Terug naar Archief

Compleet nieuwe perspectieven

Drie perspectieven die ons wakker schudden

Harry ter Braak
15-9-2014

De wereld om ons heen beweegt snel en stelt andere eisen aan mensen en organisaties. Benjamin Barber legt uit waarom burgemeesters beter de wereld zouden kunnen regeren. Bob Hoogenboom maakt met vele Nijenrode-collega's duidelijk dat de crisis duidelijk een andere, veel integralere benadering vergt en Marga Hoek neemt de lezer mee in een prachtig boek over de zich ontwikkelende nieuwe economie met een scala aan inspirerende vertellingen over gerealiseerde innovaties.

Benjamin R. Barber (2014). Als burgemeesters zouden regeren - haperende staten, opkomende steden. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers.

Problemen oplossen in plaats van erover debatteren, om zo de gevarenzone waarin we verkeren, te verlaten. De stad trekt ons aan en stoot ons tegelijk af. Barber wil, in zijn goed leesbare en van een grote belezenheid getuigende boek, van aanpak veranderen: van staten naar steden, van onafhankelijkheid naar interdependentie, van ideologie naar probleemaanpak.

In twee delen, twaalf hoofdstukken en twaalf profielen van burgemeesters, met in het laatste hoofdstuk de burgemeesters van de lage landen, speciaal toegevoegd voor deze Nederlandse versie van het boek, neemt Barber de lezer mee in zijn uitdagende kijk op de wereld. De profielen van de burgemeesters zijn kort en krachtig en dienen ter ondersteuning van zijn verhaal.

In het eerste deel gaat het over waarom de steden op mondiaal niveau zouden moeten regeren. Staten praten met elkaar vanuit hun soevereiniteit en slagen er niet in de belangrijkste problemen van dit moment hanteerbaar te krijgen. Om te kunnen begrijpen wat er gedurende de lange reis van de mens naar de stad werd gewonnen, begint Braber met wat verloren ging en vervolgens dat we moeten begrijpen wat we bedoelen met de stad als empirische, burgerlijke entiteit. Het verhaal van steden is het verhaal van de democratie. Democratie gaat vervolgens meer over het proces dan over de eindtoestand. De stad ontwikkelt zich van een onafhankelijke polis naar interdependente kosmopolis. Steden bezitten geen souvereiniteit. Die onmacht heeft veel nut.

In het tweede deel beschrijft Benjamin Barber hoe mondiaal bestuur kan worden gerealiseerd. In de ‘sloppenwijkenplaneet’ gaat hij in op de ongelijkheid tussen steden. Om te vervolgen met de hoofdpijndossiers uit de megastad. De stad moet en kan zich zelf genezen. Ze zal de ongelijkheid moeten terugdringen. Door steden slim te verbinden met de digitale technologie, dienen zich ongekende mogelijkheden aan. Het gaat om de kunst van het begrijpen van de interdependentie, zoals cultuursteden in een multiculturele wereld. Burgers kennen geen grenzen. Zij leven in de glokale burgermaatschappij met confederale oplossingen, waar burgemeesters als Park-Won Soon van Seoul de glokale gemeenschapsorganisatoren zijn. Barber pleit voor een mondiaal burgemeestersparlement met de democratie van onderop en het benutten van de interdependentie. Steden zouden besluiten van het burgemeestersparlement kunnen bekrachtigen of afwijzen in referenda, of hun burgemeester nu wel of niet aanwezig was. Door regio's aan de periferie van de stad op te nemen in stedelijke conglomeraten, creëer je een modern equivalent van de middeleeuwse gedachte dat de vesting de regionale bevolking omvatte. Het boek ontleent zijn kracht aan de geheel andere manier van kijken naar de organisatie van het openbaar bestuur.

Bob Hoogenboom, Marcel Pheijffer, Edgar Karsing (red.), (2013). Gorilla's, Markets and the Search for Economic values, rethinking Lehman Brothers and the Global crisis. Nyenrode University Press.  

Vanuit Nyenrode heeft een scala aan auteurs meegewerkt aan dit in het Engels geschreven interessante boek over de recente economische ontwikkelingen. In ons neurologisch systeem worden voortdurend nieuwe verbindingen aan gemaakt. Met de economie is het niet anders. In vier delen en vierendertig hoofdstukken met bijna vijftig auteurs wordt de lezer meegenomen in de complexiteit van de financiële crisis. Wordt onze kennis uitgedaagd? Kunnen langetermijn theoretische modellen de test van de voortdurende turbulentie in markten en financiële instituties aan? Moet er een herdefinitie plaatsvinden van de verhouding tussen overheden en markten, met aangepaste regelgeving?

