Versterking juridische functie rijksoverheid: verbeter het samenspel met de beleidsfunctie
Tijdens de goed bezochte ledenbijeenkomst van de vereniging Juristenrijk op 14 april 2010 hebben Cees Paardekooper en Stavros Zouridis een bijdrage geleverd aan de discussie over het thema ‘partner in beleid’. Deze discussie vond plaats in het licht van het verschijnen van het eindrapport van het programma Versterking Juridische Functie Rijk. Kern van de bijdrage was dat er in de praktijk van het openbaar bestuur een ‘natuurlijke’ spanning bestaat tussen de juridische functie en de beleidsfunctie. Waar bestuurders en beleidsvoerders het recht primair wensen te zien als een verwerkelijking van het overheidsbeleid, vertolken representanten van de juridische functie het standpunt dat overheidsbeleid primair de verwerkelijking van het recht is. Paardekooper en Zouridis zijn van oordeel dat erop aankomt om deze ‘natuurlijke’ spanning goed te leren hanteren, in plaats van te vermijden. Met behulp van een procesbenadering maken ze duidelijk wat hiervoor de mogelijkheden zijn. Zowel het beleidsproces en als het juridische proces hebben weliswaar een eigen logica en dynamiek, maar op tal van momenten ontstaan in beide processen ook interessante verbindingen tussen de processen. Die verbindingen zouden beter moeten worden benut.
Een voorbeeld: bij het verkennen van een beleidsvraag over de impact van de virtuele wereld op het dagelijks leven, komt al gauw naar voren of regelgeving een noodzakelijk instrument is (bijvoorbeeld in de sfeer van het strafrecht). Omgekeerd roept herziening van wet- en regelgeving, of harmonisatie daarvan, doorgaans ook beleidsvragen op. Denk bijvoorbeeld aan herziening van het Wetboek van strafvordering. Het komt er dus op aan om in plaats van het onderling afbakenen van de domeinen van recht en beleid, juist een effectief samenspel ertussen te bevorderen. In de ‘horizontale’ verhouding dus tussen wetgevingsjuristen en beleidsmakers, tussen uitvoeringsjuristen (en bedrijfsjuristen) en beleidsuitvoerders en tussen rechtshandhavers en toezichthouders.
In hun bijdrage hebben de adviseurs ook aandacht gegeven aan de vraag welke organisatorische voorzieningen denkbaar zijn om de verbindingen tussen beide processen te verbeteren, gericht op het productief laten zijn van de spanningen. Hoe kan het samenspel tussen beide ‘lussen’ worden verbeterd? Hiervoor hebben ze een aantal organisatorische varianten verkend. Op korte termijn worden de resultaten van de verkenning in een essay openbaar gemaakt. Voor nadere informatie kunt u terecht bij Cees Paardekooper of Stavros Zouridis. |