'Waarden' centraal in drie benaderingen van organiserend vermogen

Lezenswaardige boeken

Harry ter Braak
3-11-2014

Elke professional, controller, manager maakt gebruik van instrumenten. En die moeten up-to-date blijven. Hier passeren drie boeken die daaraan zeker kunnen bijdragen. Twee ervan zijn gebaseerd op een proefschrift en stellen waarden centraal. Daarmee zijn ze meer dan alleen een instrumentenboek. Paul Kloosterboer scherpt de manier van kijken naar organisaties aan. Nicoline Mulder biedt een heel andere en zeker inspirerende kijk op projectmanagement van complexe projecten. Marcel van Assen levert een mooi overzicht van te hanteren waardevolle methoden om operationele processen te stroomlijnen met operational excellence.

Kloosterboer, P. (2013) Van waarnemen naar waarmaken, expeditie naar waarde met professionals. Den Haag: Academic service, SDU Uitgevers.

Paul Kloosterboer heeft met zijn gelijknamige proefschrift en de vertaling naar dit boek voor menig professional een zeer uitnodigende manier van kijken naar organisaties geleverd. De ‘expeditie naar waarde’ is een strategische ontdekkingstocht met professionals.

Hij begint bij het verborgen potentieel van de professional. Trekt vervolgens lessen uit zijn eigen praktijk, om vervolgens het terrein van de theorievorming te betreden. Dan volgt de praktijk uiteengezet in de casus van een ziekenhuis en een bank, om vervolgens te reflecteren op zijn expeditie naar waarde en het daarbij benodigde leiderschap. Dan worden de essentiële stappen, van voorbereiden naar waarmaken, op een rij gezet. Kloosterboer sluit af met een tour d'horizon.

Emotie is naar zijn idee het slot en de sleutel tot strategisch leren met professionals. Hij toont vier archetypische faalscenario's:

  1. Het dynamisch conservatisme waarin met veel inzet steeds dezelfde patronen ontstaan.
  2. De invalide strategieën waarin luchtkastelen en suboptimale praktijken vanwege niet-valide aannames centraal staan.
  3. De tekentafel- strategieën waarbij het verhaal wel klopt, maar emotioneel niet landt, en
  4. De verloren strategieën die niet doordringen tot de mainstream omdat ze niet (h)erkend worden.

Vanuit deze faalscenario's worden vier leerprincipes afgeleid: variëren, valideren, verbinden en verwerken (cognitief en emotioneel). Met name dat verwerken bepaalt het tempo van en de chronologie van de ‘expeditie naar waarde’. De vier stadia zijn: waarnemen, waarderen, willen (toelaten) en waarmaken. De vier leerprincipes en de vier stadia worden als twee assen van een matrix tegenover elkaar geplaatst. De resulterende zestien velden vormen vervolgens evenzovele expeditieprincipes, hoe herken je waarde. Expeditieleiders, de expeditiegidsen en expeditieteams hebben hun eigen rollen. Een aanrader voor managers en controllers die verder en anders willen leren kijken naar hun eigen werkelijkheid. Als je iets wilt veranderen in een organisatie, kun je niet om de aangeboden principes heen.

Mulder, N. (2013). Value-based projectmanagement, scherpte en focus aanbrengen in complexe projecten. Den Haag: Academic Service SDU Uitgevers.

Gewoon een kwestie van anders kijken schrijft Nicoline Mulder als zij het heeft over het management van complexe projecten, waarin chaos lijkt te overheersen. Vanuit het perspectief van chaos-denken reikt zij elf interventies aan. De analogie met de kaskraker van Project’s Eleven, legt ze zelf. Er is al veel geschreven over projectmanagement, maar Mulder voegt met deze populaire vertaling van haar proefschrift werkelijk iets toe.

In drie delen en acht hoofdstukken wordt eerst de aanpak uiteengezet middels elf vragen en met bijbehorende antwoorden. Vervolgens wordt de context van complexe projecten geschilderd. Daarna volgt in deel drie de verdieping met de werking van de aanpak. Het slim doordachte samenspel van psychologische en sociologische mechanismen wordt toegelicht. De filosofie uiteengezet. Van butterfly effect tot het chaos-denken komt aan bod. De benadering is chaordisch, een combinatie van denken in chaos en orde tegelijk. Bewustzijn, verbondenheid, onbepaaldheid, verval en creatie en verrassing spelen een centrale rol.

