Raadsleden in positie

Tussenpublicatie Raad in Beraad

Alinda van Bruggen
28-9-2017

Stel, je bent raadslid en het valt je op dat het raadswerk lijkt te veranderen. De werkdruk wordt niet minder, en de hoeveelheid stukken die je moet lezen ook niet. Het gaat nog steeds over belangrijke vraagstukken voor de inwoners, of het nou het sociaal domein betreft of andere domeinen. Maar het lijkt wel alsof de raad steeds minder kan sturen, alsof er steeds meer door anderen wordt bepaald. Wat doe je dan? Stel je dit in de raad aan de orde, bespreek je het in je fractie, ga je op zoek naar publicaties of congressen over de veranderende rol van de raad? Of blijft het bij een onbestemd gevoel, omdat de hectiek van alledag de overhand heeft?

Veranderende rol van de raad

Raad in Beraad

In de workshops Raad in Beraad, die in 2017 in het kader van het Actieplan Versterking positie raadsleden plaatsvinden, zijn raadsleden van enkele tientallen gemeenten, aan de hand van praktische casuïstiek, met elkaar in gesprek gegaan over de vraag hoe zij, in een veranderende werkelijkheid hun rol willen invullen. Want dat die rol verandert, lijdt geen twijfel. En het blijkt uitermate waardevol om als raad gezamenlijk daarover na te denken en verwachtingen en beelden te delen. In de dagelijkse praktijk gebeurt dat echter niet vanzelf.

Wat maakt dat de rol van de raad, toch al een lang bestaande institutie in ons bestel, ineens zo in beweging is? Dat heeft te maken met de samenloop van drie grote trends: 

  1. Allerlei vormen van participatieve democratie zijn in opkomst. Door mondiger wordende burgers, mede aangewakkerd door het overheidsbeleid van de afgelopen jaren. Dat roept de vraag op hoe je je daar als gemeenteraad toe wilt en kunt verhouden. Hoe organiseer je het samenspel tussen participatieve en representatieve democratie?
  2. Na decennia van standaardisering wordt nu weer steeds meer maatwerk gevraagd. Zowel binnen het sociaal domein als in andere domeinen (denk aan de naderende Omgevingswet) vragen inwoners maar ook de raad zelf steeds meer om maatwerk, en wordt het gelijkheidsbeginsel steeds meer vervangen door het compensatiebeginsel. Maar hoe kun je als raadslid je kaderstellende en controlerende rol nog effectief invullen als maatwerk de regel wordt?
  3. Er is sprake van toenemende meerschaligheid in beleidsbepaling en in de uitvoering van beleid. Steeds meer zaken worden op sublokaal (op wijk-, dorps- en stadsdeelniveau) of juist op bovenlokaal niveau opgepakt en bepaald. Voor de raad brengt dit de vraag met zich mee hoe zij zich daartoe wil verhouden in haar drie rollen en hoe zij zich kan organiseren om dat hanteerbaar te maken. 

Positie kiezen in spanningsvelden en dilemma’s

Door positie te kiezen in deze bewegingen, kan de raad in belangrijke mate bepalen hoe het samenspel tussen lokale samenleving en lokale overheid verloopt. Het gaat dus over veel meer dan alleen de eigen rol. Steeds gaat het om de positie die je als raad en als raadslid kiest in een aantal belangrijke spanningsvelden, zoals:
1. Ruimte voor initiatief uit de samenleving versus sturing door de raad
2. Maatwerk versus gelijke behandeling
3. Draagvlak en belangenafweging door de raad versus in de samenleving
4. De schaal van de gemeente versus de schaal waarop vraagstukken die inwoners raken zich voordoen als uitgangspunt

Elke positie op deze spanningsvelden is in beginsel legitiem. Maar ook elke positie brengt in de praktijk weer eigen dilemma’s en verantwoordingsvragen mee. Bijvoorbeeld[1]:

