Terug naar Archief

Drie compleet verschillende werelden

Boekbespreking

22-11-2013
Big data, provincies en gezondheidszorg vormen drie compleet verschillende domeinen. Rond alle drie zijn boeiende ontwikkelingen gaande die heel toegankelijk zijn beschreven. Big data, waar gaat dat precies over, wat kan je ermee en hoe ga je er mee om? Provincies, wat is hun geschiedenis en waar gaan ze naar toe? Gezondheidszorg, hoe krijgen we de kosten beheersbaar?

Tom Breur (2013). Big Data. Automatiseringsgids en Sdu Uitgevers.

Big data lijkt de business intelligence trend van de laatste tijd. De continue introductie van nieuwe technologie, de dalende kosten voor gegevensopslag en het alsmaar krachtiger worden van computers, maken het mogelijk extreme gegevensvolumes op een betaalbare manier te verwerken. Centraal staan in aparte hoofdstukken de mogelijkheden van het gebruik van big data en zaken als privacy, return on investment, de kwaliteit van data en data-analyse. Het boek is een uitgave in een reeks waar niet alle boeken even goed van zijn.

Zo is het boek van Piet Koorevaar en Peter Noordam Business Logic Management, dat zich afficheert als beschrijving van groeimodellen naar volwassenheid van informatiemanagement, gewoon duidelijk minder. Business logic management wordt daarin neergezet als het verenigde managementgebied van informatiemanagement (besturing) en business proces management (primaire processen). Op zich interessant, maar bijvoorbeeld innovatie en verandermanagement worden gewoon te simpel neergezet.

Big Data lijkt geen andere ambitie te hebben dan de lezer mee te nemen in de wereld van big data en hem daarover verantwoord te informeren. Daarin slaagt het boek goed. In zes hoofdstukken wordt de lezer meegenomen in de mogelijkheden, maar vooral ook de beperkingen van big data. Elk hoofdstuk bevat do’s en don’ts en een goede samenvatting. De strategische waarde van data komt sterk naar voren. Slim uitnutten van grote hoeveelheden gegevens speelt een cruciale rol in het verwerven en behouden van concurrentievoordeel. In The World is Flat (Friedman, 2005) is al duidelijk dat deze trend zich zal doorzetten. We leven in een tijdperk van enorme datagroei en produceren jaarlijks twee zettabytes (twee met 21 nullen). Gebruik is niet alleen relevant voor bedrijven, maar ook voor (semi)overheden. Denk aan het in- en uitchecken met je ov-chipkaart. Afleiden van reislengte, bijwerken van saldo, berekenen van tijdstip van overstap, nieuwe routeprijs berekenen, maar ook verwachtingen afleiden uit gebruik. Of denk aan de verbinding tussen zendmast en mobiele telefoon en het daarbij voortdurend gaan voor de beste verbinding, maar ook de informatie die het oplevert over vervoerstromen. Of de analyse van politiecamera beelden die 24 maal 7 opnames maken. De kosten van opslag van deze data zijn spectaculair gedaald (t.o.v. dertig jaar geleden 1 op 1.000.000.000).

Tegelijkertijd blijkt dat de verwerking van deze grote hoeveelheden data met traditionele middelen niet gaat (schaalbaarheidsprobleem). Traditionele systemen houden van vast aan het ACID-principe (Atomicity, Consistency, Isolation, en Durability). NoSQL-databases (afkorting van Not only SQL-databases) doen dat niet, maar accepteren daarmee dat minstens op één van de vier ACID-principes wordt in geboet. Wat echter ook duidelijk is geworden van big data analyses, is dat je verder komt als je ze weet te verbinden (samen analyseren), in de context van (small) data van reguliere datawarehouses. Een sentimentanalyse onder klanten wordt pas echt interessant als je iets kunt zeggen over verschillen tussen klantsegmenten. De verdeling van energieverbruik smart meters wordt extra waardevol als je daar geografische kenmerken kan koppelen aan verstedelijking etc.

Het boek is goed omdat het de lezer heel leesbaar meeneemt in een ingewikkelde materie met vele moeilijke termen, en er daarbij in slaagt het belang en de mogelijkheden en beperkingen van het gebruik van big data goed voor het voetlicht te brengen.

Arno Seinstra en Herman Sietsma (2012). Provincies van binnen en van buiten. Nieuwegein: Uitgeverij Réunion.

