Download het artikel

Integrale veiligheid

de nieuwe politieweg biedt (toch) kansen

Harry ter Braak
3-6-2013

Op 11 maart organiseerde WagenaarHoes Organisatieadvies een rondetafelbijeenkomst over de vraag welke kansen de nieuwe politiewet biedt om de veiligheid voor de burgers te verbeteren. Een gemêleerd gezelschap afkomstig uit gemeenten, politie, waterschappen, GGD-wereld, veiligheidsregio’s en scholenveld durfde het aan het gesprek over deze toch wel complexe vraag te voeren. Hieronder vatten we de inbreng van inleiders samen en zetten we de belangrijkste bevindingen op een rij.

“De komst van de nationale politie creëert momentum om eindelijk veranderingen in het veiligheidsbeleid te forceren”, aldus Irma Woestenberg, gemeentesecretaris van ’s-Hertogenbosch. Schotten kunnen worden weggenomen, onder meer tussen openbare orde en veiligheid, tussen opsporing en vervolging, tussen de OM, politie en gemeenten. De wet biedt partijen alle ruimte voor samenwerking, zonder het te hoeven hebben over ieders formele verantwoordelijkheden. Ieder houdt ‘gewoon’ de eigen bevoegdheid. Het komt er op aan probleemgestuurd en integraal te gaan samenwerken: lokaal, in de regio en waar nodig nationaal. Voorbeelden te over: gezamenlijke veiligheidsanalyses, delen van informatie en kennis, gezamenlijk prioriteiten stellen, een gebundeld interventie-repertoire en last but not least: eenheid van optreden. Een verzwaring van de rol van de driehoek met een zichtbare rol voor de burgemeester noemt Woestenberg een belangrijke succesfactor, naast een planmatige aanpak, bijvoorbeeld in de vorm van een veiligheidsprogramma. Als gemeentesecretaris heeft Irma Woestenberg bijzondere aandacht voor de consequenties van deze benadering voor de gemeentelijke organisatie. Een andere succesvoorwaarde is dat gemeenten meer onderling moeten samenwerken. 408 gemeenten moeten het met één (1!) politiekorps doen. Het is voor de politie niet te doen om met zo veel gemeenten hun werkzaamheden af te stemmen. Het is aan de gemeenten om tot een meer gelijkgestemde aanpak te komen. Dit komt de systeemefficiëntie ten goede. Woestenberg roept iedereen op om gewoon te beginnen, ervaringen op te doen en daarvan te leren.

Stavros Zouridis, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en adviseur bij WagenaarHoes, greep terug op de aanbevelingen van het rapport Sleuren of sturen – gemeenten en de sturing van veiligheid en justitie uit 2010. Ze gelden ook nu nog:

  • Er is geen sprake van een tegenstelling tussen de landelijke en regionale prioriteiten. De minister vindt fietsendiefstallen en de openbare orde tijdens uitgaansavonden tegenwoordig ook belangrijk en menig burgemeester trekt zich de strijd tegen georganiseerde criminaliteit aan.
  • De politie is niet een organisatie die verscheurd is tussen de taken opsporing en openbare orde (community policing). Integendeel, deze belangen vullen elkaar aan en versterken elkaar.
  • De politie is maar beperkt stuurbaar omdat de alledaagse werkzaamheden in belangrijke mate de inzet bepalen, en omdat de politie vooral wordt gestuurd door gebeurtenissen out there. 

Volgens Zouridis zijn er voor lokale sturing zijn vier lessen te leren:

  1. De discussie over posities en gezag leidt af van waar het om zou moeten gaan, namelijk gezamenlijke agendavorming.
  2. De sturing van de politie vergt dat de burgemeester een helderde agenda heeft.
  3. De gemeente moet haar eigen zaakjes op orde hebben.
  4. De gemeenten moeten de lead nemen in het opzetten van netwerken rondom veiligheidsproblemen.

Harry ter Braak, adviseur bij WagenaarHoes, geeft aan de inleidingen van Woestenberg en Zouridis een twist. Hij onderschrijft de oproep om probleemgericht, in allianties en meer planmatig aan de slag te gaan. Maar, simpel gezegd, het ene veiligheidsvraagstuk is het andere niet. Landelijke, regionale en lokale kwesties behoeven vaak aparte aandacht en inzet, en een georkestreerde strategie en inspanning. Ter Braak bepleit daarom te gaan werken met formules. In een formule wordt per vraagstuk/veiligheidsthema (bijvoorbeeld: buurtpreventie en veiligheid in openbare ruimte, drugsrunners en illegale handel, milieucriminaliteit) vastgelegd welke partijen welke inzet plegen met welke mensen en middelen in keten en netwerken. De betrokken partijen pakken in de betreffende ketens en netwerken nadrukkelijk hun eigen rol. Voorbeelden van (nieuwe) formules zijn Halt, Stadsmariniers, Veiligheidshuis, RIEC, BRZO. Door met slimme formules te werken wordt het mogelijk gezamenlijk gewenste resultaten en maatschappelijke outcome te formuleren en daarop capaciteit in te zetten.
De belangrijkste bevindingen die de deelnemers toevoegden aan de inleidingen zijn:

  • Blijf weg uit structuurdiscussies, werk aan cultuur en gedrag binnen de eigen organisaties en tussen de samenwerkende organisaties.
  • Stel de integrale veiligheid voorop, en daarmee het belang van onze burgers, en niet het eigen belang van de afzonderlijke partijen.
  • Vat integraliteit breed op: betrek waar nodig onderwijs, zorg, arbeid en welzijn bij een bepaalde aanpak (formule!).
  • Stel het maatschappelijk effect (outcome) centraal, stuur daarop. Daarmee kan worden vermeden dat er te veel op kwantiteit (lijstjes) wordt gestuurd.
  • Verschuif de focus van de ‘achterkant’ naar de ‘voorkant’: door gericht te interveniëren en te sturen aan de voorkant, kan capaciteit beter worden ingezet. Dat vraagt wel bestuurlijke en ambtelijke durf. Zorg ervoor dat de gemeenteraad hierover kaderstellende uitspraken doet.
  • Probeer een probleemgerichte aanpak ook ‘populatiegericht’ te maken, meer doelgroepgericht.
  • Zet je beste mensen in de samenwerkingsverbanden, dat is geen verlies maar juist winst.
  • Zorg dat de professionals ruimte krijgen, in het besef dat ze werkzaam zijn met een bepaald mandaat bij een bepaalde organisatie (terug kunnen op het honk). Laat ze hun ding kunnen doen. Zij kennen de praktijk, hebben het repertoire en kennen elkaar: samen lossen we het op! Managers en bestuurders moeten ruimte bieden, ruggensteun bieden.
Deel deze pagina
  • Harry ter Braak
    Harry ter Braak
    vennoot
  • Pauline van 't Zelfde
    Pauline van 't Zelfde
    adviseur