Schaalniveau en aanpak per kernfunctie verschillend

Elke kernfunctie vergt een eigen aanpak en schaal van samenwerking, als wordt besloten om taken binnen die kernfunctie niet binnen de eigen gemeente te organiseren.

De juiste schaal hangt af van een groot aantal factoren. In de praktijk zijn in verschillende regio’s zijn gemeenten dan ook met elkaar op zoek naar een bestuurlijk schaalniveau dat past bij de karakteristieken van een regio. Soms kan worden voortgebouwd op langdurige ervaringen opgedaan in het kader van stadsgewesten of langdurige ad hoc vormen van samenwerking. Maar het komt ook voor dat bestuurders binnen een landsdeel of regio samen tot de ontdekking komen dat ze elkaar hard nodig hebben willen ze hun ambities gerealiseerd krijgen (Drechtsteden, West-Brabant als voorbeeld).

In het algemeen kan de schaal per kernfunctie als volgt worden gespecificeerd.

Kernfunctie 1: Gezamenlijke bedrijfsvoering

Gezamenlijke bedrijfsvoering wordt soms projectmatig georganiseerd, maar steeds vaker zwaarder organisatorisch verankerd in bijvoorbeeld een gezamenlijke loopbaancentrum, een gemeenschappelijk inkoopbureau of een shared service organisatie.

Veelal volstaat voor samenwerking binnen deze kernfunctie de schaal van een aantal buurgemeenten. Kwaliteit van dienstverlening, minder kwetsbaarheid en meer kostenefficiëntie zijn de belangrijkste oogmerken.

In de praktijk is de tendens zichtbaar dat gemeenten zoveel mogelijk met dezelfde partners willen samenwerken. Dus niet per taakveld (ICT, P&O, administraties, facilities e.d.) een ander samenwerkingsarrangement. Dit met het oog op behoud van overzicht en vooral ook het streven naar eenheid in de bedrijfsvoering.

Kernfunctie 2: Gezamenlijke uitvoering van beleid

Samenwerking tussen gemeenten op dit type taken (“doe-taken”) staat in het teken van kwaliteit van dienstverlening, minder kwetsbaarheid en meer kostenefficiëntie. Kortom het behalen van “economies of scale”. Daarnaast is voor sommige samenwerkingsverbanden belangrijk dat ze een eigen bestuurlijke en organisatorische setting hebben die het hun mogelijk maakt slagvaardig en competitief te kunnen opereren in hun maatschappelijke omgeving (bijvoorbeeld richting andere overheden, richting marktpartijen).

Het schaalniveau is op deze kernfunctie per beleids- of taakgebied verschillend. Vaak subregionaal, een enkele keer op regionaal schaalniveau, en soms over de grenzen van de regio heen, al dan niet veroorzaakt door wetgeving en landelijk beleid (bijvoorbeeld op het gebied van de veiligheidsregio’s).

In de praktijk is het beeld dat de aard van de taak, vanzelfsprekend met in achtneming van wet- en regelgeving, richting geeft aan het arrangement (aantal deelnemers, bestuurlijke en organisatorische inrichting e.d.). Voorbeelden in deze rubriek zijn GGD’s, WSW-instellingen, Milieudiensten en WWB (Sociale) Diensten.

Kernfunctie 3: Gezamenlijke aanpak van complexe strategische beleidsopgaven

Het schaalniveau voor samenwerking op deze kernfunctie is meestal op regionaal niveau. Hierbij moet er wel sprake zijn van een eigen identiteit ten opzichte van andere regio’s.

De opgaven moeten gezamenlijk worden gedefinieerd en ook gezamenlijk worden opgepakt. Soms om de concurrentiepositie ten opzichte van andere regio’s te versterken. Vaak ook om gerichte samenwerking met andere regio’s aan te kunnen gaan en om een serieuze partners te worden van ondernemingen en onderwijs- en onderzoekinstellingen die op de schaal van de regio wensen te acteren.

Van belang is dan dat vanuit het perspectief van de regio per specifieke beleidsopgave wordt bezien of en ja welke verbindingen tussen de schaalniveaus moeten worden gelegd. En op welke wijze, bestuurlijk en/of ambtelijk.

In de praktijk is het beeld dat bestuurders op zoek zijn naar wat het relevante regionale schaalniveau is voor complexe beleidsopgaven. Karakteristieken van een regio als bijvoorbeeld ruimtelijke inrichting (evenwichtige verdeling van functies, tegen verrommeling, voor duurzaamheid) infrastructuur, sociale cohesie, bedrijvigheid, infrastructuur, wonen en recreatie zijn hierbij van groot belang.

Wat ook van invloed is op de bepaling van het regionale schaalniveau, zijn uitspraken van de rijksoverheid bijvoorbeeld in het kader van Pieken in de Delta.

Het juiste schaalniveau is overigens niet altijd even makkelijk en eenduidig te vinden. In de Zuidvleugel van de Randstad loopt bijvoorbeeld al geruime een discussie over de relevantie van dit schaalniveau voor Rijnmond, Zuid-Holland-Zuid en Drechtsteden.

Bij de derde kernfunctie gaat het om samenwerking op het gebied van:

  • Gezamenlijke beleidsontwikkeling en beleidsafstemming, bijvoorbeeld op gebied van bedrijventerreinen, woninglocaties of infrastructuur.
  • Gezamenlijk uitoefenen van beïnvloedingsmacht en lobby richting rijk, provincie, andere regio’s en Europa.
  • Het aangaan van strategische allianties met andere overheden, middenveld-organisaties en ondernemingen.

Intergemeentelijke samenwerking