Zoek je als raadslid contact met initiatiefnemers met impactrijke plannen, of laat je het aan de initiatiefnemers over om contact te zoeken? In het eerste geval riskeer je ongewenste bemoeienis en sturing, wek je verwachtingen, en extra werkdruk als raadslid. In het tweede geval riskeer je dat er straks een uitgewerkt plan voorligt dat sympathiek is maar net niet past, waardoor je de initiatiefnemers moet teleurstellen.
Als je contact zoekt met de initiatiefnemers, doe je dat dan als raadslid of als fractielid? Met andere woorden: kies je een politiek-neutrale rol als schakel tussen inwoners en gemeentebestuur, of kies je een politieke rol die gekleurd wordt door je partijprogramma, achterban en oppositie- dan wel coalitierol?
Wat doe je als er een initiatief wordt voorgesteld dat goed past binnen gemeentelijke regelgeving en beleid, maar dat leidt tot suboptimale inzet van ruimte en middelen? Wat weegt voor jou als raadslid dan zwaarder: honoreren van gewenst (initiatiefrijk) gedrag, of optimaliseren van de inzet van middelen?
Als een initiatief vanuit de samenleving niet past binnen de kaders, wijs je het dan af of ga je met de initiatiefnemers in gesprek en op zoek naar een manier om het passend te maken? In het eerste geval kan het lijken alsof je weinig respect hebt voor de inzet van de initiatiefnemers; in het tweede geval alsof je je het initiatief toe-eigent. En hoe ver ga je met meedenken, en hoe verantwoord je de capaciteit die je daar in steekt?
In hoeverre kun je op het ene beleidsterrein ruimte geven aan eigen initiatief van inwoners en dat op een ander beleidsterrein tegenhouden? Ben je als raadslid geloofwaardig als je inwoners de ene keer vanuit gelijkwaardigheid benadert, een andere keer vanuit een dienstbare houding en hem op andere momenten passeert?
Wil je bij belangrijke beslissingen draagvlak zoeken onder inwoners, of is draagvlak in de raad voldoende? Kun je voor het draagvlak onder inwoners afgaan op de mensen die van zich laten horen? En weeg je dan iedere mening even zwaar, of zouden sommige inwoners met een groter belang een zwaardere stem moeten hebben dan anderen?
Als je openlijk verkent hoeveel draagvlak er voor een bepaald besluit is onder inwoners, dan wek je de verwachting dat je je daardoor zult laten leiden. Draagvlak peilen om vervolgens de uitkomsten naast je neer te leggen, maakt je niet geloofwaardig. Hoe doe je dat?
Wat doe je als twee groepen inwoners met tegenstrijdige belangen tegenover elkaar staan? Nodig je inwoners uit om daar onderling uit te komen of vind je het de rol van de raad om de belangenafweging te maken? En ga jij dan als vertegenwoordiger van de eigen achterban de strijd met andere fracties aan, of maak je zelf een integrale belangenafweging?
Hoe acteer je in de verhouding gemeenteraad ten opzichte van dorps- of wijkraden? Hoe serieus neem je die, geef je ze zeggenschap over bepaalde zaken, en hoe kun je ze benutten? 
 Hoe weeg je het belang van de eigen gemeente versus regiobelangen? Je taak is de belangen van de eigen inwoners te dienen, maar voor veel zaken houden de belangen van inwoners niet op bij de gemeentegrens. Wat doe je als zich een belangrijke kans voordoet voor de werkgelegenheid in de regio, maar de lokale baten daarvan kunnen nog niet in beeld gebracht worden, terwijl de gemeente wel moet investeren? En hoe leg je die keuze uit aan een kritische inwoner?


Zelf als raad aan de slag!

Deze vraagstukken worden door veel raadsleden herkend, maar toch in weinig raden besproken. De volle agenda, maar ook de politiek die altijd aanwezig is, maken het moeilijk om gezamenlijk te reflecteren op deze metavragen. Een gemiste kans! Door samen een consistente rolopvatting te bepalen, kan de raad krachtiger en effectiever zijn. Hoe kunnen raadsleden – ondersteund door hun griffiers – hier mee aan de slag?

Zo kun je hier als (nieuwe) raad zelf mee verder:

  • Bij het opstellen van de kandidatenlijsten voor de komende verkiezingen rekening houden met de andere kwaliteiten die raadsleden nodig hebben in hun veranderende rol;
  • In het inwerkprogramma voor de nieuwe raadsleden volgend jaar nadrukkelijk aandacht besteden aan rolnemingsvragen en de dilemma’s die daarbij horen;
  • De werkwijze (vergadercyclus en agenda) van de raad tegen het licht houden: past die bij de gewenste rolneming of nodigt de werkwijze uit tot ander (oud?) gedrag?
  • Periodiek agenderen van de rolnemingsvraag in de reguliere raadscyclus. Bijvoorbeeld als vast onderdeel in de jaarlijkse leer- of heidagen van de raad. Doel: ontwikkelen van een gezamenlijke ‘understanding’ binnen de raad (maar ook met de griffie en het college) van ‘hoe wij de dingen doen’; een gezamenlijke cultuur en waardenbasis;
  • Periodiek met eigen of fictieve casussen oefenen om samen het proces meer in de vingers te krijgen;
  • Ontwikkelen en vaststellen van een participatiecode[2] door een werkgroep waarin raadsleden deelnemen;
  • In een experiment gaan oefenen met kwalitatieve kaderstelling en met inwonerparticipatie (vaak in het voorbereidingstraject op de Omgevingswet);
  • Structureel bij raadsbesluiten en bij participatieprocessen expliciet maken van de rollen van raad en inwoners, en zo niet alleen de verwachtingen van inwoners maar ook de eigen verwachtingen managen;

Belangrijk is om als raad gezamenlijk aandacht te besteden aan het ontwikkelen van de gewenste rol, en om dit hanteerbaar te maken door te werken met overzichtelijke stappen. Niet alles hoeft in een keer anders, organiseer tijd om te leren. Begin met een of twee onderwerpen, of experimenteer in een begrensd gebied (gebiedspilot), oefenen met eigen casuïstiek, neem tijd voor het ‘meta-gesprek’. Dan ben je in de komende raadsperiode als raad gegarandeerd steviger in positie!

Lees het oorspronkelijke artikel op https://www.gemeentenvandetoekomst.nl/themas/toekomstbestendig-bestuur/artikel/raadsleden-in-positie/

 

Eind 2017 zal nog een artikel verschijnen waarin de opbrengsten van Raad in beraad nader worden beschreven, inclusief de dilemma’s waar raden mee te maken hebben. Heeft u vragen over het Raad in beraad-aanbod of naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met alinda.van.bruggen@wagenaarhoes.nl; 06-15060352 of nanne.jong@minbzk.nl.



[1] We noemen hier slechts enkele dilemma’s; in een volgende publicatie, eind 2017,  gaan we hier nader op in.

[2] Zoals bijvoorbeeld door de gemeenteraad van Hattem is gedaan 

Deel deze pagina