Terug naar Magazine

“Ontwikkelen” in het publieke domein

Boekbespreking

Harry ter Braak

Herman Tjeenk Willink beschouwt de publieke zaak al langer redelijk streng vanuit wat de overheid uiteindelijke echt is en of kan/moet zijn. In “Groter denken en kleiner doen” toont hij zich kritisch over de ontwikkeling van het denken over het publieke domein. Arno Korsten, Klaas Abma, Anne Douwe van der Meer nemen de lezers in “Het gras bij de buren, benchmarking de maat genomen” mee in de wereld van het benchmarken en de do’s en don’ts daarbij. Leren van anderen staat centraal. Menno Lanting  wil de lezer in “Disruptie in de overheid, In 5 stappen naar echte vernieuwing” leren hoe je de overheid flink kan veranderen. Herman Tjeenk Willink zou vast zeggen dat hij de overheid niet begrepen heeft. Wat niet wil zeggen dat Menno ideeën aandraagt die niet de moeite waard zijn.

Groter Denken Kleiner DoenHerman Tjeenk Willink, Groter denken kleiner doen, een oproep, 2019, 118 blz., Prometheus, Amsterdam, ISBN9789044639773.

Herman schrijft vanuit bezorgdheid en optimisme. De democratische rechtsorde hebben we nodig, waar vele bindende elementen in de samenleving hun positie hebben verloren. Deze staat onder druk. Niet omdat klassieke spanningen optreden en een dictator of staatsgreep plaats vindt, maar omdat we die rechtsorde verwaarlozen. Er is een chronisch gebrek aan tegengeluid en ruimte voor reflectie. Het economisch en bedrijfsmatig denken binnen de overheid is door geslagen en ontkent de typische eigenheid van de publieke zaak en de democratische rechtsorde. Staatsrecht werd verdrongen door bestuursrecht en staatkunde door bestuurskunde en vooral bedrijfskunde. De staat van de burger werd ondergeschikt.

Het debat werd business. En de publieke opinie werd kritiekloos het geluid van de sociale media. Het debat over Europa gaat over kosten en opbrengsten en niet over het belang voor de democratische rechtsorde, de gemeenschap van normen en waarden. De noodzakelijke verscheidenheid werd verwaarloosd ten behoeve van de harmonisatie gevraagd vanuit het marktdenken.

Een krachtige overheid heeft een zelfbewuste democratie nodig. In het denken een andere balans brengen tussen liberaal burgerschap (nu vooral) en republikeins burgerschap(inzet voor RES Publica), met erkenning van de betekenis van meervoudig burgerschap (lokaal, nationaal, Europees). De kwaliteit van de uitvoering bepaalt de geloofwaardigheid van de overheid. De professionaliteit van de uitvoering (vakdeskundigheid, gerichtheid op het individu, beroepsethiek en publieke verantwoording) moet weer centraal komen te staan, inclusief de verantwoordelijkheid burgers niet tussen wal en schip terecht te laten komen.

Zonder onafhankelijke rechters hebben we ook geen democratie. Het regeerakkoord 2010; de rechtspraak wordt per 2013 bekostigd door degenen die daar gebruik van maken, is rechtstatelijk omineus. Degenen die er het meest van afhankelijk zijn, zijn meestal minder in staat deze te betalen. De “verbestuurlijking” van de rechtspraak kon een hoge vlucht nemen, zonder de rol van het recht in de samenleving te doordenken.

Aan het slot gaat Herman in op de rol van de politiek de afgelopen decennia en de komende tijd. Het politieke, het verdelen en toedelen van waarden, is niet alleen van de politiek maar ook van burgers, uitvoerders, rechters. Het primaat van de politiek legt hen de verplichting op de constitutie te handhaven. Groter politiek denken maakt dan kleiner maatschappelijk doen beter mogelijk.

Het Gras Bij De Buren

Arno Korsten, Klaas Abma, Anne Douwe van der Meer, Het gras bij de buren, benchmarking de maat genomen, Boombestuurskunde, Den Haag, 2019, 310 blz., ISBN 9789462369153.

Benchmarken heet in populair taal gebruik ook wel spiegelen, spieken of sprankelen en is een benadering die vanuit de benadering van het New Public Management ruim in de belangstelling kwam.