In de vier delen staan het ‘schuld’-spel, de psychologie en cultuur, het opnieuw uitvinden van regulering als remedie tegen de informatie-asymmetrie en andere businessmodellen met nieuwe waarden centraal. Als het gaat om het aanwijzen van verantwoordelijken komen vele gegadigden in aanmerking. De bankiers die onverantwoorde risico's namen, de overheden met hun gulzige budgettaire politiek, het gedaalde vertrouwen in de instituties, functie-vervaging van de instituties, de inadequate corporate governance, de accountant en de leerpunten uit de politieke economie. Allemaal bieden ze een mogelijke verklaring voor de problemen waar we nu structureel mee sukkelen.

Psychologische en emotionele factoren maken een belangrijk deel uit van de drijfveren van de hoofdrolspelers. Gedragseconomie is net zo belangrijk als de macro-economie. De overwaardering voor en simplificatie door rationele modellen moet aangevuld met andere mechanismen, bijvoorbeeld de effecten van sociale media op het gemoed van mensen (en group think). Ethische besluitvormingsmodellen, aangevuld met contextuele factoren, zullen betrokken moeten worden. Gorillagedrag moet vervangen worden door contemplatie en reflectie. Ook wordt de vraag gesteld of het gegeven dat het vaak om een mannenwereld gaat, niet een belangrijke verklarende factor vormt.

De wereld van controllers voert het gevecht om adequate informatie. Hoe realistisch zijn onze interpretaties van de werkelijkheid? De aangeboden benadering is vooral een filosofische. Het lijkt wel te gaan om het interpreteren van schaduwen op de muur. De absolutistische waarde die aan cijfers wordt gegeven contrasteert met de werkelijkheid. Hoe kunnen we rapporteren over wat werkelijk plaatsvindt? De grenzen van de rationele benadering zijn in zicht. Hoe komen we te weten wat we niet weten? De manier waarop instellingen en instituties gewaardeerd worden laat zeer te wensen over. Een interdisciplinaire benadering is hoogst noodzakelijk. Het ontbreekt duidelijk aan een accuraat inzicht in de risico's die we lopen.

De fiscale politiek krijgt een uitgebreide behandeling in dit boek. Geconstateerd wordt dat het in de praktijk ontzien van multinationals steeds meer een issue wordt. Meer vooruitkijkende supervisie en supranationale institutionele oriëntatie is nodig om de crisis te bezweren.

In andere businessmodellen en nieuwe waarden krijgen nieuwe oplossingen als PayPal, Google Wallet, maar ook duurzaamheid en schaalvraagstukken de aandacht. De factor mens wordt herwaardeerd ten opzichte van het kapitaal. Groter en groei zijn niet altijd beter. Vele grenzen worden gepasseerd. Nieuwe oplossingen dienen zich aan. Het Chinese teken voor crisis is niet voor niets de combinatie van gevaar en kans. Onze spirituele ontwikkeling leert ons dat de crises in het verleden de buitenkant van innerlijke spanningen waren die ons vervolgens een stap verder brachten. Een mooi perspectief in donkere dagen in een zeer verantwoord leerzaam en met vele verwijzingen gevuld boek, dat voor de controller minder oplossingen biedt dan je aan de voorkant zou denken.

Marga Hoek (2013). Zakendoen in de nieuwe economie - zeven vensters op succes. Deventer: Kluwer.

Marga Hoek heeft in dit inspirerende boek een mooie bijdrage geleverd aan het verkennen van de nieuwe economie. Elk hoofdstuk kent een tweede deel waarin het perspectief van kinderen, maar niet kinderlijk, op het vraagstuk beschreven wordt. Het boek kwam mede tot stand intensieve crowdsourcing. Het boek is zeer toegankelijk en inspirerend, met een mooie literatuurlijst en vele verwijzingen naar internetadressen. Voor elke overheidsmanager en controller een boek van grote waarde, alhoewel de vertaling naar de consequenties voor het publieke domein nog moet plaatsvinden.

De nieuwe economie is drievoudig duurzaam en levert een nieuw fresco op van de werkelijkheid. Onze kijk op de natuur, de mens en de financiële assets verandert. De klant is behalve gebruiker, co-creator, innovator en financier. Dat levert nieuwe waardecycli op. Schaalgrootte krijgt een andere betekenis. Innovatie vindt plaats in een wereld van transparantie en gezamenlijkheid. Businesscases gaan er anders uit zien. Kennisdeling staat centraal evenals samenwerking op innovatievermogen en visie.

Op het vlak van de financiering zullen zich ook grote verschuivingen voordoen. De financieringsbehoefte zal beperkt worden. Deze zal meer langjarig en duurzaam zijn, terwijl vreemd vermogen effectiever gebruikt moet worden. Leiderschap vormt als het ware de strik om het zakendoen in de nieuwe economie. Toezicht krijgt in de nieuwe economie fundamenteel anders vorm. De toezichthouder wordt bv. continue aanspreekbaar, zal meer in de openbaarheid en in dialoog moeten acteren, wordt uit andere netwerken gerekruteerd dan nu en zal zich veel (inter)actiever op moeten stellen.