![]() |
|
|
INTERVIEW MET STADSDEEL ZEEBURG OVER IJBURGTERUGBLIK OP DE OPSTART VAN EEN SUCCESVOL PROGRAMMA![]() Door: Pauline van ’t Zelfde en Maureen Hendriks Het is 1 september 2008. In een vergaderkamer in het stadsdeelkantoor van Zeeburg zijn wij in gesprek met vijf betrokkenen, die bij de opstart van het programma IJburg een belangrijke rol speelden. Om te beginnen is Jan Hoek aanwezig, wethouder stadsdeel Zeeburg en van 2002 tot 2006 bestuurlijk eindverantwoordelijk voor het programma IJburg. Als ambtelijke eindverantwoordelijken zitten Ria Braspenning, voormalig stadsdeelsecretaris en Kees Rozemeijer, sectorhoofd Ruimtelijke Ordening en Beheer, aan tafel. Kees was ook de ambtelijk opdrachtgever van de twee programmamanagers Marianne Bogers en Caro Beerhorst, die ook bij het gesprek aanwezig zijn. Zij hebben samen het programmamanagement bij de start van het programma vorm gegeven. Het is lang geleden dat men in deze samenstelling bij elkaar is. De sfeer is meteen vrolijk en heeft wel iets weg van een reünie. Op ons verzoek blikt men terug op de opstart van het programma IJburg van het stadsdeel Zeeburg. De centrale vraag in het gesprek is hoe een belangrijk prestigieus programma ontstaat en waarom een programma als organisatievorm is gekozen. ![]()
WAT WAS DE AANLEIDING VOOR HET OPSTARTEN VAN HET PROGRAMMA IJBURG?Vlak voor de opstart van het programma IJburg vond de overdracht plaats van het grootstedelijk project Oostelijk Havengebied van de centrale stad Amsterdam naar het stadsdeel Zeeburg. Deze overdracht had beter kunnen verlopen als Zeeburg meer bij de ontwikkeling en realisatie van het gebied betrokken was geweest. Ze was nu niet optimaal toegerust om haar rol ten opzichte van de nieuwe bewoners van dit gebied waar te maken. Ook bleek het beheer van de nieuwe wijk niet overal even soepel te verlopen. Als voorbeeld wordt genoemd een speelveldje, waar de speeltoestellen te dicht op elkaar waren geplaatst. Hierdoor kon er niet met een elektrische grasmaaier worden gemaaid. Dat betekende meer kosten voor beheer, want nu moest het met de hand worden gedaan. Een deel van deze problemen had voorkomen kunnen worden door een betere afstemming tussen ontwikkelaars (gemeentelijke projectbureau) en de uiteindelijke beheerder (Zeeburg) tijdens de ontwikkel- en realisatiefase.Voor het management van Zeeburg was duidelijk dat het voor het grootstedelijk project IJburg anders moest gaan. Hoe dat precies moest, was niet gelijk helder. Maar dat het anders moest, dat stond als een paal boven water. Gekozen is om de activiteiten en werkzaamheden, die stadsdeel Zeeburg moest uitvoeren voor de nieuwe wijk IJburg, in het programma IJburg onder te brengen.
HOE WERD DE INHOUD VAN HET PROGRAMMA IJBURG BEPAALD?In de periode 2001 – 2002 was het niet duidelijk wat de opdracht van stadsdeel Zeeburg ten opzichte van de nieuwe wijk IJburg precies was. Het gemeentelijke projectbureau IJburg was verantwoordelijk voor de ontwikkeling en realisatie en het stadsdeel Zeeburg voor het beheer van de wijk. Maar welke rol Zeeburg als toekomstige beheerder speelde in de ontwikkel- en realisatiefase was niet helder. Zo kwamen er regelmatig ontwikkelvoorstellen van het projectbureau naar het stadsdeel met verzoek om een reactie. Maar vanuit welk perspectief Zeeburg dit voorstel moest benaderen, was niet bekend. Kortom: de rol aan het stadsdeel Zeeburg was niet scherp genoeg geformuleerd. Dit leverde de nodige spanning op tussen de centrale stad en het stadsdeel. Zoals één van de programmamanagers het zei: "Er was sprake van constante wederzijdse teleurstelling tussen beide partijen". Bij de opstart van het programma hebben de programma-managers dus veel gesprekken gevoerd met diverse partijen om de doelstellingen en de scope van het programma helder te krijgen. Ook kwam er meer inzicht in de rollen, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van zowel de centrale stad als stadsdeel Zeeburg ten opzichte van de nieuwe wijk IJburg. Steeds meer kwam het besef dat het stadsdeel een betrokkene is met een zware, maar specifieke rol, namelijk beheerder in de meest brede zin, zowel voor het fysieke als voor het sociale domein. Stadsdeel Zeeburg is op IJburg de blijvende, lokale overheid. Dit kwam ten goede aan de relatie tussen de centrale stad en het stadsdeel. Men wist beter wat men van elkaar kon verwachten.