Met dit boek de auteurs uitleggen wat benchmarken is, hoe je die vergelijking verricht en wat ervan te verwachten is. Maar ze willen ook de sluier van organisatievergelijking van prestaties aftrekken. Het doel van benchmarking is de echt beter presterende organisatie te ontdekken en te bekijken of als je de top van de rangorde in beeld hebt, waarom de absolute top het beste is en wat je moet doen om ook de top te bereiken. Om tot meer effectiviteit, kwaliteit en doelmatigheid te komen.

In de inleiding wordt Nederland op verschillende manieren vergelijken met andere vanuit verschillende bronnen en indices. Er valt internationaal maar ook nationaal te twijfelen over die rangordes en vergelijkingen. Het kan altijd beter en vergelijkingen zijn altijd gebaseerd op conditie en met een gedefinieerde (beperkte) scope. Benchmarken vormt naar de mening van de auteurs een onderscheidend fenomeen.

Benchmarking past bij een zakelijke overheid is hun stelling. Ik ben wel benieuwd naar het perspectief van Tjeenk Willink op benchmarken. De auteurs gaan vervolgens in op de mythen over benchmarken. Daarna volgen kenmerken, vormen, eisen, doelen en grenzen van benchmarking, maar ook voor- en nadelen ervan, gevolgd door verdiepende impressies. Niet alle beschreven argumenten zijn onderbouwd. Maar ze concluderen wel dat de theoretische nadelen in de praktijk mee vallen en de waarde ervan wordt overschat. Dat ze tot bezinning leiden mag al nuttig zijn, zou ik zeggen.

Benchmarken gebeurt op basis van veronderstellingen. Dat bewustzijn wordt aangescherpt. Waarstaatjegemeente blijkt de populairste benchmark bij gemeenten. Uitkomsten van integrale benchmarking worden besproken, of het nu over wonen of besturen gaat. Vervolgens wordt het gebruik uitgediept evenals het ervan leren en verbeteren.. Daarna komen de valkuilen van benchmarken. Afgesloten wordt met enkele conclusies over de keizer en de kleren en een reflectie met enkele stellingen over benchmarken. Benchmarken leidt niet tot radicale herziening van beleid. Misschien is de beste vertaling van de boodschap van het boek: bezint als ge begint. Wie kan daar tegen zijn. Het boek geeft controllers vele handvaten bij die bezinning.

Disruptie In De OverheidMenno Lanting, Disruptie in de overheid, In 5 stappen naar echte vernieuwing, Business contact, Amsterdam/Antwerpen, 158 blz., ISBN 9789047011804

Menno verhaalt in het eerste deel en vier hoofdstukken over de uitdagingen van de digitale revolutie en beschrijft in het tweede deel de vijf stappen naar vernieuwing. Hij plaatst de disrupties in historisch perspectief en geeft aan wat ze betekenen. Om vervolgens in te gaan op de betekenis van de overheid. Zijn verwachting is dat verkiezingen, gemeenteraden, waterschappen, parlementen en politieke partijen overbodig zijn geworden. Disruptie staat voor creatieve destructie, ontwrichting en kent bronnen als samen komende innovaties, veranderende waardenetwerken, nieuwe businessmodellen en nieuwe organisatiestructuren. Het businessmodel van de overheid moet om met Taleb te spreken antifragiel worden. Een nieuw sociaal systeem is nodig. De participatiesamenleving zal anders vorm moeten krijgen.

De ontwikkeling van de vier stijlen van de (presterende, samenwerkende, rechtmatige en responsieve) overheid worden gezien als elkaar opvolgende fasen. De uitdagingen voor het businessmodel zijn dat alles software wordt, informatie macht is, burgers zich in netwerken organiseren, de visie op werk verandert en de verandering snel en langzaam tegelijk gaat.

De vijf stappen zijn; los problemen op, verbeter de zwakste schakel, ga voor klein, kies voor werkelijke zelforganisatie en versnel de innovatie. Met praktische tips en verwijzingen naar ervaringen van diverse bestuurders, wetenschappers en managers maakt hij concreet wat hij bedoelt. Als je wilt weten hoe te innoveren bij de overheid heb je weinig aan het boek omdat het te oppervlakkig is. Als je wilt nadenken over innoveren bij de overheid zitten er voldoende ingrediënten in om uitgedaagd te worden.