De Project’s Eleven zijn:

  1. Baseer de aanpak van het project op de projectwaarden.
  2. Richt je aandacht voortdurend op het hogere projectdoel.
  3. Ontwikkel een projectvisie en houd hem levend.
  4. Hanteer een ontwikkelbenadering met erkenning voor vaagheid.
  5. Werk op basis van vertrouwen.
  6. Hanteer transformationeel leiderschap.
  7. Bewerkstellig de voorwaarden voor zelforganisatie.
  8. Faciliteer creativiteit.
  9. Laat gebruikers vanaf het begin aan participeren.
  10. Houd de dialoog met de belanghebbenden gaande.
  11. Werk resultaatgericht waar het past.

De elf interventies zijn te beschouwen als, zoals Mulder schrijft, constituenten en niet een checklist. De elementen overlappen elkaar en geven samen betekenis. Het gaat om het geheel van de interventies. Hardnekkige blauwdrukdenkers wil Mulder niet overtuigen. Dat is een valkuil, waarvan er vele in het boek beschreven worden. Value-based projectmanagement is namelijk niet per se beter, maar zeker wel anders. Het komt uit een andere filosofische stroming, met andere basisovertuigingen. Controle versus vertrouwen, reductie versus holisme, grip krijgen versus loslaten.

Klassieke definities van projectmanagement, waar een eenmalig resultaat bereikt moet worden met klassieke parameters als kosten, tijd en kwaliteit, doet Mulder af als verouderd en onvolledig. Zij definieert een project als een tijdelijke organisatie om vernieuwing of verandering te brengen. Het projectresultaat doet er dan minder toe, het gaat om het realiseren van het hogere doel van verandering. Projectvolwassenheid laat zich daarop anders definiëren. Projecten categoriseert zij naar vijf karakteristieken: complexiteit, onzekerheid, prioriteit, noviteit en vaagheid (fuzziness), waarbij de laatste een toevoeging is op de vanuit de literatuur bekende vier karakteristieken van een project.

Mulder heeft met haar proefschrift en dit boek een zeer toegankelijk werkstuk geleverd, waar iedere manager en controller in het publieke domein kennis van genomen moet hebben. Terecht viel het boek al in de prijzen, zoals bij de Ooa (Orde van organisatiedeskundigen en -adviseurs) als beste boek van 2013.

Assen, M.R. van (2013). Operational excellence, van industrie tot dienstverlening. Den Haag: Academic Service SDU Uitgevers.

Operational excellence gaat om het doelmatig en doeltreffend inrichten en managen van de operationele organisatie, die daardoor steeds weer in staat is de juiste klantwaarde tegen de laagste kosten te realiseren. Ook binnen het publieke domein zijn technieken als Lean en Six Sigma steeds meer gemeengoed. Maar hoe bepaalt u wanneer welk concept werkt en wanneer niet? En hoe realiseert u een operationeel excellente organisatie? Dit boek levert antwoorden op die vragen en handvatten om tot een succesvolle invoering te komen. Dat laatste is overigens een ambitie die maar beperkt wordt waargemaakt met het boek omdat de focus meer bij de beschrijving van de methodologie ligt, dan bij wat nodig is voor de implementatie.

In zes hoofdstukken wordt de lezer meegenomen in de betekenis van operational excellence in het algemeen, in serviceomgevingen, in relatie tot Lean-management en tot Six Sigma, maar ook tot andere verbetermethoden. Het laatste hoofdstuk focust zich op het invoeren en realiseren van operational excellence. Over deze methodiek zijn vele boeken geschreven, maar prettig aan dit boek is zijn toegankelijkheid en waardebepaling. Het laat zich goed lezen en neemt je mee in de veelheid aan verbetermethoden die de afgelopen decennia zijn ontwikkeld. Het gaat niet te diep, maar voldoende diep om goed te kunnen begrijpen waar toepassing nuttig is en zelfs wat dat op hoofdlijnen vraagt.

Operational excellence stelt complexiteitsreductie, variabiliteitsmanagement en het streven naar korte doorlooptijden centraal. De aanpak van operational excellence heeft betrekking op het optimaliseren en professionaliseren; het creëren van een cultuur waarin continu verbeteren vanuit een ontwikkelbenadering centraal staat. Besproken worden een ontwerpgerichte top-down-expertbenadering en de bottom-up-ontwikkelaanpak, het daarvoor benodigde type leiderschap en wat de eisen en randvoorwaarden zijn voor een succesvolle invoering.

In het boek worden in tweeënveertig ‘kaders’, theoretische concepten, uiteengezet en bovendien vijftien cases uitgewerkt die inzicht bieden in de diverse toepassingen van het instrument. Zeer verschillende omgevingen en toepassingsgebieden als het klassieke bedrijfsleven, overheden als Rijkswaterstaat, en non-profitorganisaties als een ziekenhuis komen aan bod. Dat maakt het boek rijk aan geboden inzichten en zeker de moeite waard voor managers en controllers in de publieke dienst die een verantwoordelijkheid hebben naar operationele processen en die willen verbeteren.

Deel deze pagina