HOE ZAG DE PROGRAMMAORGANISATIE ERUIT?Bij het opzetten van de programmaorganisatie werd rekening gehouden met de lessen die waren geleerd bij het project Oostelijk Havengebied. Toentertijd was binnen stadsdeel Zeeburg een projectteam geformeerd, die de overdracht van de nieuwe wijk moest voorbereiden. Maar dit team stond vrij los van de organisatie. De rest van de organisatie was niet goed op de hoogte van de komst van een nieuwe wijk en wat dat voor hun werk zou betekenen. Voor het programma IJburg is daarom expliciet gekozen voor een programmastructuur waarbij de lijnorganisatie nauw betrokken was bij het programma. Het programmateam werd bewust klein gehouden.Het was niet gelijk helder wat de juiste rol van het team was. Ging het hier om programma-management of programmacoördinatie? Ook voor de programmamanagers zelf was dit in het begin onduidelijk. Uiteindelijk is er voor een procesgerichte rol van het team gekozen: ordenen, initiëren, plannen, bewaken en standaardiseren. De inhoudelijke expertise, die nodig was voor dit programma, kwam uit de lijn. Terugkijkend op de eerste jaren van het programma kan worden geconstateerd dat niet alle afdelingen in de lijnorganisatie even betrokken waren bij het programma. De betrokkenheid binnen de organisatie was zeker beter dan bij het project Oostelijk Havengebied, maar aanvankelijk minder dan was verwacht en gehoopt. In de toekomst moet deze betrokkenheid vooraf beter worden geregeld en geborgd. HOE WAS DE BESTUURLIJKE AFSTEMMING GEREGELD?Voor de bestuurlijke afstemming tussen de centrale stad en het stadsdeel Zeeburg werd een apart bestuurlijk overleg ingesteld. Voorheen mocht de wethouder van het stadsdeel aanschuiven bij het overleg dat de wethouder van de centrale stad had met zijn ambtenaren over dit onderwerp. Maar daarbij werd voorbijgegaan aan het bijzondere belang dat het stadsdeel Zeeburg als toekomstige beheerder had bij de ontwikkeling van IJburg. En er was zeker geen sprake van gelijkwaardige partners.Doordat er meer inzicht was in de rollen en taken van de twee partijen met betrekking tot IJburg, werd duidelijk dat een bestuurlijk overleg tussen de twee partijen als gelijkwaardige partners wenselijk was. Dit bestuurlijk overleg kon ook als escalatiemogelijkheid voor het ambtelijk niveau worden gebruikt.
WAAR KAN MET TROTS OP TERUG GEKEKEN WORDEN IN DIT PROGRAMMA?In het gesprek hoeft hier niet lang over worden nagedacht. Unaniem kijkt men met trots en tevredenheid terug op het project ‘De eerste dag.’ Dit project was erop gericht om als stadsdeel-organisatie klaar te zijn voor de eerste bewoners en deze bewoners een goede ontvangst in de nieuwe wijk IJburg te geven. Dat betekende onder meer dat vanaf die dag de basisvoorzieningen aanwezig moesten zijn en dat de gemeentelijke dienstverlening aan de nieuwe bewoners op orde moest zijn. Dat is goed gelukt. Op 21 november 2002 kregen de eerste bewoners de sleutel van hun nieuwe woning overhandigd. Na deze overhandiging werden de bewoners direct door stadsdeel-wethouder Jan Hoek in het bevolkingsregister van stadsdeel Zeeburg bijgeschreven. Ook waren er vanaf de eerste dag basisvoorzieningen beschikbaar, zoals basisscholen, kinderopvang, een gezondheidscentrum, een supermarkt en een busverbinding naar het centraal station. Vanuit stadsdeel Zeeburg was een voorpost ‘De Zandloper’ ingericht, waar bewoners terecht konden met hun vragen, wensen en klachten.WELKE TIPS WILLEN JULLIE ANDEREN MEEGEVEN?Een van de belangrijkste tips, die in het gesprek wordt genoemd, is het besef dat niet alles tegelijkertijd hoeft te worden uitgevoerd. Elke fase van het programma vraagt weer zijn eigen inzet en expertise. Bij de start van het programma kwam er zoveel op de betrokkenen af, dat het moeilijk was om het geheel te kunnen overzien. Door het programma onder te verdelen in verschillende fases werd het geheel beter behapbaar en inzichtelijk. En per fase kon worden bepaald wat, door wie, wanneer moest worden opgepakt en onder welke voorwaarden en condities. Dit gaf de betrokkenen de nodige rust en voldoende lucht om het programma goed te kunnen managen.WAT ZOUDEN JULLIE EEN VOLGENDE KEER ANDERS DOEN?Op zich zijn er maar weinig dingen die de betrokkenen anders willen doen. Niet dat er niets beter kon, maar uiteindelijk is het programma tot nu toe succesvol geweest. Sommige aspecten van het programma hebben wel onnodig veel extra energie en aandacht gevraagd. Als voorbeeld worden de financiën genoemd. In de financieringssystematiek van de gemeente Amsterdam is geen rekening gehouden met de extra kosten die toekomstige beheerders van nieuwe wijken in de ontwikkelfase en in de eerste jaren na oplevering maken. En dat leverde de nodige discussies en spanning op tussen de centrale stad en het stadsdeel Zeeburg. Een volgende keer zal er bij het begin van het programma meer aandacht besteed worden aan het benodigde budget van het stadsdeel voor haar activiteiten in de verschillende fases.Tot slot, bij het begin van het programma kon men niet overzien wat de consequenties waren van het kiezen voor het werken met een programma. Door deze aanpak werd men meer gedwongen scherp en helder te formuleren wie waar verantwoordelijk voor was en wat men van elkaar kon verwachten. Dat leverde, zeker in het begin, de nodige weerstand bij verschillende partijen op. Zo heeft stadsdeel Zeeburg het nadeel moeten overwinnen dat het, bezien in relatie tot de stad Amsterdam, geen ontwikkelaar is, maar wel ontwikkelt. Uiteindelijk heeft het werken met een programma wel zijn vruchten afgeworpen en kunnen de betrokkenen met tevredenheid terugkijken op een spannende en enerverende periode in hun loopbaan. ![]() |
| WagenaarHoesHoofdstraat 69Postbus 1663970 ADDriebergentel 0343 - 524 010info@wagenaarhoes.nl |