en besturing

Ten tweede is vaak de doorvertaling nog niet gerealiseerd van het gekanteld werken naar een daarbij passende besturing en bedrijfsvoering. De kantelingsdoelstellingen die op beleidsniveau zijn bedacht, vergen een vertaling in taakomschrijvingen, bevoegdheden, bekostigingsafspraken en prestatie-indicatoren. Overigens, ook als dat niet gebeurt kan het best lang goed gaan. Zeker waar uitvoerende professionals de samenwerkingsgedachte hebben omarmd. Vanuit hun professionele visie en betrokkenheid werken ze aan passende maatwerk-ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben –gericht op het realiseren van zelfredzaamheid. Als harde prikkels van verantwoording en bekostiging knellender worden, merken ze dat onmiddellijk in hun dagelijks functioneren. Dan blijkt integraal werken toch minder vanzelfsprekend. Voor je het weet kantelen ze dan weer terug in de bestaande kolommen van hun thuisorganisaties, in hun eigen bekostigingsregels en verantwoordingsprocedures. Van bestuurders mag, nee moet, daarom worden geëist dat zij zelf kantelen en het niet aan frontline-medewerkers overlaten om de spanning tussen integrale ambities en gecompartimenteerde bedrijfsmatige aansturing te reguleren.

Rugdekking van de frontline door bestuurders en ambtelijke organisatie borgen

Ten derde zullen bestuurders en management zich bewust moeten worden van het belang om daadwerkelijk rugdekking te bieden aan uitvoerende professionals als die gekanteld werken. Immers, de keerzijde van het maatwerk-principe van de kanteling, is een altijd dreigende schijn van willekeur en het wegvallen van de bescherming die starre regels bieden aan de uitvoerders. Het is bijna onvermijdelijk dat in de praktijk klachten zullen komen en soms onrust zal ontstaan over ongelijke behandeling in schijnbaar gelijke gevallen. En dan is het nodig dat bestuurders en leidinggevenden uitdragen en uitleggen dat de keuze voor maatwerk per definitie een keuze voor verschil is. Natuurlijk moeten zij wel alert zijn en tijdig signaleren als maatwerk ontaardt in willekeur. ‘Legitimation durch Verfahren’ is dan het aloude sociologische motto. Maar de eerste reactie moet zijn: rugdekking geven aan uitvoerende medewerker. Ze moeten zich zichtbaar eigenaar betonen van het kantelingsconcept. In de simulaties die wij geregeld doen voor portefeuillehouders, raden en ambtenaren confronteren we deelnemers vaak met een dergelijke situatie. Het is hoopgevend dat ze zich meestal zich zeer bewust zijn van de opgave om de kanteling overeind te houden en uit te leggen. Tegelijkertijd tonen de simulaties ook steeds weer aan hoe moeilijk het voor raadsleden, portefeuillehouders en ambtenaren is om de tegengestelde krachten in een hanteerbaar evenwicht te houden. Voor professionals in wijkteams is er een soms moeilijke spanning tussen het eigen professionele oordeel, de meegegeven bedrijfsmatige en beleidskaders en de opdracht om interdisciplinair en integraal te werken. Voor portefeuillehouders is het een spannende vraag in hoeverre en op welk niveau zij kunnen sturen en aanspreekbaar kunnen zijn. Raadsleden komen in een dilemma of zij gevallen die zij vanuit hun volksvertegenwoordigende rol willen aankaarten, vanuit de kaderstellende en controlerende rol wel moeten willen bespreken. Daar uitkomen en ontdekken hoe in dit krachtenveld koersvast, responsief en betrouwbaar te handelen, vergt een gezamenlijk leerproces. Alleen in een dynamisch evenwicht blijft de kanteling overeind. Wellicht moeten ook raadsleden, collegeleden en ambtelijk managers gaan oefenen aan de keukentafel.

Deel deze pagina