Download het artikel

Akkoord? Akkoord!

Een semantische strategiesafari

Jan Willem Kradolfer, Cees Paardekooper
20-12-2013

In het Volkskrant Magazine van 16 november 2013 staat een alleraardigst artikel: Denk Opnieuw!, dat stelt dat ‘elke groep of subcultuur zijn eigen taaltje heeft’. De schrijfster gaat specifiek in op het Nederdutch, dat ‘bol staat van de letterlijk vertaalde Engelse uitdrukkingen’. Voorbeelden zijn: niet mijn kopje thee, bij de weg, het maakt geen zin. “Het is taal waarmee je subtiel bevestigt dat je bij een bepaalde groep mensen hoort. De woorden en uitdrukkingen waarmee je dat doet, veranderen voortdurend, want het is natuurlijk niet de bedoeling dat buitenstaanders de codetaal kraken”, aldus Margot Pol.

Politieke strategie

Het bijzondere is nu dat dit ogenschijnlijk hippe verschijnsel niet nieuw is. Wij zien dat ook in het landsbestuur politici al sinds jaar en dag bedreven ‘kunstenaars van het woord’ zijn. Taal en taligheid zijn vereisten voor een minister om zich überhaupt te kunnen handhaven. De jaren 80-serie ‘Yes Minister’ van de BBC gaf er prachtige voorbeelden van. In Nederland zijn vanaf de jaren 70 door spraakmakende politici bijzondere staaltjes taalkunst te berde gebracht. Wij noemen dat met onze politicologische bril een ‘semantische strategie’. Een mooi citaat van CPN-voorman Marcus Bakker bij de grote onderwijshervormingsdebatten, toen o.a. werd voorgesteld om Frans als verplichte taal af te schaffen, illustreert zo’n strategie. Bakker verzette zich tegen die afschaffing: “Wat eeuwen goed is geweest voor de elite, moet vast ook goed zijn voor het arbeiderskind.”
En deze: “Nu kunnen arbeiderskinderen eindelijk naar het gymnasium en dan schaffen ze het gymnasium af”, aldus het commentaar van Bakker, eind jaren 70, op de gepropageerde plannen om de middenschool in te voeren. Of neem Dries van Agt, taalkunstenaar en o.a. minister van Justitie die in een debat stelt: “Zowel het geloof als de wet houdt de moraal hoog. Alleen geeft het geloof de bovengrens van ons zedelijk leven aan, en de wet de ondergrens.” Kijk, dat heeft impact op de wijze waarop rechtvaardiging in een debat wordt gezocht voor beslissingen waar niet iedereen vanzelfsprekend achter staat.
Ook vandaag de dag zijn semantische strategieën niet van de lucht. Jeroen Dijsselbloem probeert zijn verschillende belangen als minister van Financiën én voorzitter van de Eurogroep bij elkaar te brengen: “Alleen als een land cruciale hervormingen doorzet, kan de deadline voor begrotingsdoelen worden verlengd. Het versoepelen van begrotingsdoelen moet meer concreet worden verbonden aan de uitvoering van hervormingen.” (ANP, 28-10-2013). En tijdens de Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer: “Wat u wilt horen is: hoeveel banen levert het morgen op. Zo zit de werkelijkheid niet in elkaar. Alle maatregelen die wij nu nemen, zullen pas intikken als de crisis mogelijk achter de rug is. Dat is de werkelijkheid van beleid, beleid werkt traag.” (TK, 17-10-2013). Een bijzondere vorm van rechtvaardiging van beleid tegen een oppositie die het eigenlijk niet pikt.
Probleem van dergelijk innergroup taalgebruik is dat de afstand tot niet-innergroups almaar groter wordt. De legitimatie van de uitspraken van de innergroup raken hierdoor in het geding. Om het wat ronder te formuleren: veel burgers hebben geen boodschap aan politici die spreken over ombuigen, bijstellen en temporiseren als ze bedoelen dat er moet worden bezuinigd.

‘Akkoorden’-samenleving

Bedrijven, maatschappelijke organisaties, het kabinet en de oppositie hebben in de afgelopen tijd een (ogenschijnlijk) nieuw fenomeen het licht doen zien: de akkoorden-samenleving. Wat begon met het Kunduz-akkoord, is inmiddels aangevuld met een energieakkoord, een woonakkoord, een begrotingsakkoord, een nationaal onderwijsakkoord en ga zo maar door. Twitter ontploft als er weer een akkoord is gesloten. Bijvoorbeeld @MarianPropstra: “Tragiek van kabinet is: wel akkoorden met de samenleving maar geen overall politieke steun in TK en EK. #doormodderen”. Zo heeft iedereen zijn opvattingen en meningen klaarliggen. En de professionals van de Public Affairs zijn er als de kippen bij om de soms bijzondere teksten te duiden, als waren het oude zieners.
Neem bijvoorbeeld het energieakkoord. De mensen van VNO/NCW, de FNV of internationals als Shell of NUON/Vattenfall laten heel goed zien dat ook zij precies snappen hoe een semantische strategie eruit moet zien. Twee citaten uit het akkoord: “Dit akkoord streeft naar duurzame groei. Dat vraagt om een goede balans tussen betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid van energie. (Her-)investeringen in energie-efficiëntere producten, productietechnieken en hernieuwbare energie zijn van essentieel belang om de ambities van dit akkoord te verwezenlijken.” En: “Door een slimme aanpak die volop inzet op innovatie biedt dit akkoord Nederland ook nieuwe kansen om te profiteren van de groeiende wereldmarkt voor schone technologieën.” (Rapport Energieakkoord SER, p.29 en 30). En laten we eerlijk zijn: wie wil nou niet ‘duurzame groei’ of ‘een slimme aanpak’?

Samenleving akkoord

Het verpakken van tegenstellingen in complexe akkoorden leidt, zo menen wij, steevast tot semantische strategieën die de tegenstanders van het akkoord op voorhand op achterstand stelt. Tegelijkertijd: het zijn broze verbanden, die de belangen van bedrijven, instellingen, de politiek in conflict kunnen brengen met de samenleving, in plaats van de tegenstellingen in de samenleving te overbruggen. Zo bezien is een ‘Akkoord?’ nog niet altijd een ‘Akkoord!’. Partijen raken meer dan eens verstrikt in hun eigen akkoorden.
Wij zouden het toejuichen als partijen zich ook de moeite getroosten hun akkoorden samenlevingsproof te maken. Hiervoor is nodig dat ze als het ware uit hun akkoord stappen en van de gemaakte intenties en afspraken een bewijsbare belofte maken die tot inzet van het maatschappelijk debat worden gemaakt via fora, panels, deliberatieve vormen van besluitvorming e.d. Semantiek is mooi, maar harde maatschappelijk gedragen beloften zijn beter. Zeker in tijden waarin de legitimiteit van de politiek er niet al te best voorstaat. De samenleving zelf moet akkoord gaan. Geen makkelijke opgave. Maar wel een mooie voor taalkunstenaars.

Deel deze pagina