Download het artikel

Opbranden of opwekken

Energie en taal in fusie- en samenwerkingsprocessen

Harry ter Braak, Hans van Gansewinkel
20-12-2013

Fusie is volgens het NASA-begrippenkader: een proces waarbij atoomkernen met zo’n enorme snelheid op elkaar botsen dat ze met elkaar versmelten en daarbij een grote hoeveelheid energie uitzenden. Fusie of samenwerking tussen organisaties is geen raketwetenschap. Het oogmerk van fusie en samenwerking tussen organisaties is wel hetzelfde als in de natuurkunde: samen meer energie te creëren dan de afzonderlijke delen kunnen doen. Energie om nieuwe markten te veroveren, innovaties te realiseren of voorzieningen met kwaliteit in stand te houden voor consumenten of burgers. Dat lukt bedroevend vaak niet helemaal, of helemaal niet.

Killian McCarthy onderzocht 35.000 fusies uit de periode 1992-2008 (RUG, 2011). Van deze fusies is 60-80%, in termen van aandeelhouderswaarde, een mislukking gebleken. Het geheel werd minder waard dan de som der delen. Soortgelijke cijfers bestaan over de pogingen in de not-for-profit wereld. Factoren die te maken hebben met structuren, macht, (financieel) gewin en persoonlijke drijfveren spelen daarin een gigantische rol. Daar dwars doorheen is er de factor taal. Taal is de ‘drager’ van de andere factoren, maar wordt zelden expliciet en op zichzelf aan de orde gesteld. Dat zorgt ervoor dat samengaan van twee of meer organisaties minstens zo vaak leidt tot opbranden van energie van de betrokken spelers dan tot opwekking van nieuwe krachtbronnen. Ook met deze ‘sociale energie’ kan groener en duurzamer worden omgesprongen.

Samenwerkingsintenties als vindplaatsen van energie

In de samenleving bestaat veel reserve met betrekking tot schaalvergroting. Dat laat onverlet dat bedrijven en not-for-profit organisaties de laatste jaren volop pogingen ondernemen. Cijfers van de SER over 2011 laten zien dat in Nederland 423 fusies en overnames zijn geregistreerd, een stijging van 21% ten opzichte van 2010. Het merendeel in de industrie (37%). Het zwaartepunt lag in de sectoren metaal & automotive en voeding. Daarna komen de dienstensector (30%, vooral in ICT en facilitair), de non-profitsector (10%), de (groot)handel (10%) en de overige sectoren met 13%. Met name de opschaling in de hybride sectoren kan op veel aandacht rekenen van media, politiek en het gesundes volksempfinden, maar ook daar zoeken organisaties naar schaalvoordelen. Over het onderwijs weten we dat in de laatste twee jaar 91 fusieaanvragen zijn gedaan (CFTO, 2013). In de ziekenhuiswereld hebben alleen al in de eerste helft van 2013 van de ruim 100 ziekenhuizen zestien een fusie gerealiseerd of zijn ermee bezig (ACM, 2013). Er is veel energie aan de voorkant van deze processen vanuit de verwachte collectieve of persoonlijke meerwaarde voor kwaliteit, winst, continuïteit of marktaandeel. Taalknopen zorgen vervolgens niet zelden voor het opbranden van het aanvankelijke enthousiasme. Dat kost bakken met geld, en consumenten en cliënten zijn de dupe. Het is dus de moeite waard om vast te stellen welke verstorende rol taal hierin speelt.

Een woordenspel met verlies en winst

Betekenis wordt gecreëerd door actoren, in taal, binnen een taalgemeenschap (Gergen, 1992 en Shotter, 1993 in Wierdsma, 1999, p.75). Zo bezien is taal – in het discours over samenwerking en fusie – een belangrijke drager voor zowel de richting als de begrenzing van het gesprek (vgl. Feltmann, 2002). Taal geeft ruimte aan de verbeelding van de nieuwe mogelijkheden die, afhankelijk van de drijfveren van mensen, meer of minder enthousiasme oproepen. Immers, bij een voorgenomen samenwerking of fusie, gaat het om twee of meer actoren die iets moeten opgeven om samen tot iets nieuws te komen. Behalve potentiële winst is er potentieel verlies (voor participanten).Daarmee is ook ieders veiligheid in het geding. Samenwerkingstrajecten zijn spanningsvolle processen. Dit wordt sterker door (ogenschijnlijke) tegenstellingen en belangen tussen de betrokken groepen in en om die organisaties: klanten en leveranciers, overheden en burgers, instellingen en cliënten (patiënten, ouders, leerlingen), werkgevers en werknemers. Taal is ten slotte ook perceptie: mensen geven verschillende betekenissen aan dezelfde woorden. Afhankelijk van persoonlijke drijfveren, vorm van de dag, levensloop of wereldbeeld geven mensen een andere betekenis aan wat wordt gezegd. Je denkt dezelfde taal te spreken en dat blijkt in de praktijk minder het geval dan aan de voorkant gedacht. Veelal laten we na – vooral in een context van vermoedde tegenstellingen of onzekerheid – om te verifiëren of de beoogde samenwerkingspartners dezelfde vertaling geven aan de uitgesproken bedoelingen of er een uiteenlopende interpretatie op na houden. Het comfort van het oppervlakkig eens zijn wint het van het ongemak om de tegenstelling te verdragen.

Taalkronkels als energy burners

De auteurs doen een aantal observaties, lees verder.

Taal als energizer

De auteurs benoemen mogelijk energizers in adviestrajecten, lees verder.

 

Deel deze pagina