Seinstra en Sietsma proberen met dit boek de lezer een overzicht te bieden van de historie, de actualiteit en de toekomst van provincies. Ze adviseren een toekomst met krachtige provincies, door versterking van de regionale kracht door adequate interprovinciale en binnen-provinciale samenwerking, beëindiging van bestuurlijke drukte en investeren in interne verbeteringen binnen provincies.

Het boek laat zich gemakkelijk lezen, maar kenmerkt zich door een opzet in drie geheel verschillende delen. De twee auteurs hebben duidelijk ieder een deel geschreven en samen een afsluitend hoofdstuk. De samenhang is ver te zoeken, wat niet betekent dat er geen interessante stukken aan te treffen zijn. De (ook recente) geschiedenis kan hier prettig leesbaar bijeen gevonden worden en er worden interessante beelden over een mogelijke toekomst geschetst. In de zeven hoofdstukken wordt de lezer in het eerste deel meegenomen in de geschiedenis van provincies, de provincie en de regio en de ontwikkeling van het recente denken over provincies, vervolgens in het tweede (maar niet zo genoemde) deel over provincies in control, de organisatie van 2000 naar 2020 en de kwaliteit van het provinciaal bestuur, om te besluiten met perspectieven op de ontwikkeling na 2020.

In het eerste deel over de geschiedenis wordt duidelijk dat provincies in naam al lang meegaan, maar in betekenis voortdurend van karakter en taak veranderden, en dat vermoedelijk blijven doen als ze blijven bestaan. Dit deel kent helaas geen gespecificeerd perspectief van waaruit de ontwikkelingen benaderd worden en wordt daarmee wel erg arbitrair in zijn opbouw. Het tweede deel is duidelijk wel vanuit een specifiek besturingsperspectief, control, opgebouwd. Een enquête onder Statenleden, rapporten van Rekenkamers en eigen waarnemingen geven aanleiding tot oordelen over de kwaliteit. Het is daarmee beter onderbouwd dan het boek van Klaartje Peters, Het opgeblazen bestuur uit 2007, waar zij provincies kritisch benadert op een manier die voor alle overheden hetzelfde op zou leveren en weinig serieus onderbouwd was.

Het tweede deel van het boek sluit helaas niet echt aan op het eerste deel. Op zich goed leesbaar bevat het weinig vernieuwends, terwijl daartoe wel mogelijkheden waren geweest als de auteurs meer naar de organisatiekant hadden gekeken. Beschikken de provincies over de mensen en mogelijkheden om te doen waar ze de komende jaren voor staan? Nu gaat het uiteindelijk meer over de structuren (hoeveel provincies na 2020) dan over opgaven en consequenties daarvan. Niettemin, voor beleidsadviseurs en managers die zich willen verdiepen in het fenomeen provincie biedt het boek voldoende stof tot nadenken.

Prof.dr. Erik Schut en dr. Marco Varkevisser (2012). Een economisch gezonde gezondheidszorg. Preadviezen 2012 Koninklijke Vereniging voor Staathuishoudkunde. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Jaarlijks verschijnen de preadviezen van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde. Het is goed de lezer ook via deze weg te informeren over deze boeken. Tal van, in de gezondheidswetenschappen actieve, auteurs brengen in 2012 onder een deskundige redactie in tien hoofdstukken hun perspectieven op de ontwikkeling van de gezondheidszorg onder de aandacht.

Thema’s zijn onder andere de (on)beheersbaarheid van de collectieve zorguitgaven, de marktwerking, de afbakening van het basispakket, grenzen aan leefstijlsolidariteit en ongezond gedrag, de gereguleerde concurrentie, de zorginkoop, de ziekenhuis bekostiging en de problemen van de langdurige zorg.

Vanuit deze verschillende perspectieven worden aanbevelingen gedaan over de noodzakelijke hervormingsagenda voor de gezondheidszorg. Tien adviezen aan de minister van VWS uit tien hoofdstukken vormen de opbrengst, waaronder de advisering over de taak(uitoefening) van de mededingingsautoriteit. De verschillende hoofdstukken bevatten vele interessante inzichten. Zo wordt (wetenschappelijk onderbouwd) geconcludeerd dat een omslag van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag (gezonde leefstijl) geen realistische route is naar de houdbaarheid van de zorguitgaven. Maar ook dat de vernieuwing van de financiering van ziekenhuizen de komende jaren conserverend, en niet innovatiebevorderend, zal werken.